
NVMP Gezondheidszorg en Vredesvraagstukken
Nederlandse Vereniging voor Medische Polemologie
Bosschastraat 17, 3514 HN Utrecht
telefoon (030) 272 29 40
fax (030) 272 31 73
e-mail office@nvmp.org
internet www.nvmp.org
postrekening NVMP (Utrecht) 4395340
Aan: De minister van Buitenlandse Zaken
Dhr. M.J.M. Verhagen
c.c. Leden vaste Kamercommissie Buitenlandse Zaken en Defensie
Betreft: Amerikaanse kernwapens op Volkel
Utrecht, 05-11-2009
Geachte minister Verhagen,
De NVMP, vereniging voor gezondheidszorg en vredesvraagstukken, is verheugd dat met de Nobelprijs voor de Vrede voor president Obama het onderwerp ‘nucleaire wapens’ weer op de voorgrond is gekomen.
Vorige week werd bekend dat de Duitse CDU/CSU en de FDP coalitie onder leiding van Angela Merkel met de Verenigde Staten en andere NAVO-landen wil gaan praten over het verwijderen van de laatste kernwapens van Duits grondgebied. Merkel zei dat Berlijn niet op eigen houtje wil handelen om Duitsland vrij te maken van kernwapens.
Op 2 november verklaarden U na afloop van besprekingen in Den Haag met uw Duitse ambtgenoot Westerwelle "Nederland is een groot voorstander van het betrekken van de NAVO-kernwapentaak in Europa bij de onderhandelingen die plaats vinden tussen Rusland en de Verenigde Staten," aldus minister Verhagen (Buitenlandse Zaken). "Dat is de beste manier om het grootst mogelijke aantal kernwapens de wereld uit te krijgen."
Nederland kan een bijdrage leveren aan de kernwapendiscussie door in navolging van Duitsland werk te maken van het verwijderen van de naar schatting 20 Amerikaanse kernwapens op vliegbasis Volkel.
* In hoeverre is de Nederlandse regering bereid het Duitse standpunt ‘verwijdering van kernwapens’ te volgen?
* Wat gaat er naar uw mening met de nucleaire doctrine van de NAVO gebeuren, nu u samen met Duitsland de kernwapentaak ter discussie wilt stellen?
Hoogachtend,

Herman O. Spanjaard, voorzitter NVMP
Aan: minister van VROM
Mw. Dr. J.M. Cramer
Postbus 20951
2500 EZ Den Haag
Betreft : Uw brief van 17 december 2008
Inzake hoogverrijkt uranium (VAED 2008112154)
Amsterdam, 9 februari 2009
Excellentie,
Dank voor uw brief van 17 december 2008 waarin u verklaart dat u het verbieden van het gebruik van hoogverrijkt uranium (HEU) ten behoeve van de productie van radionucliden voor medische doeleinden in Petten (Mallinckrodt/NRG) thans niet opportuun acht. De reden daarvoor licht u nader toe met de volgende zienswijze: Nederland voldoet aan de beveiligingsnormen van het Internationale Agentschap voor Atoomenergie (IAEA) die gelden voor nucleair materiaal en nucleaire installaties (INFIRC225). Het gebruik van HEU vindt plaats in voor terroristen onaantrekkelijke hoeveelheden. In het kader van de uitvoering van het non-proliferatieverdrag (NPV) wordt Nederland door inspecteurs van de IAEA en Euratom gecontroleerd. Het gebruik van HEU is voorlopig noodzakelijk, omdat er nog geen ervaring is met grootschalige commerciële productie van molybdeen-99 (Mo-99), de belangrijkste radio-isotoop, uit laagverrijkt uranium (LEU).
In de eerste plaats maken ondergetekenden bezwaar tegen uw verklaring dat het gebruik van HEU plaatsvindt in voor terroristen onaantrekkelijke hoeveelheden. Het recent rapport verschenen rapport Medische Isotoop Productie zonder Hoogverrijkt Uranium van een door het Amerikaanse Congres gemandateerde commissie1 meldt dat op jaarbasis 40 tot 50 kg HEU wordt gebruikt voor isotoopproductie, inclusief jaarlijkse exporten van circa 15,5 kg HEU naar Canada.2 Het overgrote deel van die hoeveelheid wordt gebruikt door de vier grootste producenten van Mo-99 in Canada, België, Nederland en Zuid-Afrika, respectievelijk MDS Nordion (40%), IRE (20%), Mallinckrodt (25%) en NTP (10%).3 Op NTP na maken deze producenten gebruik van HEU (93% U-235) uit de Verenigde Staten. Daaruit kan worden afgeleid dat Mallinckrodt/NRG per jaar minimaal 8,9 kg HEU gebruikt voor isotoopproductie. Voor het ontwerp van een 1 kiloton explosief heeft men bij toegang tot hoogwaardige technologie 2,5 kg HEU nodig en bij toegang tot laagwaardige technologie 8 kg HEU.4 De hoeveelheid HEU die in Petten wordt gebruikt is dus wel degelijk aantrekkelijk voor terroristen. Bovendien meldt de commissie dat 97% van het oorspronkelijke HEU eindigt als afval: “Wereldwijd hoopt zich jaarlijks tientallen kilogrammen HEU-afval op als gevolg van Mo-99 productie. Dit hoogverrijkt uranium zou kunnen worden herwonnen voor hergebruikt, maar geen enkele producent heeft daadwerkelijke plannen om dat te doen [..].”5 Dat betekent dat er mogelijk voldoende splijtstof in Petten aanwezig is voor één of meerdere 20 kt kernbommen.4 De Ottawa Citizen meldt recent dat het in Chalk River, Ontario, waarschijnlijk gaat om een hoeveelheid van 100 kg HEU.14 Als die berichtgeving klopt zou het in Petten gaan om een hoeveelheid van meer dan 50 kg.
In de tweede plaats zijn wij niet overtuigd van de noodzaak om voorlopig het gebruik van HEU voor isotoopproductie te blijven toestaan. De hierboven vermelde Amerikaanse commissie verwacht niet dat op LEU gebaseerde productie substantiële veranderingen vereist in de huidige uitrusting van de faciliteiten. Ook ziet de commissie geen technische barrières om deze op LEU gebaseerde productie op grote schaal toe te passen. De aanvullende investeringen die nodig worden geacht in faciliteiten en personeel, geschat op minder dan 10% bovenop de huidige totaalkosten, kunnen niet als een belemmering worden gezien om tot een HEU-vrije productie te komen.6 De commissie komt tot die bevindingen op basis van de ervaringen die zijn opgedaan in Argentinië. Daar wordt een op LEU gebaseerde techniek al sinds 2002 toegepast. Een vertegenwoordiger van de organisatie verklaart tegenover de commissie dat de zuiverheid van het geproduceerde Mo-99 hoger is dan bij de op HEU gebaseerde productie. Binnenkort zal ook Australië gebruik gaan maken van de Argentijnse technologie. Tot 2007, toen de Australische HFR (HIFAR) uit bedrijf moest worden
genomen, werd daar al 25 jaar lang Mo-99 geproduceerd uit LEU.7
U geeft in uw brief aan dat bij Mallinckrodt/NRG de tijd nog niet rijp is om HEU te vervangen door LEU. Uit het rapport van de Amerikaanse commissie valt op te maken dat die omschakeling al lang had kunnen plaatsvinden: “Voor zover de commissie weet doet geen van de belangrijkste producenten veel onderzoek naar ontwikkeling van LEU targets [...] De commissie beschouwt dit als een gemiste kans.”8 Op grond van de informatie die door de producenten werd overhandigd zag de commissie geen enkele aanduiding waarom dergelijk onderzoek en ontwikkeling niet werd uitgevoerd.”9 En last but not least: “De commissie oordeelt dat de overschakeling [naar LEU] binnen de bestaande inrichtingen in een tijdsbestek van een paar maanden tot twee jaar zouden kunnen worden uitgevoerd.”10 Pas eind 2007 kondigden NRG en Mallinckrodt aan dat ze zouden beginnen met een onderzoek naar de mogelijkheid om over te schakelen op LEU. Daarbij richten ze zich op het gebruik van LEU targets in de te bouwen Pallas-reactor, die volgens de huidige planning in 2016 de huidige HFR moet vervangen.11 Aangezien de bouw van kernreactoren altijd gepaard gaan met vertragingen betekent dit dat het nog minstens zeven jaar gaat duren voordat LEU kan worden toegepast. NRG noemt zelf het streefjaar 2016 ‘optimistisch’.12 Het is dus aannemelijk dat het nog acht tot tien jaar gaat duren voordat Mallinckrodt/NRG wensen over te schakelen op LEU, terwijl de door het Amerikaanse Congres ingestelde commissie verklaart dat dit proces al lang achter de rug had kunnen zijn.
De commissie doet een reeks aanbevelingen aan alle partijen die betrokken zijn of belangen hebben in de productie molybdeen-99. Eén daarvan is van belang voor de Nederlandse situatie, namelijk de aanbeveling aan de Department of State: “Intensiveer de diplomatieke druk op landen die nog steeds HEU (brandstof of targets) gebruiken om hen te bewegen tot overschakeling op LEU. In het bijzonder de landen die partners zijn binnen de GTRI (waaronder Nederland) en die de verplichting op zich hebben genomen om het gebruik van HEU zo laag mogelijk te houden.”13 Uit de bevindingen van de commissie blijkt zonneklaar dat Nederland geen gram HEU nodig heeft. Nederland doet er dus verstandig aan om diplomatieke druk vanuit de VS voor te zijn en met onmiddellijke ingang een begin te maken met de overschakeling naar op LEU-gebaseerde productie van Mo-99.
In Canada, de grootste producent van Mo-99, wordt de roep steeds luider om helemaal een eind te maken aan het gebruik van kernreactoren en over te stappen naar een technologie die gebruik maakt van lichtstralenbundels in combinatie met deeltjesversnellers. Een methode die veel veiliger is, veel minder geld kost en veel minder afval oplevert.Hoogachtend,
Stichting Laka Ing. Henk van de Keur
Ned. Ver. Voor Medische Polemologie Herman O. Spanjaard, bedrijfsarts, voorzitter

===================================================================================================================
NVMP-standpunt over het gebruik van Witte Fosfor door Israëlische troepen in de Gazastrook, december 2008/januari 2009
Aan: de Minister van Buitenlandse Zaken
Dhr. M.J.M. Verhagen
C.c. Tweede Kamer commissie Buitenlandse Zaken
Utrecht, 02-02-2009
Excellentie,
De NVMP, vereniging voor gezondheidszorg en vredesvraagstukken, is verontrust over het gebruik van witte fosfor door Israëlische troepen tijdens het gewapende ingrijpen in de Gazastrook (december 2008/januari 2009).
Als artsen streven wij naar vermindering van lijden door oorlogsgeweld. Witte fosfor zorgt niet alleen voor groot lichamelijk leed; gebruik ervan gebeurt zonder onderscheid des persoons waardoor vele burgers slachtoffer worden. Daarom veroordeelt de NVMP het gebruik ervan onder alle omstandigheden.
Witte fosfor is een zelfontbrandbare stof die niet is te blussen omdat het reageert met water. Bij contact met de huid reageert de stof met het water in de huid, het resultaat zijn diepe chemische brandwonden tot op het bot. Deze wonden helen niet of hooguit zeer langzaam. Ingeslikte of ingeademde druppels witte fosfor veroorzaken ernstige inwendige en vaak fatale verbrandingen.
Witte fosfor wordt gebruikt in brandbommen, rookbommen en als doelwitmarkering.
Het is al vaak in oorlogen gebruikt, meest recentelijk door de Amerikaanse troepen in Fallujah in Irak, door de Russische troepen in Tsjetsjenië en nu dus door Israëlische troepen in Gaza.
Het gebruik van witte fosfor is volgens sommige autoriteiten niet verboden omdat het niet als chemisch wapen zou gelden. Maar zelfontbrandende substanties vallen alleen buiten de ‘Chemical Weapons Convention (CWC)’ als ze op een onschadelijke manier worden gebruikt zoals bij het creëren van rookgordijnen en het verlichten van doelen. Zij vallen echter wel degelijk onder de CWC als ze, net als andere verboden chemische middelen, worden gebruikt om te verwonden en te doden zonder onderscheid des persoons.
De NVMP roept daarom op tot een totaal verbod op het gebruik van witte fosfor in gewapende conflicten. In het bijzonder moet het gebruik tegen doelen in dichtbewoonde urbane gebieden worden veroordeeld, vanwege de ernstige gevolgen voor burgers.
Wij zijn van mening dat de negatieve medische gevolgen van witte fosfor zo ernstig zijn dat het gebruik ervan onder geen enkele omstandigheid is te rechtvaardigen. Gebruik ervan zou moeten worden gezien als een misdaad tegen de menselijkheid.
Wij vragen de Nederlandse regering het gebruik van witte fosfor te veroordelen en te streven naar een internationaal verbod op het gebruik ervan.
In afwachting van uw antwoord verblijf ik,
Hoogachtend,
Herman O. Spanjaard, bedrijfsarts
Voorzitter NVMP
======================================================================
22 januari 2009
Geachte heer, mevrouw,
Minister Verhagen heeft uw e-mail, waarin u uw zorgen uit over de huidige situatie in de Gazastrook, in goede orde ontvangen.
De minister deelt uw zorgen over de situatie in het Midden-Oosten. Er is sprake van een ernstige crisis, verschrikkelijk humanitair leed en een forse terugslag voor het vredesproces. Het geweld in en rondom de Gazastrook de afgelopen weken heeft onschuldigen aan beide kanten getroffen.
Internationale bemiddeling heeft ertoe geleid dat beide partijen inzien dat geweld en escalatie geen uitzicht bieden op een duurzame regeling. Nederland heeft de diplomatieke inspanningen actief ondersteund en is verheugd dat deze hebben geleid tot een staakt-het-vuren, juist ook met het oog op het voorkomen van meer burgerslachtoffers en humanitair leed. Dit is waar de partijen, en vooral de burgers in Israël en Gaza, nu het meest aan hebben.
Nederland is sterk voorstander van een duurzaam bestand. Alvorens een staakt-het-vuren duurzaam kan zijn is het noodzakelijk dat de raketaanvallen vanuit Gaza op Israël definitief stoppen. Daartoe is het noodzakelijk te komen tot beëindiging van wapensmokkel door tunnels of anderszins. Toegang voor humanitaire hulp tot het gebied is essentieel. Internationaal grenstoezicht kan hierbij een belangrijke rol spelen.
Nederland heeft hiertoe, in samenwerking met Denemarken, een voorstel gedaan aan het EU-voorzitterschap. Kern van dit voorstel is dat de EU zich bereid zou moeten verklaren effectief grenstoezicht tot stand te brengen, bij voorkeur met deelname van Arabische landen, te beginnen op de Gazaans-Egyptische grens. Dit toezicht zal de invoer van humanitaire hulp en de hervatting van de normale import en export mogelijk moeten maken, en tegelijkertijd moeten voorkomen dat Hamas zich via die grens herbewapent. Nederland is bereid te bezien op welke wijze het kan bijdragen aan internationaal grenstoezicht.
De humanitaire situatie in Gaza is zeer zorgelijk. Daarom heeft de Nederlandse regering € 3 mln. beschikbaar gesteld voor humanitaire hulp aan Gaza, naast de € 8 mln. die in 2008 besteed werd aan humanitaire hulp in de Palestijnse gebieden. Tevens draagt Nederland jaarlijks € 15 mln. bij aan UNRWA, de VN-organisatie die zich inzet voor humanitaire hulp aan Palestijnse vluchtelingen in het Midden Oosten. In totaal bedroeg de Nederlandse bijdrage aan de Palestijnse gebieden in 2008 € 72 mln.
Voorts verwacht Nederland van Israël dat het de zo dringend nodige humanitaire hulp toelaat. De regering spreekt Israël daar ook op aan. In dit verband vindt Nederland het belangrijk dat vertegenwoordigers van VN-organisaties en het Internationale Rode Kruis direct toegang krijgen tot het gebied. Ook acht Nederland het van belang dat objectieve verslaggeving van de gebeurtenissen en situatie in de Gazastrook plaats kan vinden, reden waarom Nederland toegang van internationale mediavertegenwoordigers tot het gebied heeft bepleit bij Israël.
De regering is geschokt over militaire acties waarbij verschillende VN-doelen zijn geraakt en betuigt haar oprechte deelneming aan de slachtoffers. Nederland heeft zijn zorgen aan Israël kenbaar gemaakt en onmiddellijk aangedrongen op spoedige opheldering. Nederland verwacht dat Israël, zoals het heeft verklaard, al het mogelijke doet om te voorkomen dat burgers slachtoffer worden van militaire acties, conform het humanitaire oorlogsrecht. Dit geldt evenzeer ten aanzien van Hamas.
Met het oog op de proportionaliteit van het Israëlische offensief dient een afweging te worden gemaakt tussen enerzijds het verwachte, tastbare en rechtstreekse militaire voordeel en anderzijds het te verwachten bijkomend verlies van mensenlevens, verwonding onder burgers, schade aan burgerobjecten of een combinatie daarvan. Een beoordeling van de complexe situatie van de afgelopen weken vergt gedetailleerde kennis van alle relevante factoren. De hiertoe benodigde informatie staat niet tot onze beschikking. Bij twijfel over de juiste toepassing van geweld kan Nederland geen oordeel vellen. De Nederlandse regering vindt daarom dat er onderzoek moet worden ingesteld naar beweerde schendingen van oorlogsrecht en mensenrechten, in de eerste plaats door de betrokken partijen zelf. Indien er twijfel bestaat over schending van het humanitaire oorlogsrecht steunt Nederland het instellen van nader onderzoek. Zo steunt Nederland bijvoorbeeld het VN-onderzoek naar de Israëlische aanval op een UNWRA-school in het vluchtelingenkamp Jabaliya. Nederland zal bovendien in VN-verband onafhankelijk onderzoek bepleiten naar alle gevallen waarin internationale hulporganisaties twijfelen of het gebruikte geweld past binnen de verplichtingen en randvoorwaarden die het internationale recht aan gebruik van geweld stelt.
Het vredesproces mag niet verzwakt uit deze strijd komen. Israëli's en Palestijnen zijn nog nooit zo rechtstreeks en intensief met elkaar in onderhandeling geweest als het afgelopen jaar in het Annapolis-proces. Die winst mag niet verloren gaan. Deze Israëlisch-Palestijnse inspanningen verdienen onze voortdurende steun. Het doel blijft een levensvatbare Palestijnse staat en veilige en erkende grenzen voor Israël.
Indien u meer informatie wenst over de Nederlandse positie ten aanzien van de situatie in Gaza, verwijs ik u graag naar de recent verschenen Kamerbrieven en drie sets beantwoorde Kamervragen[1] over dit onderwerp op de website van het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Ik vertrouw erop u hiermee naar tevredenheid te hebben geïnformeerd.
De Minister,
Voor deze,
Drs. G. Heijkoop
Plv. directeur Directie Noord Afrika en Midden-Oosten
Ministerie van Buitenlandse Zaken
Aan: Premier Balkenende Minister Verhagen Tweede Kamer-cie Buza
IPPNW-statement on the Violence in Gaza and the conflict between Israel and Palestine.
Utrecht, 08-01-2009
Excellentie,
Het bestuur van de Ned. Vereniging voor Medische Polemologie (NVMP) onderschrijft bijgaand Statement van International Physicians for the Prevention of Nuclear War (IPPNW) en vraagt de Nederlandse regering zo snel mogelijk actie te ondernemen om verder bloedvergieten in Gaza te voorkomen.
Wij zien uw reactie met belangstelling tegemoet.
Hoogachtend,
H.O. Spanjaard, bedrijfsarts, voorzitter NVMP
IPPNW-standpunt over het geweld in Gaza en het conflict tussen Israel en Palestina
Stop het bloedvergieten!
Wij, artsen en gezondheidswerkers, hebben de taak het leven te beschermen en gezondheid te bevorderen. Daarom kunnen we het huidige lijden en bloedvergieten in Gaza niet accepteren.
Wij vragen aan alle betrokken partijen onmiddellijk alle noodzakelijke stappen te nemen naar een direct, volledig en stabiel staakt -het -vuren in de Gazastrook en het zuiden van Israel, evenals het verlenen van afdoende medische hulp aan alle ernstige gewonde slachtoffers.
We vragen u ook om het bevorderen van hernieuwde onderhandelingen te bevorderen voor een alomvattend en duurzaam vredesverdrag tussen Israel en Palestina, gebaseerd op het wederzijdse recht op vrijheid en veiligheid. IPPNW gelooft dat vrede in Israel en Palestina en Israel niet mogelijk is tenzij er een eind komt aan de illegale bezetting van land en het gebruik van geweld, met; erkenning van de wettelijke grenzen,; en een oprecht streven naar geweldloze conflict resolutieoplossing. Als artsen wereldwijd kunnen we op geen enkele wijze het huidige buitenproportionele geweld tegen burgers goedkeuren.
We moedigen daarom alle partijen aan steun te verlenen aan de Verenigde Naties in haar poging tussenbeide te komen en deze humanitaire catastrofe te stoppen, die zelfs tot een regionale oorlog zou kunnen oplaaien.
International Physicians for the Prevention of Nuclear War (IPPNW), won in 1985 de Nobelprijs voor de Vrede en is een onpartijdige, wereldwijde federatie met nationale afdelingen in meer dan 60 landen, waaronder Israel en Palestina.
IPPNW richt zich op onderzoek, onderwijs en advies op het gebied van oorlogspreventie. Vanuit dit doel stimuleert IPPNW geweldloze conflict resolutie oplossing en het minimaliseren van de gevolgen van oorlog.
IPPNW is een voorstander van een vreedzame en rechtvaardige oplossing van het Israelische-Palestijnse conflict en heeft hiertoe een ‘Medical Roadmap for peace in the Middle East’gemaakt. Voor meer informatie zie: http://www.ippnw.org/Events/Past/Regional/Ant2002.html.
Helsinki, Moscow, and en Stockholm 6 januari, 2009
Vappu Taipale
Sergey Kolesnikov
Ime John
Co-presidenten of van IPPNW
=================================================================================================================
Decreasing the operational readiness of nuclear weapons systems
en het belang van een Nuclear Weapons Convention
Aan: Dhr. H. C. van der Kwast
Hoofd afdeling Nucleaire Aangelegenheden en Non-Proliferatie
Utrecht, 14-11-2008
Geachte heer van der Kwast,
Hartelijk dank voor uw antwoord op ons schrijven betreffende de India/NSG overeenkomst d.d. 3 oktober jl. (DBV-NN/430-08). Hierin benadrukt u dat Nederland een actieve speler is op het gebied van non-proliferatie en ontwapening en van mening is dat het Non-Proliferatieverdrag de hoeksteen is en zal blijven van het mondiale non-proliferatieregime.
Onze organisatie NVMP, vereniging voor gezondheidszorg en vredesvraagstukken, vraagt in dit kader uw aandacht voor twee zaken:
- In de UN General Assembly is resolutie L.5 Decreasing the operational readiness of nuclear weapons systems (zie bijlage) op de agenda gezet. Deze resolutie pleit tegen de high alert status van duizenden nucleaire wapens. Het off alert plaatsen van deze wapens zou de kans op een per ongeluk afgevuurde kernraket sterk reduceren. Nederland heeft zich bij deze resolutie onthouden van stemming (kernmogendheden stemden tegen). Wij zien dit als een positieve opstelling. Kunt u vertellen wat de beweegredenen van Nederland waren om zich te onthouden van stemming?
- Deze week gaf VN-secretaris generaal Ban Ki Moon vijf sleutelstappen naar ontwapening, een daarvan luidde: "I urge all NPT parties, in particular the nuclear-weapon-states, to fulfil their obligation under the treaty to undertake negotiations on effective measures leading to nuclear disarmament. They could pursue this goal by agreement on a framework of separate, mutually reinforcing instruments. Or they could consider negotiating a nuclear-weapons convention, backed by a strong system of verification, as has long been proposed [at the UN]… I have circulated to all UN member states a draft of such a convention, which offers a good point of departure."
Vorige maand deed de organisatie International Physicians for the Prevention of Nuclear War (IPPNW), winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede 1985 (de NVMP is de Nederlandse afdeling van IPPNW) eenzelfde oproep aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties om de hoogste prioriteit te geven aan onderhandelingen voor een Nuclear Weapons Convention (NWC). Een kopie van onze brief aan minister Verhagen d.d. 02-10-2008 hierover vindt u in de bijlage.
Ook wij onderschrijven het belang van een Nuclear Weapons Convention als een concreet stappenplan naar wereldwijde nucleaire ontwapening.
In Brussel sprak ik 12-11 jl. met burgemeester Akiba, voorzitter van Mayors for Peace, hierover. Deze organisatie is ook in Nederland actiever geworden als gevolg van de inzet van IKV/Pax Christi. Ook de VNG heeft haar betrokkenheid vergroot.
De komende dagen zal ik als lid van een IPPNW delegatie in Moskou overleg voeren met MoD, MoFA, Duma en Rosatom.
Graag zou ik met u over deze zaken van gedachten wisselen zoals we al eerder deden op 18 april van dit jaar.
Wij zien uw reactie met belangstelling tegemoet.
Hoogachtend,
H.O. Spanjaard, bedrijfsarts, voorzitter NVMP
Gebruik van hoogverrijkt uranium (Highly Enriched Uranium, HEU)
bij de productie van medische isotopen
Gezamenlijke brief NVMP en Stichting LAKA
Minister van VROM
Dr. J.M. Cramer
Postbus 20951
2500 EZ Den Haag
Amsterdam, 12 november 2008
Excellentie,
Onze organisaties, Ned. Ver. voor Medische Polemologie (NVMP, gezondheidszorg en vredesvraagstukken) en Stichting Laka (documentatie en onderzoekscentrum kernenergie) zouden graag zien dat er een einde komt aan het gebruik van hoogverrijkt uranium (Highly Enriched Uranium, HEU) bij de productie van medische isotopen zoals dat bij de Nuclear Research Group (NRG) in Petten gebeurd.
Het ministerie van VROM verleent de vergunningen aan de NRG.
De NVMP is de Nederlandse afdeling van IPPNW (International Physicians for the Prevention of Nuclear War) die in 1985 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. IPPNW voert een wereldwijde campagne om de gebruikte hoeveelheden HEU te minimaliseren (zie bijlage).
Gebruik van HEU herbergt het gevaar van nucleaire proliferatie in zich en in handen van kwaadwillenden kan er een atoombom van gemaakt worden.
Voor de kwaliteit van de medische isotopen is het niet noodzakelijk HEU te gebruiken. Technisch is het mogelijk met laagverrijkt uranium (LEU) eenzelfde resultaat te bereiken.
Over onze bezwaren tegen het niet noodzakelijke gebruik van HEU schreven wij d.d 9 sept. een brief aan de Nuclear Research Group in Petten (zie bijlage). Het antwoord op dat schrijven d.d. 13 oktober jl. is eveneens bijgesloten.
Ofschoon de Hoge Flux Reactor (HFR) in Petten al jaren geleden is overgeschakeld van HEU naar LEU, geeft de exploitant van de HFR, de Nuclear Research Group, toe dat er nog altijd ‘enkele kilo’s’ HEU op jaarbasis gebruikt worden voor de productie van medische isotopen.
Bovenstaande in ogenschouw nemend hebben wij de volgende vragen:
1) Bent u het met ons eens dat conversie van HEU naar LEU om veiligheidsredenen (nucleaire proliferatie en terrorisme) wenselijk is?
2) Bent u bereid om op korte termijn uw beleid hierover te wijzigen, i.c. het gebruik van HEU niet langer toe te staan?
Wij zien uw reactie met belangstelling tegemoet.
Hoogachtend,
Stichting Laka Ing. Henk van de Keur
Ned. Ver. Voor Medische Polemologie Herman O. Spanjaard, bedrijfsarts, voorzitter
Klik hier voor het antwoord van Minister Cramer
===========================================================================================
Stemming over NWC in de UNGA
Aan: de minister van buitenlandse zaken
M.J.M. Verhagen
Utrecht, 02-10-2008
Excellentie,
Met instemming hebben wij kennis genomen van uw toespraak tijdens de 63-e Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, op 24-09-08 in New York.
Onze organisatie de NVMP, vereniging voor gezondheidszorg en vredesvraagstukken, deelt uw mening dat de proliferatie van kernwapens een van de grootste bedreigingen op aarde vormt.
De NPT en CTBT zijn verdragen die in de strijd tegen kernwapens van essentieel belang zijn.
Zoals u in uw toespraak zegt, gaat het hierbij niet alleen om verhindering van verdere verspreiding van kernwapens maar ook om de wereldwijde afschaffing ervan.
In dit kader vragen wij uw aandacht voor bijgaande oproep van de International Physicians for the Prevention of Nuclear War (IPPNW), winnaars Nobelprijs voor de Vrede 1985. Onze organisatie is de Nederlandse afdeling van IPPNW.
IPPNW roept de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op voor haar 63-ste zitting de hoogste prioriteit te geven aan onderhandelingen voor een Nuclear Weapons Convention (NWC).
Wij onderschrijven het belang van een Nuclear Weapons Convention als een concreet stappenplan naar wereldwijde nucleaire ontwapening.
In afwachting van uw reactie.
Hoogachtend,
H.O. Spanjaard, bedrijfsarts
Voorzitter NVMP
Klik hier voor antwoord van Minister Verhagen op deze brief (in PDF)
==========================================================================================================
India/Nuclear Suppliers Group
overeenkomst
AAN:de minister van
buitenlandse zaken
M.J.M.
Verhagen
Utrecht, 26-09-2008
Excellentie,
Proliferatie is een groot gevaar voor de Volksgezondheid.
Nederland is op de jongste vergadering van de Nuclear
Suppliers Group (NSG) akkoord gegaan met een uitzonderingsbepaling voor het
verbod op nucleair materiaal/technologie naar India.[i]
India is – zij het niet in formele zin – een kernwapenstaat en heeft net als
Pakistan en Israël het Non-proliferatieverdrag (NPV) niet ondertekent. Het
bijzondere van deze overeenkomst is dat een niet-onderass=MsoNormal>
Om dit formeel mogelijk te maken is India (zelf geen lid van de NSG) akkoord gegaan met de ‘Statement on Civil Nuclear Cooperation with India’[ii], de door de NSG overeengekomen uitzonderingsbepaling die de ontheffing regelen van de verplichtingen waaraan nucleaire leveranciers moeten voldoen. Daarmee is de kern van het Non-proliferatieverdrag, waarvan Nederland wel ondertekenaar is, aangetast.
In paragraaf 3 van het document wordt opgesomd welke regels buiten werking worden gesteld voor de export van nucleair materiaal naar India. Belangrijkste elementen daaruit zijn het wederzijds informeren van de NSG lidstaten van toegestane exporten naar India (3c) en een regeling om bij elkaar te komen als ‘omstandigheden‘ zich voordoen die consultatie nodig maken (3e). Maar hiervoor bestond al een voorziening in de reglementen van de NSG.
De wens van de kritische landen (waaronder Nederland) was oorspronkelijk dat in de verklaring zou worden vastgelegd wat de gevolgen van overtreding zouden zijn: ontbinding van de bepaling bij een Indiase kernproef. Dat is nu geen automatisme. Andere eisen waren stopzetting van de productie van splijtsof geschikt om kernwapens te bouwen en toetreding tot het kernteststopverdrag. Men wilde dezelfde beperkingen opleggen als vastgelegd in de Amerikaanse exportwetgeving, de Hyde Act van 2006.
Deze eisen werden door de betrokken landen (onder andere Nederland, Noorwegen, Zwitserland) ingetrokken na een verklaring van de Indiase afvaardiging[iii] waarin deze beloofde dat India zijn kernproef moratorium zou handhaven, geen gevoelige nucleaire brandstof en technologie zouden exporteren en algemene steun gaf aan nucleaire ontwapening
De Indiase regering kan nu haar eigen interpretatie geven aan de overeenkomst, iets dat ze al gedaan heeft in verklaringen naar het eigen parlement. Ze verklaart daar immers aan de oppositie dat de Indiase soevereiniteit is gehandhaafd en niet afhankelijk gesteld van de internationale overeenkomsten over de nucleaire leveranties.
Het meest vergaande gevolg is dat de uitbouw van het kernwapenarsenaal kan worden voortgezet: het militaire deel van het complex is immers gescheiden van het civiele. De eigen Indiase voorraad uranium kan volledig worden benut voor de productie van splijtstof voor gebruik in kernkoppen. Er is geen beperking op de productie daarvan vastgelegd in de aangenomen regeling of in de Indiase toezegging: alleen een belofte om onderhandelingen voor een internationaal verdrag daarover, te steunen. Dit betekent dat het kernwapenarsenaal kan worden uitgebreid zonder de overeenkomst te overtreden. Verder is de kennis en technologie (bijv. over verrijking van uranium) die volgens de overeenkomst mag worden geleverd aan de civiele sector, kopieerbaar naar de militaire sector.
De status van India als kernwapenstaat wordt dus versterkt, niet verzwakt. Dit heeft vergaande politieke gevolgen: de ondertekenaars van het Non-Proliferatieverdrag zijn akkoord gegaan met de regels van dat verdrag (geen import van nucleaire technologie voor militair gebruik) in ruil voor het recht op de uitbouw van de eigen civiele industrie door nucleaire technologie te importeren. Een verdrag dat universele pretenties heeft, moet dat ook zijn.
Door het toestaan van de export van nucleaire technologie naar een niet-ondertekenaar, bovendien onder een reeks afgezwakte voorwaarden, wordt het signaal afgegeven dat je geen lid van het NPV hoeft te zijn en kernwapenstaat kan worden, of dat er twee soorten staten bestaan: degenen die een uitzonderlijke behandeling krijgen en diegenen die daar geen recht op hebben. Deze ontwikkeling tast de NPV aan in haar kern en moedigt staten aan om dit pad te volgen.
In Zuid-Azië zijn verder de kiemen gelegd van een versnelling van een regionale kernwapenwedloo p, die al bestond tussen India en Pakistan en nu voortgezet zal worden. Pakistan zal immers een soortgelijke regeling opeisen voor de import van nucleaire technologie. Het Chinese akkoord met de India regeling wijst erop dat ze dit als precedent zullen gebruiken met betrekking tot Pakistan.
De overeenkomst maakt nu nucleaire handel met India mogelijk, met alle gevolgen van dien. Ondanks de genoemde stappen willen we er bij u op aandringen om geen nucleaire technologie naar India te exporteren, zolang dat land het teststopverdrag niet heeft ondertekent en er bij andere landen op aan te dringen om dat ook niet te doen. Daarmee zou u handelen in overeenstemming met uw oorspronkelijke wensen en natuurlijk in de lijn van uw toespraak voor de Atlantische Commissie afgelopen maart, waarin u steun betuigde aan nucleaire ontwapening.
Hoogachtend,
H.O. Spanjaard, bedrijfsarts,voorzitter NVMP
Klik hier voor antwoord op deze brief (in PDF)
===========================================================================================================================
Aan: Minister President J.P.Balkenende
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG
Utrecht, 26-06-2008
Betreft: Verdrag Clusterwapens
Geachte heer Balkenende,
De NVMP, vereniging voor Gezondheidszorg en Vredesvraagstukken, feliciteert u met het behaalde verdrag tegen clusterwapens. Wij zijn erg blij dat Nederland, in navolging van andere landen, de stap gezet heeft naar een verdrag waarbij alle clustermunitie, zonder uitzonderingen, wordt verboden.
Wij feliciteren de regering met deze kordate stap, waaruit blijkt dat multilateraal overleg tot inzichten kan leiden waarop voorhand slechts werd gehoopt.
Uiteraard hopen wij dat het gebruik van clusterbommen, net als landmijnen, nu echt tot het verleden behoort en dat Nederland ook bij operaties in NAVO-verband zal pleiten voor een permanent verbod op clusterwapens.
Met vriendelijke groet,
H.O. Spanjaard, bedrijfsarts, voorzitter NVMP
Klik hier voor antwoord premier Balkenende op deze brief (in PDF)
==================================================================================================================
STANDPUNT NEDERLAND INZAKE VERARMD URANIUM
Aan: Drs. J.G. de Vries
Postbus 20701
2500 ES Den Haag
27
mei 2008
Excellentie drs. J.G. de Vries,
Met veel belangstelling hebben IKV
Pax Christi, de Nederlandse Vereniging voor Medische Polemologie, de International
Coalition to Ban Uranium Weapons en het documentatie- en onderzoekscentrum
kernenergie stichting Laka kennisgenomen van uw brief van 28 april jongstleden
aan de Tweede Kamer inzake verarmd uranium (DU).
Uit de beantwoording van
Kamervragen blijkt dat Nederland door het VN Ontwapeningskantoor (UNODA)
gevraagd is een standpunt in te nemen inzake DU. Onze organisaties maken zich
ernstige zorgen over het te nemen Nederlandse standpunt. In uw antwoorden aan
de Kamer missen wij de meest relevante en recente onderzoeken. Hierin wordt
vastgesteld dat DU langdurig in het lichaam aanwezig blijft en dat
blootstelling aan DU in verband wordt gebracht met het ontstaan van kanker. Het
eerste is vastgesteld onder oud-werknemers en omwonenden van een munitiefabriek
in de VS (2007) waar tot 1980 DU-munitie werd geproduceerd. De slecht oplosbare
verbrande uraniumdeeltjes blijken niet - zoals altijd is beweerd – na één jaar
het lichaam te
verlaten, maar decennialang in het
lichaam te blijven.1 Het tweede betreft nieuwe relevante wetenschappelijke
inzichten over de effecten van DU op lichaamscellen en proefdieren: twintig
publicaties in de peer-reviewed
literatuur.2 U verwijst naar de
rapporten van de Royal Society (maart 2002)3 om aan te tonen dat de kans op
ernstige ziektes als gevolg van inwendige besmetting met DU nihil is. De
publicaties die wij hier aan de orde stellen dateren echter van na maart 2002.
Deze studies tonen aan dat cellen die blootstaan aan DU ontregeld raken en
kunnen transformeren tot tumorproducerende cellen. De teweeggebrachte
chromosomale afwijkingen vertonen veel overeenkomsten met de uitwerking een
carcinogeen. Deze wetenschap is van groot belang voor
het vormen van een standpunt.
Opvallend is dat de meeste studies uit onverwachte hoek komen: ze zijn verricht
door onderzoekers van het Armed
Forces Radiobiology Research Institute (AFRRI), een onderzoeksinstituut van het
Pentagon.
U meldt dat er uitgebreid
onderzoek is gedaan naar de gezondheidsrisico’s van DU. Dat veronderstelt dat
er ook epidemiologisch onderzoek is verricht. Dat is nu juist datgene wat nog
ontbreekt. U merkt het zelf op in de passage over het rapport van de Italiaanse
Senaatscommissie: “In het rapport wordt herhaaldelijk het ontbreken van
betrouwbare epidemiologische gegevens als belangrijkste knelpunt aangeduid.”
Het is hierbij van belang te benadrukken dat de Italiaanse onderzoekscommissie
het gebrek aan bewijs meer dáár aan wijt, dan dat ze twijfelt aan de
gezondheidsrisico’s van DU. Ofschoon door gebrek aan epidemiologische gegevens
nog geen oorzakelijk verband tussen blootstelling aan DU en kanker is aan te
tonen, is volgens prof. dr. Keith Baverstock (rondetafeloverleg van de vaste
Kamercommissie Defensie over DU, 14 februari jongstleden) glashelder dat de
aanwijzingen dat DU kanker kan er oorzaken overtuigend zijn.
Een groot deel van de hierboven
genoemde studies vergelijkt de effecten van DU met die van nikkel, dat wel een
erkend carcinogeen is. Net als DU is nikkel een zwaar metaal, maar niet
radioactief.
Heeft u kennisgenomen van genoemde
onderzoeken? Stemt u in met de resultaten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke
consequenties verbindt u hieraan?
U verklaart: “Als de blootstelling
aan gevaarlijke stoffen of processen die het optreden van ziekte kunnen
verklaren vaststaat, wordt een causaal verband aangenomen.” Wij zijn van mening
dat op basis van de publicaties van de wetenschappers van het Pentagon een
causaal verband aannemelijk is. Wij verzoeken de regering de aanname van een
causaal verband en het belang van nader epidemiologisch onderzoek te erkennen.
Tevens verzoeken wij de regering in EU- en NAVO-verband de noodzaak van een
moratorium op het gebruik van DU-wapens te bepleiten totdat nader
epidemiologisch onderzoek uitsluitsel heeft geboden over de gezondheidseffecten.Daarbij
merken wij op dat Nederland human
security hoog in het vaandel heeft staan en
daar hoort ook bij dat de levens van burgers in (post) conflictgebieden en / of
soldaten die vredesmissies uitvoeren niet door DU in gevaar gebracht mogen
worden. Ons verzoek sluit aan op een recente resolutie in het Europees
Parlement die oproept tot een moratorium op het gebruik van DU-wapens binnen de
EU en de NAVO en die met een overweldigende meerderheid van stemmen werd
aangenomen. Nederland is door de VN gevraagd een standpunt in te nemen inzake
DU. Die vraag kwam voort uit de Nederlandse stemhouding in de Eerste Commissie
van de VN naar aanleiding van een resolutie waarin wordt opgeroepen de risico’s
van DU nader te onderzoeken. Samen met vier andere landen stemde Nederland
tegen deze resolutie.6 De verontwaardiging hierover was bijna Kamerbreed. Het
drong tot de hele Kamer door dat het regeringsbeleid nader onderzoek blokkeert.
Het zou ons dan ook zeer bevreemden als in die analyse de resultaten van de in
deze brief genoemde publicaties onvermeld blijven. Dat zou betekenen dat
Nederland zelfs de behoefte aan nader onderzoek saboteert. Het gaat nog niet
eens om maatregelen, maar om onderzoek waar betrokken wetenschappers al
jarenlang om roepen. Als door wetenschappers is vastgesteld dat DU duidelijke
kenmerken bezit van een carcinogeen, is er alle reden om in navolging van
Italië een causaal verband aan te nemen en de bewijslast om te draaien op grond
van het waarschijnlijkheidscriterium en het belang van nader epidemiologisch
onderzoek in internationaal
verband aan te kaarten.
Tot slot: u meldt dat in 2004 op
de Vliehors saneringswerkzaamheden zijn uitgevoerd om DU-houdende munitie die
voor 1993 door NAVO-partners daar is gebruikt te verwijderen. Kunt uaangeven
hoe die operatie is uitgevoerd of het rapport van deze opruimingswerkzaamheden
overleggen?
Hoogachtend,
Jan Gruiters, directeur IKV Pax Christi
Herman Spanjaard, voorzitter Nederlandse Vereniging voor
Medische Polemologie (NVMP)
Ria
Verjauw, secretaris International Coalition to Ban Uranium Weapons (ICBUW)
Henk
van der Keur, DU campagneleider documentatie-
en onderzoekscentrum kernenergie – stichting Laka
Afschaffing
van alle kernwapens in de wereld
Aan: De minister van Buitenlandse Zaken
Dhr. M.J.M. Verhagen
Utrecht, 31-03-2008
Geachte minister Verhagen,
In de NRC van 27 maart lazen wij dat u, tijdens een discussiebijeenkomst in Den Haag over het Non-proliferatieverdrag, de afschaffing van alle kernwapens in de wereld hebt bepleit. Ook moeten de landen die al kernwapens hebben „serieuze stappen nemen in de richting van ontwapening en non-proliferatie”. Binnen de NAVO zou ook meer over nucleaire ontwapening en non-proliferatie moeten worden gesproken. U ziet ‘hoopvolle tekenen’ van een nieuw momentum voor kernontwapening. Dit komt voort uit ‘het groeiende besef dat kernwapens voor de landen die ze bezitten meer een blok aan het been zijn dan een nuttig bezit’. Voor het wereldwijde doel, afschaffing van kernwapens, hebben Amerika en Rusland de sleutel in handen. Zij moeten ernst maken met hun verplichting onder het verdrag om te werken aan de eliminatie van kernwapens.
De NVMP, vereniging voor gezondheidszorg en vredesvraagstukken, (Nederlandse afdeling van International Physicians for the Prevention of Nuclear War, winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede 1985) is bijzonder verheugd met uw heldere woorden. Wij hopen dan ook dat u deze met kracht naar voren wilt brengen tijdens de aanstaande NAVO-top in Boekarest (2-4 april). Daarbij zou ook het stilzwijgen rond de Amerikaanse kernwapens in Europa kunnen worden doorbroken. Zoals minister de Crem in België al liet weten liggen er op diverse plaatsen in NAVO-lidstaten, waaronder Nederland opgeslagen. Binnen de NAVO is afgesproken daarover geen mededelingen te doen. Ons inziens is het echter hoog tijd voor transparantie. Voor de kernwapens op Volkel geldt immers evenzo dat ze ‘meer een blok aan het been zijn dan een nuttig bezit’. Er bestaat feitelijk geen enkel bezwaar om deze Amerikaanse kernwapens terug te zenden naar het land van herkomst zoals Griekenland al in 2001 deed. Dergelijk kleine stappen kunnen van grote symbolische betekenis zijn voor het bereiken van ons einddoel; een wereld zonder kernwapens.
Hoogachtend,
H. O. Spanjaard, bedrijfsarts
Voorzitter NVMP
'Model Nuclear Weapons
Convention (MNWC)'
4 december, 2007
Aan: De minister van Buitenlandse Zaken
M.J.M. Verhagen
Postbus
20061
2500 EB Den Haag
Excellentie,
Deze week zullen Costa Rica en Maleisië tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de 'Model Nuclear Weapons Convention (MNWC)' ter tafel brengen. Wij vragen u of Nederland deze MNWC mede wil ondersteunen.
De tekst van de MNWC
, voor het eerst opgesteld in 1997 door deskundigen op het terrein van
internationaal recht, wetenschap, diplomatie, en ontwapeningsbeleid, is
bijgewerkt en herzien. De 2007-versie is door Maleisië en Costa Rica, tijdens de herzieningsconferentie van het
Non-Proliferatie Verdrag (NPV) in mei dit jaar, gepresenteerd.
De MNWC
toont aan dat nucleaire ontwapening , een vereiste voor het naleven van artikel
VI van het NPV, technisch en politiek haalbaar is en biedt daarbij een
praktisch stappenplan voor implementatie.
Het
MNWC concurreert niet met het NPV, ze vormt slechts de logische en noodzakelijk
invulling van de ontwapenings en non-proliferatie doelstellingen zoals
vastgelegd in het NPV.
Het
voorleggen van de MNWC aan de VN zou het stuk ter beschikking stellen aan alle
landen voor bestudering en discussie. Het zou een belangrijke stimulans vormen
voor onderhandelingen over wereldwijde nucleaire ontwapening.
Wij
vragen u met klem Nederlandse steun aan dit initiatief in overweging te nemen.
Hoogachtend,
Herman
O. Spanjaard, bedrijfsarts
Voorzitter
NVMP
========================================================================
VN-kernwapenresoluties
Aan: De minister van Buitenlandse Zaken
M.J.M. Verhagen
Postbus
20061
2500 EB Den Haag
Utrecht, 12 november 2007
Excellentie,
De NVMP,
vereniging voor gezondheidszorg en vredesvraagstukken, ontving informatie over
de wijze waarop de Nederlandse afvaardiging heeft gestemd over de verschillende
ontwerpresoluties die enige tijd geleden werden behandeld in de Ontwapeningscommissie
van de Algemene vergadering van de Verenigde Naties.
De NVMP is de Nederlandse afdeling van IPPNW, International Physicians for the Prevention of Nuclear War, de internationale artsenorganisatie die in 1985 de Nobelprijs voor de Vrede ontving voor haar werk. Tevens is de NVMP de Nederlandse steunorganisatie voor 'Mayors for Peace', het wereldwijde netwerk van burgemeesters onder leiding van Tadatoshi Akiba, burgemeester van Hiroshima, voorvechter van een wereld zonder kernwapens.
Wij stellen met tevredenheid vast dat een aantal belangrijke VN-ontwerpresoluties door de Nederlandse afvaardiging worden gesteund. Deze betreffen ondermeer het belang van kernwapenvrije zones, het vasthouden aan het algemeen teststopverdrag en het vermijden van de militarisering van de ruimte.
Wij zijn echter teleurgesteld over de Nederlandse tegenstemmen en onthoudingen bij de stemming over een aantal andere resoluties, die trachten het probleem van de kernwapens in onze wereld aan te pakken.
De voordracht, d.d. 18 oktober 2007, van de Nederlandse ambassadeur voor ontwapening, wapencontrole en non-proliferatie, Mr. Johannes C. Landman, spreekt zich positief uit over het artikel van George Schultz, William Perry, Henry Kissinger en Sam Nunn in de Wall Street Journal eerder dit jaar en het daarin genoemde nieuwe elan dat moet leiden tot een kernwapenvrije wereld. Het belang van bestaande verdragen zoals de 'Non-Proliferation Treaty' en de 'Comprehensive Test Ban Treaty' alsmede de lopende onderhandelingen binnen de 'Conference on Disarmament' worden benadrukt.
Vanuit die intentie verbaast het ons dat Nederland ontwerpresolutie A/C.1/62/L.8 heeft afgewezen. Deze resolutie roept op tot hernieuwde inspanningen om artikel VI van het NPV te implementeren, inbegrepen verdere pogingen van de kernmachten om unilateraal hun kernwapenvoorraden af te bouwen.
Ook verbaast het ons dat ontwerpresolutie A/C.1/62/L.36 is afgewezen. Deze grijpt terug naar het unanieme advies van het Internationaal Gerechtshof in 1996 waarin alle staten opgeroepen worden om onmiddellijk hun verplichtingen na te komen door het opstarten van multilaterale onderhandelingen over een kernwapenverdrag.
Verder zijn wij van mening dat steun voor ontwerpresolutie A/C.1/62/L.21 een teken zou zijn van de goede Nederlandse intenties daar waar het kernontwapening betreft. Deze belangrijke resolutie immers draagt de Algemene Vergadering op om de vijf Kernwapenstaten (onder het NPV) aan te manen hun kernwapens te “de-alerten” en te “de-targetten”. De lidstaten worden opgeroepen om de nodige maatregelen te nemen om de proliferatie van kernwapens te voorkomen en algehele ontwapening na te streven.
Tenslotte achten wij steun voor resolutie A/C.1/62/L.18/Rev.1 op zijn plaats. Hierin vraagt de secretaris-generaal om op de volgende zitting van de AV een rapport te brengen over de mogelijk schadelijke gevolgen op mens en omgeving van het gebruik van wapens en munitie die verarmd uranium bevatten.
Binnenkort vindt de stemming in de General Assembly plaats.
Wilt u overwegen om de Nederlandse stem zoals die is
uitgebracht in de First Committee in bovengenoemde resoluties te veranderen in
de door ons bepleitte richting?
Uiteraard zien wij uw reactie met belangstelling tegemoet. Er is behoefte aan een nieuw elan in het streven naar een kernwapenvrije wereld. Graag zouden wij de mogelijkheden hiertoe in een brede dialoog met u willen bediscussiëren. Burgemeester Akiba en ambassadeur Mr De Hond, voerden op 4 juli 2006 nog overleg over deze materie.
In het verleden was de NVMP medeorganisator van een drietal seminars in de Tweede Kamer ('Conference on Disarmament and Non-proliferation'(april 2000), 'Non-proliferation and NATO Nuclear Policy'(nov. 2000) en 'NMD: the end of deterrence?'(juni 2001)). Wellicht zijn er in de aanloop naar de NPT-Prepcom mogelijkheden voor een soortgelijk seminar? Wij hopen hier nog nader op terug te komen in een gesprek met het ministerie.
In afwachting van uw antwoord
verblijven wij, hoogachtend,
Herman O. Spanjaard, bedrijfsarts
Voorzitter NVMP
De volgende resoluties werden door de Nederlandse afgevaardigde goedgekeurd:
A/C.1/62/L.2: die Israël oproept om toe te treden tot het NPV, kernwapens af te zweren en zijn nucleaire installaties onder IAEA-controle te plaatsen.
A/C.1/62/L.30: herbevestigt het streven om kernwapens uit de wereld te bannen.
A/C.1/62/L.34: die alle staten, in het bijzonder deze in het bezit van ruimtetechnologie, oproept tot een vreedzaam gebruik van de ruimte en het voorkomen van een wapenwedloop in de ruimte.
A/C.1/62/L.28: een oproep tot het tekenen en ratificeren, zonder uitstel en zonder voorwaarden, van een algemeen teststopverdrag. Roept de AV op om alle kernmachten aan te sporen het moratorium op kernproeven aan te houden.
A/C.1/62/L.9: roept alle ondertekenaars van het NPV op om zich aan de verplichtingen van het verdrag te houden en maant de kernmachten aan om de stappen in de richting van ontwapening (die waren beloofd op de Herzieningsconferentie van 2000) te versnellen.
A/C.1/62/L.27 en A/C.1/62/L.19/Rev.1 : benadrukken het belang van kernwapenvrije zones als instrument voor de non-proliferatie en streven naar een uitbreiding van deze zones, die een stap is naar de totale verbanning van alle kernwapens.
Bij
de stemming over volgende resoluties ONTHIELD de Nederlandse afgevaardigde
zich:
A/C.1/62/L.44: deze resolutie vraagt effectieve bescherming van niet-kernwapenstaten tegen een aanval of dreiging met kernwapens.
A/C.1/62/L.29:
ook deze resolutie roept op om stappen te zetten om de inzetbaarheid van
kernwapens te verminderen, door vele duizenden kernwapens die vuur-klaar staan
van high-alert status af te brengen.
Bij
stemming over de volgende resoluties stemde de Nederlandse afgevaardigde TEGEN:
A/C.1/62/L.40: een ontwerpresolutie die ondermeer de kernwapenstaten oproept om effectieve ontwapeningsstappen te zetten met het oog op de afschaffing van kernwapens. Zij herbevestigt dat nucleaire ontwapening en non-proliferatie hand in hand gaan.
A/C.1/62/L.8: roept op tot hernieuwde inspanningen om artikel VI van het NPV te implementeren, inbegrepen verdere pogingen van de kernmachten om unilateraal hun kernwapenvoorraden af te bouwen, verhoogde transparantie wat de kernvoorraden betreft en vooruitgang in de ontwapening.
A/C.1/62/L.18/Rev.1: vraagt de secretaris-generaal om op de volgende zitting van de AV een rapport te brengen over de mogelijk schadelijke gevolgen op mens en omgeving van het gebruik van wapens en munitie die verarmd uranium bevatten.
A/C.1/62/L.23: betreft het gebruik van of het dreigen met kernwapens en verwijst naar de uitspraak van 1995 van het Internationaal Gerechtshof en naar een algemeen verbod op kernwapens als uiteindelijk doel.
A/C.1/62/L.36: grijpt terug naar het unanieme advies van het Internationaal Gerechtshof en roept alle staten op onmiddellijk hun verplichtingen na te komen door het opstarten van multilaterale onderhandelingen over een kernwapenverdrag.
A/C.1/62/L.21: deze belangrijke resolutie draagt de Algemene Vergadering op om de vijf Kernwapenstaten (onder het NPV) aan te manen hun kernwapens te “de-alerten” en te “de-targetten”. De lidstaten worden opgeroepen om de nodige maatregelen te nemen om de proliferatie van kernwapens te voorkomen en algehele ontwapening na te streven.
===============================================================================
Standpunt Nederland inzake 'Clusterbommen'
Aan: Minister-PresidentJ.P.Balkenende
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG
Utrecht, 11-12-2006
Betreft: Standpunt Nederland inzake 'Clusterbommen'
Geachte minister-president Balkenende,
De NVMP, vereniging voor Gezondheidszorg en Vredesvraagstukken, is erg blij met het initiatief van Noorwegen aangaande een verdrag ten aanzien van clusterbommen. 'Noorwegen organiseert in februari een internationale conferentie voor het uitbannen van clusterbommen. De Noren pakten de koe bij de horens, nadat een VN conferentie hierover gisteren geen overeenstemming kon bereiken. ‘De tijd is rijp voor een gezamenlijke inspanning om dit onmenselijke oorlogstuig te verbieden’, aldus de Noorse minister van buitenlandse zaken, Jonas Støre.'(bron: www.destentor.nl)
Nederland is hierbij geen mede-initiatiefnemer. Sterker nog: Nederland heeft zelfs het concept verdrag tegen clusterbommen niet ondertekend. Deze afzijdige rol heeft ons verbaasd gezien de vooraanstaande rol die Nederland bij het landmijnen verdrag gespeeld heeft.
De Nederlandse regering heeft de
afgelopen periode een dubbele houding ten aanzien van clusterbommen getoond. Aan de ene kant heeft
de regering zich meerdere malen uitgesproken tegen een verbod op
clustermunitie. Anderzijds investeert Nederland in
het opruimen van clusterbommen in conflictgebieden vanwege de risico’s ervan
voor de burgerbevolking. Ons is onduidelijk waarom de regering tot nu toe niet
is overtuigd door argumenten om het gebruik van clusterbommen af te zweren.
Wij
roepen Nederland op het gebruik, de opslag, de productie en het transport van
clustermunitie te stoppen. Daarnaast moet ons land zich sterk maken voor een
algeheel verbod op het gebruik van clusterbommen. De eigen voorraad
clustermunitie moet worden vernietigd en de hulp aan landen en individuen die
het slachtoffer zijn van deze bommen moet worden vergroot. Degenen die
clusterbommen gebruiken moeten de bommen opruimen, zorgen voor een goed werkend
waarschuwingssysteem en hulp bieden aan de slachtoffers.
Ons inziens betreft het hier een belangrijk onderwerp,
gericht op vredesbevorderende activiteiten zonder troepen in te zetten. Wij
vragen u dan ook hierover bij de kabinetsformatie afspraken te maken.
Met vriendelijke groet.
H.O. Spanjaard, bedrijfsarts, voorzitter NVMP
=================================================================
Aan: Minister-president J.P.Balkenende
Betreft: Het standpunt van de Franse President Chirac inzake inzet kernwapens.
C.C. Minister van Defensie H.G.J. Kamp
Utrecht, 26 januari 2006
Excellentie,
De Franse president Jacques Chirac heeft 19 januari jl. gedreigd kernwapens in te zetten tegen staten die hun toevlucht nemen tot terrorisme of die van plan zijn massavernietigingswapens te gebruiken.
Het is voor het eerst dat Frankrijk het gebruik van zijn ‘force de frappe’ in verband brengt met terrorisme. Chirac deed dat in het kader van een herdefinitie van de „vitale belangen” die Frankrijk door nucleaire afschrikking wenst te beschermen
Onze vereniging de NVMP, gezondheidszorg en vredesvraagstukken, heeft in een brief aan de Franse president inmiddels haar ontstemming kenbaar gemaakt over deze uitspraken.
In de (inter)nationale media worden de woorden van Chirac eveneens van vraagtekens voorzien. Het gebruik van kernwapens moet onbespreekbaar blijven. 'Een passende nucleaire tegenaanval', zorgt voor een doemscenario waar wij als gezondheidswerkers niet aan moeten denken. De enig werkzame preventie tegen kernwapens is het afschaffen van deze gevaarlijke wapens.
Wij vragen ons af in hoeverre de Nederlandse regering de uitspraken van president Chirac afwijst dan wel veroordeeld. Frankrijk is per slot van rekening een NAVO-lidstaat. Vallen Chirac's uitspraken binnen de grenzen van het NAVO-kernwapenbeleid of zijn zij daarmee strijdig?
Gaarne zouden wij een reactie van u ontvangen op deze verontrustende uitspraken.
Hoogachtend,
H.O. Spanjaard
Voorzitter NVMP
==========================================================
Aan: Minister-President J.P. Balkenende
Utrecht, 15-03-2005
Excellentie,
De besturen van de NVMP, vereniging voor gezondheidszorg en
vredesvraagstukken, en de Johannes Wier Stichting, gezondheidszorg en
mensenrechten, maken zich ernstig zorgen over de mogelijk aanstaande inzet van
Nederlandse commando's in Afghanistan. Het is de eerste keer dat
Nederlandse militairen ingezet worden bij directe oorlogshandelingen. Tot nu
toe namen zij alleen deel aan internationale vredesoperaties.
De commando's worden
ingezet bij 'Operation Enduring Freedom'. Die missie is een
direct gevolg van de aanslagen in de VS op 11 september 2001. De NAVO heeft die
aanvallen betiteld als een aanval op alle lidstaten en de Nederlandse bijdrage
in Afghanistan is hier een consequentie van, zo luidt de verklaring.
Gaarne willen wij u de
volgende vragen voorleggen:
1) Eén van de hoofdtaken
van de Nederlandse militairen wordt het
opsporen van 'terroristen' en deze doorleveren ('rendention') aan Amerikanen. Indien gevangenen naar
Guantanamo Bay worden gestuurd, op welke wijze kan de Nederlandse regering
garanderen dat de Geneefse Conventies zullen worden nageleefd?
2) Welk verband is er tussen terroristische bedreigingen
voor en binnen Nederland en het uitzenden van troepen naar Afghanistan? Werken
terroristen 'daar' en 'hier' samen in een aantoonbaar netwerk?
Onze verenigingen, die geen politieke kleur hebben, ondersteunen
de inhoudelijke argumenten die in de Tweede kamer naar voren zijn gebracht en
die aansluiten op de doelen van onze verenigingen waarbij vanuit medisch
perspectief in ieder geval het internationale humanitaire recht geen geweld
wordt aangedaan en waarbij de positie van krijgsgevangenen onder de Geneefse
conventies gerespecteerd dient te worden.
Hoogachtend,
H.O. Spanjaard,
Voorzitter NVMP
D. Tavenier,
Voorzitter Johannes Wier Stichting
C.c. Kamercommissies Defensie en Buitenlandse Zaken
==============================================
Aan: Minister-president J.P. Balkenende
Utrecht, 3-12-2004
Betreft: Zorgwekkend niveau Irakese
gezondheidszorg
Excellentie,
Graag brengen
we onder uw aandacht de volgende kwestie, die ons grote zorgen baart. Volgens
een drietal recente rapporten bevindt de gezondheid van de Irakese bevolking
zich in een dalende lijn.
Een
groot aantal Irakese burgers zijn gedood door oorlogshandelingen; de medische
infrastructuur is deels verwoest en nog niet herbouwd; en het kindersterfte
cijfer blijft onrustbarend hoog.
Het
rapport on the Lancet 'Mortality before and after the 2003 invasion in Iraq'
constateert met behulp van een cluster-onderzoek een zorgwekkend hoog aantal
burgerslachtoffers ten gevolge van het geweld in Irak.
Het
rapport 'Enduring effects of war' van onze Engelse zusterorganisatie
Medact, schets een beeld van verstrekkende chaos en instorting van de
gezondheidszorg als zodanig.
Als
medische organisatie die zich inzet voor vrede en gezondheidszorg willen wij er
bij u op aandringen stappen te ondernemen om de Irakese burgerbevolking te
helpen.
Het
ligt wellicht voor de hand om dat zo mogelijk te doen in uw huidige functie als
voorzitter van de EU.
Gezien
de noodsituatie verzoeken wij u dringend maatregelen te treffen die tot een
zinvolle hulpverlening aan de Irakese bevolking kunnen leiden.
Hoogachtend,
H.O.
Spanjaard
voorzitter
NVMP
=========================================================
Aan: Minister-president J.P. Balkenende
Postbus 20001
2500 EA Den Haag
Betreft:
Schending
mensenrechten Irakese gevangenen
Verontrustend zijn verklaringen van betrokken soldaten als Lyndie England dat deze misstanden geen incidenten betroffen maar er sprake was van 'beleidsmatig' handelen in opdracht van superieuren.
In
de New Yorker van 24 mei jl. wordt evenzo gesteld dat de mishandelingen niet te
wijten waren aan misstappen van enkele soldaten maar aan een vorig jaar
door minister van defensie Donald Rumsfeld goedgekeurd beleid
dat fysieke dwangmiddelen en seksuele vernederingen toelaat om informatie van
Al Kaida leden en, blijkens dit
geval, Irakese gevangenen los te krijgen.
Dit
gedrag moet aangemerkt worden als een oorlogsmisdaad. Naar onze mening dient de
Nederlandse regering krachtig stelling te nemen tegen deze acties alsmede af te
zien van handelingen die tot steun aan deze acties zouden kunnen leiden.
- Wat is uw verklaring voor deze misstanden en op welke wijze en wanneer zult u de handelwijze van
de Amerikaanse en Engelse militairen publiekelijk en scherp veroordelen?
- Op welke wijze en door wie worden de Nederlandse militairen begeleid en getoetst op de handhaving van het oorlogsrecht en het humanitaire recht met betrekking tot de behandeling van gevangenen?
-
Hoe wordt gerapporteerd en aan wie wanneer schendingen van deze rechten, ten
aanzien van door hen aan Amerikanen of Britten overgedragen gevangenen, worden
gesignaleerd?
D. Tavenier, voorzitter Johannes Wier Stichting
================================================================
Aan: de Minister van Defensie de heer H.G.J. Kamp
Ministerie van Defensie
Postbus 20701, 2500 ES DEN HAAG
c.c. Minister van Buitenlandse Zaken dhr. B. Bot
Utrecht, 22-04-2004
Excellentie,
In een eerder schrijven d.d. 18 maart 2004 sprak onze vereniging de NVMP, vereniging voor gezondheidszorg en vredesvraagstukken, en Nederlandse afdeling van de International Physicians for the Prevention of Nuclear War (IPPNW, winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede in 1985) haar zorg uit over de gezondheidssituatie in Irak. Helaas ontvingen wij nog geen antwoord op de daarin gestelde vragen. Een kopie van die brief sluit ik bij.
Inmiddels zijn er zorgwekkende ontwikkelingen gaande in Irak. De gewelddadigheden rond met name Fallujah hebben honderden burgerslachtoffers geëist.
Inzake de algemene gezondheidssituatie sluiten wij een rapport bij van Dr. Geert Van Moorter, de Vlaamse arts die tijdens de oorlog in Bagdad verbleef en berichtte over het lijden van het Irakese volk. Van Moorter is in maart 2004 teruggekeerd naar Bagdad en Basra en schetst een uiterst zorgwekkende situatie.
Ook met betrekking tot de aanwezigheid van verarmd uranium is er sprake van een toenemend probleem. Met betrekking tot de Nederlandse troepen in Al Muthanna stelt de gezaghebbende organisatie RISQ (http://www.risq.org) dat ook onze militairen vrijwel zeker in contact zijn gekomen met verarmd uranium.
Met betrekking tot bovenstaande zaken willen wij u, aanvullend op ons schrijven van 18-03-04, nadere informatie vragen:
- Zijn er positieve effecten van de humanitaire en wederopbouwactiviteiten door de Nederlandse militairen in de provincie Al Muthanna op het gezondheidsniveau van de bevolking in Al Muthanna? Of onderschrijft u in grote lijnen de zorgwekkende situatie zoals die door dr. Van Moorter is beschreven?
- In een brief aan de Stichting Laka (G/2003004583 ) heeft uw ministerie laten weten 'De kans dat militair personeel in Irak wordt blootgesteld aan een dosis verarmd uranium, die zou kunnen leiden tot gezondheidsschade, wordt als minimaal beoordeeld'. Blijft u in het licht van de huidige omstandigheden bij deze mening?
- Worden Nederlandse militairen gecontroleerd op een verhoogd niveau van verarmd uranium in hun lichaam? Zo ja wat zijn daarvan de resultaten?
Wij zouden uw reactie op deze vragen zeer op prijs stellen.
Met vriendelijke groet,
H.O. Spanjaard, Voorzitter NVMP
c.c. Minister van Buitenlandse zaken dhr. B. Bot
================================================================
Aan: de Minister van Defensie de heer H.G.J. Kamp
Ministerie van Defensie
Postbus 20701, 2500 ES DEN HAAG
Utrecht, 18-03-2004
Excellentie,
Vorig jaar voorafgaande en tijdens de 'preventieve oorlog' tegen Irak heeft onze vereniging de NVMP, vereniging voor gezondheidszorg en vredesvraagstukken, en Nederlandse afdeling van de International Physicians for the Prevention of Nuclear War (IPPNW, winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede in 1985) haar grote zorg uitgesproken over de rampzalige humanitaire gevolgen van een dergelijk ingrijpen.
Nu een jaar later bereiken ons wederom zorgwekkende berichten over de gezondheidssituatie in Irak.
Omdat de Nederlandse militairen in de provincie Al Muthanna zich juist bezighouden met humanitaire en wederopbouwactiviteiten willen wij u daaromtrent nadere informatie vragen.
- Hoe is het gesteld met het gezondheidsniveau van de bevolking in Al Muthanna en wat is de huidige toestand van basisvoorzieningen als drinkwater, rioleringen en medische zorg (ziekenhuizen)?
- Inmiddels is de voedselvoorziening door middel van het 'Oil for food' programma overgedragen aan de Coalition Provisional Authority (CPA). Heeft dat consequenties gehad op voeding en gezondheidsniveau?
- Hoe wordt bevorderd dat bij het herstel van de gezondheidszorg alle Irakese burgers toegang krijgen tot een basisniveau van medische zorg?
- Er blijkt munitie met verarmd uranium in Al Muthanna te zijn gebruikt. Is bekend in welke gebieden het verarmd uranium ligt en wordt de locale bevolking aldaar gecontroleerd op schadelijke gevolgen?
Wij zouden uw reactie op deze vragen zeer op prijs stellen.
Met vriendelijke groet,
H.O. Spanjaard, Voorzitter NVMP
c.c. Kamercommissies Buitenlandse zaken en Defensie
==============================================================
Aan: de heer J.P. Balkenende, CDA
de heer W. Bos, PvdA
Onderwerp: Vraagtekens bij een Oorlog tegen Irak
Utrecht, 27-01-2003
Geachte heer Bos,
De NVMP, vereniging voor gezondheidszorg en vredesvraagstukken, feliciteert u van harte met de verkiezingsresultaten van uw partij op 22 januari.
De komende formatieperiode zal veel van uw aandacht vragen. Helaas zijn er zaken die van zoveel belang zijn dat zij niet kunnen wachten totdat een nieuw kabinet is gevormd.
De dreigende oorlog tegen Irak is hiervan een voorbeeld.
Onze vereniging maakt zich ernstig zorgen over de, medische, gevolgen van zo'n oorlog .
Het gaat immers niet alleen om het 'opruimen' van massavernietigingswapens (waarvoor op dit moment nog geen overtuigend bewijs is gevonden) of het omverwerpen van het regime van Saddam Hoessein maar ook om een humanitaire ramp voor de Irakese bevolking.
De volgende zaken spelen:
A) de Irakese bevolking lijdt al meer dan tien jaar onder sancties die de
VN tegen het regime heeft ingesteld. Al meer dan 1 miljoen Irakese burgers ,
vooral kinderen, werden hiervan het slachtoffer. Het land is afgegleden naar de
status van een ontwikkelingsland. Dit volk is voor haar overleven aangewezen op door de VN gecontroleerde
humanitaire hulp. Deze hulp zal door een oorlog ernstig in gevaar worden
gebracht (Bron: UNDP 'The Humanitarian Programme in Iraq', 19 sept. 2002).
B)
Een uitgelekt VN-rapport ('Likely Humanitarian Scenarios') gedateerd 10
december 2002, spreekt van vele
duizenden burgerslachtoffers, een crisis op het gebied van de
voedselvoorziening en het uitbreken van epidemieën met pandemische omvang. Het
hoofd van de VN vluchtelingenorganisatie Ruud Lubbers sprak op grond van dit
rapport ook zijn zorg uit over de gevolgen van een oorlog.
C) Een studie naar de aanwezigheid van verarmd uranium in Afghanistan
('Uranium Contamination in Afghanistan' van het Uranium Medical Research
Centre) heeft verontrustende resultaten opgeleverd. Verarmd uranium wordt
gebruikt in granaten en veroorzaakt als uraniumstof ernstige gezondheidsschade,
ook vele jaren nadat de vrede is getekend. Het is hoogst waarschijnlijk dat
tegen Irak ook wapens met verarmd uranium worden ingezet.
D) De VS heeft het gebruik van kernwapens als aanvalswapen tegen Irak
niet uitgesloten. Het afgelopen jaar heeft de Amerikaanse regering bevestigd
dat ze deze mogelijkheid openhoudt.
Wij vragen ons af hoe zwaar u deze desastreuze gevolgen meeweegt in het
Nederlandse standpunt inzake een oorlog tegen Irak?
In afwachting van uw reactie verblijf ik,
Hoogachtend,
H.O. Spanjaard, arts.
Voorzitter NVMP
Aan: de minister van Buitenlandse Zaken
Mr. J.G. de Hoop Scheffer
Utrecht, 12-09-2002
Excellentie,
Met ontsteltenis hebben wij kennis genomen van de Nederlandse steun aan de, militaire, plannen van de Verenigde Staten inzake Irak.
De VS moeten als 'ultimum remedium' een oorlog tegen Irak kunnen beginnen, indien Irak blijft weigeren de VN-wapeninspecteurs onvoorwaardelijk toe te laten. Toestemming van de VN-veiligheidsraad voor militair ingrijpen is wenselijk, maar niet noodzakelijk.
Hiermee kiest ons land de zijde van de Amerikanen en Britten en keert ze zich tegen andere Europese partners als Frankrijk en Duitsland.
De NVMP, vereniging voor gezondheidszorg en vredesvraagstukken, en Nederlandse afdeling van de International Physicians for the Prevention of Nuclear War (IPPNW), is van mening dat militaire interventie niet de juiste manier is om het probleem van massavernietigingswapens in Irak op te lossen.
Gezien de spanningen in het Midden-Oosten kan een
aanval tot een volledige destabilisatie in de regio leiden alsook de
polarisatie tussen het Westen en de Islamitische wereld verder aanwakkeren.
Gezwegen wordt over de gevolgen van een nieuwe
aanval voor het Irakese volk dat al meer dan tien jaar lijdt onder sancties en
oorlog.
In de eerste
Golfoorlog werden tussen de 2.500-3.500 burgers gedood als gevolg van de
bombardement tezamen met tussen de
50.000-100.000 Irakese soldaten.
Nog eens 111.000
burgers stierven in de nasleep door gezondheidseffecten veroorzaakt door de
destructie van infrastructuur en elektriciteitscentrales hetgeen leidde tot het
in elkaar storten van waterzuiveringssystemen en rioleringen. Hierdoor braken epidemieën uit als cholera, tyfus ,
malaria, polio, en hepatitis. Onder de
slachtoffers bevonden zich 70.000 kinderen jonger dan 15 jaar.
UNICEF heeft
gerapporteerd dat de gecombineerde
effecten van Golfoorlog en tien jaar van economische sancties geresulteerd
hebben in de dood van 500.000 kinderen
ten gevolge van ondervoeding, diarree en andere te voorkomen ziekten. Aan
Amerikaanse en geallieerde zijde sneuvelden 350 militairen en werden naar
schatting 25.000 veteranen getroffen door het 'Golfoorlog syndroom'.
Wij vragen Amerika en de landen, zoals Nederland, die
hen steunen rekening te houden met het onmetelijke menselijke leed dat zij
zullen veroorzaken door een nieuwe oorlog.
Bovenstaande argumenten in ogenschouw nemend
zijn wij van mening dat voor een
niet-militaire oplossing van het probleem van massavernietigings-wapens in Irak
dient te worden gekozen.
Hoogachtend,