STANDPUNT NEDERLAND INZAKE VERARMD URANIUM

 

 

 

Aan:    Drs. J.G. de Vries

Postbus 20701

2500 ES Den Haag

27 mei 2008

Excellentie drs. J.G. de Vries,

 

Met veel belangstelling hebben IKV Pax Christi, de Nederlandse Vereniging voor Medische Polemologie, de International Coalition to Ban Uranium Weapons en het documentatie- en onderzoekscentrum kernenergie stichting Laka kennisgenomen van uw brief van 28 april jongstleden aan de Tweede Kamer inzake verarmd uranium (DU).

Uit de beantwoording van Kamervragen blijkt dat Nederland door het VN Ontwapeningskantoor (UNODA) gevraagd is een standpunt in te nemen inzake DU. Onze organisaties maken zich ernstige zorgen over het te nemen Nederlandse standpunt. In uw antwoorden aan de Kamer missen wij de meest relevante en recente onderzoeken. Hierin wordt vastgesteld dat DU langdurig in het lichaam aanwezig blijft en dat blootstelling aan DU in verband wordt gebracht met het ontstaan van kanker. Het eerste is vastgesteld onder oud-werknemers en omwonenden van een munitiefabriek in de VS (2007) waar tot 1980 DU-munitie werd geproduceerd. De slecht oplosbare verbrande uraniumdeeltjes blijken niet - zoals altijd is beweerd – na één jaar het lichaam te

verlaten, maar decennialang in het lichaam te blijven.1 Het tweede betreft nieuwe relevante wetenschappelijke inzichten over de effecten van DU op lichaamscellen en proefdieren: twintig publicaties in de peer-reviewed literatuur.2 U verwijst naar de rapporten van de Royal Society (maart 2002)3 om aan te tonen dat de kans op ernstige ziektes als gevolg van inwendige besmetting met DU nihil is. De publicaties die wij hier aan de orde stellen dateren echter van na maart 2002. Deze studies tonen aan dat cellen die blootstaan aan DU ontregeld raken en kunnen transformeren tot tumorproducerende cellen. De teweeggebrachte chromosomale afwijkingen vertonen veel overeenkomsten met de uitwerking een carcinogeen. Deze wetenschap is van groot belang voor

het vormen van een standpunt. Opvallend is dat de meeste studies uit onverwachte hoek komen: ze zijn verricht door onderzoekers van het Armed Forces Radiobiology Research Institute (AFRRI), een onderzoeksinstituut van het Pentagon.

U meldt dat er uitgebreid onderzoek is gedaan naar de gezondheidsrisico’s van DU. Dat veronderstelt dat er ook epidemiologisch onderzoek is verricht. Dat is nu juist datgene wat nog ontbreekt. U merkt het zelf op in de passage over het rapport van de Italiaanse Senaatscommissie: “In het rapport wordt herhaaldelijk het ontbreken van betrouwbare epidemiologische gegevens als belangrijkste knelpunt aangeduid.” Het is hierbij van belang te benadrukken dat de Italiaanse onderzoekscommissie het gebrek aan bewijs meer dáár aan wijt, dan dat ze twijfelt aan de gezondheidsrisico’s van DU. Ofschoon door gebrek aan epidemiologische gegevens nog geen oorzakelijk verband tussen blootstelling aan DU en kanker is aan te tonen, is volgens prof. dr. Keith Baverstock (rondetafeloverleg van de vaste Kamercommissie Defensie over DU, 14 februari jongstleden) glashelder dat de aanwijzingen dat DU kanker kan er oorzaken overtuigend zijn.

Een groot deel van de hierboven genoemde studies vergelijkt de effecten van DU met die van nikkel, dat wel een erkend carcinogeen is. Net als DU is nikkel een zwaar metaal, maar niet radioactief.

Heeft u kennisgenomen van genoemde onderzoeken? Stemt u in met de resultaten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan?

U verklaart: “Als de blootstelling aan gevaarlijke stoffen of processen die het optreden van ziekte kunnen verklaren vaststaat, wordt een causaal verband aangenomen.” Wij zijn van mening dat op basis van de publicaties van de wetenschappers van het Pentagon een causaal verband aannemelijk is. Wij verzoeken de regering de aanname van een causaal verband en het belang van nader epidemiologisch onderzoek te erkennen. Tevens verzoeken wij de regering in EU- en NAVO-verband de noodzaak van een moratorium op het gebruik van DU-wapens te bepleiten totdat nader epidemiologisch onderzoek uitsluitsel heeft geboden over de gezondheidseffecten.Daarbij merken wij op dat Nederland human security hoog in het vaandel heeft staan en daar hoort ook bij dat de levens van burgers in (post) conflictgebieden en / of soldaten die vredesmissies uitvoeren niet door DU in gevaar gebracht mogen worden. Ons verzoek sluit aan op een recente resolutie in het Europees Parlement die oproept tot een moratorium op het gebruik van DU-wapens binnen de EU en de NAVO en die met een overweldigende meerderheid van stemmen werd aangenomen. Nederland is door de VN gevraagd een standpunt in te nemen inzake DU. Die vraag kwam voort uit de Nederlandse stemhouding in de Eerste Commissie van de VN naar aanleiding van een resolutie waarin wordt opgeroepen de risico’s van DU nader te onderzoeken. Samen met vier andere landen stemde Nederland tegen deze resolutie.6 De verontwaardiging hierover was bijna Kamerbreed. Het drong tot de hele Kamer door dat het regeringsbeleid nader onderzoek blokkeert. Het zou ons dan ook zeer bevreemden als in die analyse de resultaten van de in deze brief genoemde publicaties onvermeld blijven. Dat zou betekenen dat Nederland zelfs de behoefte aan nader onderzoek saboteert. Het gaat nog niet eens om maatregelen, maar om onderzoek waar betrokken wetenschappers al jarenlang om roepen. Als door wetenschappers is vastgesteld dat DU duidelijke kenmerken bezit van een carcinogeen, is er alle reden om in navolging van Italië een causaal verband aan te nemen en de bewijslast om te draaien op grond van het waarschijnlijkheidscriterium en het belang van nader epidemiologisch onderzoek in internationaal

verband aan te kaarten.

Tot slot: u meldt dat in 2004 op de Vliehors saneringswerkzaamheden zijn uitgevoerd om DU-houdende munitie die voor 1993 door NAVO-partners daar is gebruikt te verwijderen. Kunt uaangeven hoe die operatie is uitgevoerd of het rapport van deze opruimingswerkzaamheden overleggen?

 

Hoogachtend,

 

Jan Gruiters, directeur IKV Pax Christi

Herman Spanjaard, voorzitter Nederlandse Vereniging voor Medische Polemologie (NVMP)

Ria Verjauw, secretaris International Coalition to Ban Uranium Weapons (ICBUW)

Henk van der Keur, DU campagneleider documentatie- en onderzoekscentrum kernenergie – stichting Laka

 

 

Afschaffing van alle kernwapens in de wereld

 

 

Aan:    De minister van Buitenlandse Zaken

           Dhr. M.J.M. Verhagen

 

Utrecht, 31-03-2008

 

Geachte minister Verhagen,

In de NRC van 27 maart lazen wij dat u, tijdens een discussiebijeenkomst in Den Haag over het Non-proliferatieverdrag, de afschaffing van alle kernwapens in de wereld hebt bepleit. Ook moeten de landen die al kernwapens hebben „serieuze stappen nemen in de richting van ontwapening en non-proliferatie”. Binnen de NAVO zou ook meer over nucleaire ontwapening en non-proliferatie moeten worden gesproken. U ziet ‘hoopvolle tekenen’ van een nieuw momentum voor kernontwapening. Dit komt voort uit ‘het groeiende besef dat kernwapens voor de landen die ze bezitten meer een blok aan het been zijn dan een nuttig bezit’. Voor het wereldwijde doel, afschaffing van kernwapens, hebben Amerika en Rusland de sleutel in handen. Zij moeten ernst maken met hun verplichting onder het verdrag om te werken aan de eliminatie van kernwapens.

De NVMP, vereniging voor gezondheidszorg en vredesvraagstukken, (Nederlandse afdeling van International Physicians for the Prevention of Nuclear War, winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede 1985) is bijzonder verheugd met uw heldere woorden. Wij hopen dan ook dat u deze met kracht naar voren wilt brengen tijdens de aanstaande NAVO-top in Boekarest (2-4 april). Daarbij zou ook het stilzwijgen rond de Amerikaanse kernwapens in Europa kunnen worden doorbroken. Zoals minister de Crem in België al liet weten liggen er op diverse plaatsen in NAVO-lidstaten, waaronder Nederland opgeslagen. Binnen de NAVO is afgesproken daarover geen mededelingen te doen. Ons inziens is het echter hoog tijd voor transparantie. Voor de kernwapens op Volkel geldt immers evenzo dat ze ‘meer een blok aan het been zijn dan een nuttig bezit’. Er bestaat feitelijk geen enkel bezwaar om deze Amerikaanse kernwapens terug te zenden naar het land van herkomst zoals Griekenland al in 2001 deed. Dergelijk kleine stappen kunnen van grote symbolische betekenis zijn voor het bereiken van ons einddoel; een wereld zonder kernwapens.

Hoogachtend,

 

H. O. Spanjaard, bedrijfsarts

Voorzitter NVMP

 

'Model Nuclear Weapons Convention (MNWC)'

 

 

4 december, 2007

  

Aan:    De minister van Buitenlandse Zaken

M.J.M. Verhagen

           Postbus 20061

2500 EB Den Haag

 

Excellentie,

 

Deze week zullen Costa Rica en Maleisië tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de 'Model Nuclear Weapons Convention (MNWC)' ter tafel brengen. Wij vragen u of Nederland deze MNWC mede wil ondersteunen.

 

De tekst van de MNWC , voor het eerst opgesteld in 1997 door deskundigen op het terrein van internationaal recht, wetenschap, diplomatie, en ontwapeningsbeleid, is bijgewerkt en herzien. De 2007-versie is door Maleisië en Costa Rica,  tijdens de herzieningsconferentie van het Non-Proliferatie Verdrag (NPV) in mei dit jaar, gepresenteerd.

De MNWC toont aan dat nucleaire ontwapening , een vereiste voor het naleven van artikel VI van het NPV, technisch en politiek haalbaar is en biedt daarbij een praktisch stappenplan voor implementatie.

Het MNWC concurreert niet met het NPV, ze vormt slechts de logische en noodzakelijk invulling van de ontwapenings en non-proliferatie doelstellingen zoals vastgelegd in het NPV.

 

Het voorleggen van de MNWC aan de VN zou het stuk ter beschikking stellen aan alle landen voor bestudering en discussie. Het zou een belangrijke stimulans vormen voor onderhandelingen over wereldwijde nucleaire ontwapening.

 

Wij vragen u met klem Nederlandse steun aan dit initiatief in overweging te nemen.

 

Hoogachtend,

 

 

 

Herman O. Spanjaard, bedrijfsarts

Voorzitter NVMP

========================================================================

 

VN-kernwapenresoluties

 

 

Aan:    De minister van Buitenlandse Zaken

M.J.M. Verhagen

           Postbus 20061

2500 EB Den Haag

 

Utrecht, 12 november 2007

 

 Excellentie,

  

De NVMP, vereniging voor gezondheidszorg en vredesvraagstukken, ontving informatie over de wijze waarop de Nederlandse afvaardiging heeft gestemd over de verschillende ontwerpresoluties die enige tijd geleden werden behandeld in de Ontwapeningscommissie van de Algemene vergadering van de Verenigde Naties.

 

De NVMP is de Nederlandse afdeling van IPPNW, International Physicians for the Prevention of Nuclear War, de internationale artsenorganisatie die in 1985 de Nobelprijs voor de Vrede ontving voor haar werk. Tevens is de NVMP de Nederlandse steunorganisatie voor 'Mayors for Peace', het wereldwijde netwerk van burgemeesters onder leiding van Tadatoshi Akiba, burgemeester van Hiroshima, voorvechter van een wereld zonder kernwapens.

 

Wij stellen met tevredenheid vast dat een aantal belangrijke VN-ontwerpresoluties door de Nederlandse afvaardiging worden gesteund. Deze betreffen ondermeer het belang van kernwapenvrije zones, het vasthouden aan het algemeen teststopverdrag en het vermijden van de militarisering van de ruimte.

 

Wij zijn echter teleurgesteld over de Nederlandse tegenstemmen en onthoudingen bij de stemming over een aantal andere resoluties, die trachten het probleem van de kernwapens in onze wereld aan te pakken.

 

De voordracht, d.d. 18 oktober 2007,  van de Nederlandse ambassadeur voor ontwapening, wapencontrole en non-proliferatie, Mr. Johannes C. Landman, spreekt zich positief uit over het artikel van George Schultz, William Perry, Henry Kissinger en Sam Nunn in de Wall Street Journal eerder dit jaar en het daarin genoemde nieuwe elan dat moet leiden tot een kernwapenvrije wereld. Het belang van bestaande verdragen zoals de 'Non-Proliferation Treaty' en de 'Comprehensive Test Ban Treaty' alsmede de lopende onderhandelingen binnen de 'Conference on Disarmament' worden benadrukt.

Vanuit die intentie verbaast het ons dat Nederland ontwerpresolutie A/C.1/62/L.8 heeft afgewezen. Deze resolutie roept op tot hernieuwde inspanningen om artikel VI van het NPV te implementeren, inbegrepen verdere pogingen van de kernmachten om unilateraal hun kernwapenvoorraden af te bouwen.

Ook verbaast het ons dat ontwerpresolutie A/C.1/62/L.36 is afgewezen. Deze grijpt terug naar het unanieme advies van het Internationaal Gerechtshof in 1996 waarin alle staten opgeroepen worden om onmiddellijk hun verplichtingen na te komen door het opstarten van multilaterale onderhandelingen over een kernwapenverdrag.

Verder zijn wij van mening dat steun voor ontwerpresolutie A/C.1/62/L.21 een teken zou zijn van de goede Nederlandse intenties daar waar het kernontwapening betreft. Deze belangrijke resolutie immers draagt de Algemene Vergadering op om de vijf Kernwapenstaten (onder het NPV) aan te manen hun kernwapens te “de-alerten” en te “de-targetten”. De lidstaten worden opgeroepen om de nodige maatregelen te nemen om de proliferatie van kernwapens te voorkomen en algehele ontwapening na te streven.

Tenslotte achten wij steun voor resolutie A/C.1/62/L.18/Rev.1 op zijn plaats. Hierin vraagt de secretaris-generaal om op de volgende zitting van de AV een rapport te brengen over de mogelijk schadelijke gevolgen op mens en omgeving van het gebruik van wapens en munitie die verarmd uranium bevatten.

 

Binnenkort vindt de stemming in de General Assembly plaats.

Wilt u overwegen om de Nederlandse stem zoals die is uitgebracht in de First Committee in bovengenoemde resoluties te veranderen in de door ons bepleitte richting?

Uiteraard zien wij uw reactie met belangstelling tegemoet. Er is behoefte aan een nieuw elan in het streven naar een kernwapenvrije wereld. Graag zouden wij de mogelijkheden hiertoe in een brede dialoog met u willen bediscussiëren. Burgemeester Akiba en ambassadeur Mr De Hond, voerden op 4 juli 2006 nog overleg over deze materie.

In het verleden was de NVMP medeorganisator van een drietal seminars in de Tweede Kamer ('Conference on Disarmament and Non-proliferation'(april 2000), 'Non-proliferation and NATO Nuclear Policy'(nov. 2000) en 'NMD: the end of deterrence?'(juni 2001)). Wellicht zijn er in de aanloop naar de NPT-Prepcom mogelijkheden voor een soortgelijk seminar? Wij hopen hier nog nader op terug te komen in een gesprek met het ministerie.

 

 In afwachting van uw antwoord verblijven wij, hoogachtend,

  

Herman O. Spanjaard, bedrijfsarts

Voorzitter NVMP

 

De volgende resoluties werden door de Nederlandse afgevaardigde goedgekeurd:

 

A/C.1/62/L.2: die Israël oproept om toe te treden tot het NPV, kernwapens af te zweren en zijn nucleaire installaties onder IAEA-controle te plaatsen.

 

A/C.1/62/L.30: herbevestigt het streven om kernwapens uit de wereld te bannen.

 

A/C.1/62/L.34: die alle staten, in het bijzonder deze in het bezit van ruimtetechnologie, oproept tot een vreedzaam gebruik van de ruimte en het voorkomen van een wapenwedloop in de ruimte.

 

A/C.1/62/L.28: een oproep tot het tekenen en ratificeren, zonder uitstel en zonder voorwaarden, van een algemeen teststopverdrag. Roept de AV op om alle kernmachten aan te sporen het moratorium op kernproeven aan te houden.

 

A/C.1/62/L.9: roept alle ondertekenaars van het NPV op om zich aan de verplichtingen van het verdrag te houden en maant de kernmachten aan om de stappen in de richting van ontwapening (die waren beloofd op de Herzieningsconferentie van 2000) te versnellen.

 

A/C.1/62/L.27 en A/C.1/62/L.19/Rev.1 : benadrukken het belang van kernwapenvrije zones als instrument voor de non-proliferatie en streven naar een uitbreiding van deze zones, die een stap is naar de totale verbanning van alle kernwapens.

 

Bij de stemming over volgende resoluties ONTHIELD de Nederlandse afgevaardigde zich:

 

A/C.1/62/L.44: deze resolutie vraagt effectieve bescherming van niet-kernwapenstaten tegen een aanval of dreiging met kernwapens.

 

A/C.1/62/L.29: ook deze resolutie roept op om stappen te zetten om de inzetbaarheid van kernwapens te verminderen, door vele duizenden kernwapens die vuur-klaar staan van high-alert status af te brengen.

 

Bij stemming over de volgende resoluties stemde de Nederlandse afgevaardigde TEGEN:

 

A/C.1/62/L.40: een ontwerpresolutie die ondermeer de kernwapenstaten oproept om effectieve ontwapeningsstappen te zetten met het oog op de afschaffing van kernwapens. Zij herbevestigt dat nucleaire ontwapening en non-proliferatie hand in hand gaan.

 

A/C.1/62/L.8: roept op tot hernieuwde inspanningen om artikel VI van het NPV te implementeren, inbegrepen verdere pogingen van de kernmachten om unilateraal hun kernwapenvoorraden af te bouwen, verhoogde transparantie wat de kernvoorraden betreft en vooruitgang in de ontwapening.

 

A/C.1/62/L.18/Rev.1: vraagt de secretaris-generaal om op de volgende zitting van de AV een rapport te brengen over de mogelijk schadelijke gevolgen op mens en omgeving van het gebruik van wapens en munitie die verarmd uranium bevatten.

 

A/C.1/62/L.23: betreft het gebruik van of het dreigen met kernwapens en verwijst naar de uitspraak van 1995 van het Internationaal Gerechtshof en naar een algemeen verbod op kernwapens als uiteindelijk doel.

 

A/C.1/62/L.36: grijpt terug naar het unanieme advies van het Internationaal Gerechtshof en roept alle staten op onmiddellijk hun verplichtingen na te komen door het opstarten van multilaterale onderhandelingen over een kernwapenverdrag.

 

A/C.1/62/L.21: deze belangrijke resolutie draagt de Algemene Vergadering op om de vijf Kernwapenstaten (onder het NPV) aan te manen hun kernwapens te “de-alerten” en te “de-targetten”. De lidstaten worden opgeroepen om de nodige maatregelen te nemen om de proliferatie van kernwapens te voorkomen en algehele ontwapening na te streven.

 

===============================================================================

Standpunt Nederland inzake 'Clusterbommen'

 

Aan:    Minister-PresidentJ.P.Balkenende

           Postbus 20018

           2500 EA DEN HAAG

 

Utrecht, 11-12-2006

Betreft: Standpunt Nederland inzake 'Clusterbommen'

 

Geachte minister-president Balkenende,

 

De NVMP, vereniging voor Gezondheidszorg en Vredesvraagstukken, is erg blij met het initiatief van Noorwegen  aangaande een verdrag ten aanzien van clusterbommen. 'Noorwegen organiseert in februari een internationale conferentie voor het uitbannen van clusterbommen. De Noren pakten de koe bij de horens, nadat een VN conferentie hierover gisteren geen overeenstemming kon bereiken. ‘De tijd is rijp voor een gezamenlijke inspanning om dit onmenselijke oorlogstuig te verbieden’, aldus de Noorse minister van buitenlandse zaken, Jonas Støre.'(bron: www.destentor.nl)

 

Nederland is hierbij geen mede-initiatiefnemer. Sterker nog: Nederland heeft zelfs het concept verdrag tegen clusterbommen niet ondertekend. Deze afzijdige rol heeft ons verbaasd gezien de vooraanstaande rol die Nederland bij het landmijnen verdrag gespeeld heeft.

De Nederlandse regering heeft de afgelopen periode een dubbele houding ten aanzien van  clusterbommen getoond. Aan de ene kant heeft de regering zich meerdere malen uitgesproken tegen een verbod op clustermunitie. Anderzijds investeert Nederland in het opruimen van clusterbommen in conflictgebieden vanwege de risico’s ervan voor de burgerbevolking. Ons is onduidelijk waarom de regering tot nu toe niet is overtuigd door argumenten om het gebruik van clusterbommen af te zweren.

 

Wij roepen Nederland op het gebruik, de opslag, de productie en het transport van clustermunitie te stoppen. Daarnaast moet ons land zich sterk maken voor een algeheel verbod op het gebruik van clusterbommen. De eigen voorraad clustermunitie moet worden vernietigd en de hulp aan landen en individuen die het slachtoffer zijn van deze bommen moet worden vergroot. Degenen die clusterbommen gebruiken moeten de bommen opruimen, zorgen voor een goed werkend waarschuwingssysteem en hulp bieden aan de slachtoffers.

 

Ons inziens betreft het hier een belangrijk onderwerp, gericht op vredesbevorderende activiteiten zonder troepen in te zetten. Wij vragen u dan ook hierover bij de kabinetsformatie afspraken te maken.

 

Met vriendelijke groet.

 

H.O. Spanjaard, bedrijfsarts, voorzitter NVMP

 

 

 

=================================================================

 

Aan:              Minister-president J.P.Balkenende

 

Betreft: Het standpunt van de Franse President Chirac inzake inzet kernwapens.

 

C.C. Minister van Defensie H.G.J. Kamp

Utrecht, 26 januari 2006

 

Excellentie,

De Franse president Jacques Chirac heeft 19 januari jl. gedreigd kernwapens in te zetten tegen staten die hun toevlucht nemen tot terrorisme of die van plan zijn massavernietigingswapens te gebruiken.

Het is voor het eerst dat Frankrijk het gebruik van zijn ‘force de frappe’ in verband brengt met terrorisme. Chirac deed dat in het kader van een herdefinitie van de „vitale belangen” die Frankrijk door nucleaire afschrikking wenst te beschermen

 

Onze vereniging de NVMP, gezondheidszorg en vredesvraagstukken, heeft in een brief aan de Franse president inmiddels haar ontstemming kenbaar gemaakt over deze uitspraken.

In de (inter)nationale media worden de woorden van Chirac eveneens van vraagtekens voorzien. Het gebruik van kernwapens moet onbespreekbaar blijven. 'Een passende nucleaire tegenaanval',  zorgt voor een doemscenario waar wij als gezondheidswerkers niet aan moeten denken. De enig werkzame preventie tegen kernwapens is het afschaffen van deze gevaarlijke wapens.

 

Wij vragen ons af in hoeverre de Nederlandse regering de uitspraken van president Chirac afwijst dan wel veroordeeld. Frankrijk is per slot van rekening een NAVO-lidstaat. Vallen Chirac's uitspraken binnen de grenzen van het NAVO-kernwapenbeleid of zijn zij daarmee strijdig?

 

Gaarne zouden wij een reactie van u ontvangen op deze verontrustende uitspraken.

 

Hoogachtend,

 

 

H.O. Spanjaard

Voorzitter NVMP

 ==========================================================

 

Aan:    Minister-President J.P. Balkenende

 

Utrecht, 15-03-2005

 

Excellentie,

 

De besturen van de NVMP, vereniging voor gezondheidszorg en vredesvraagstukken, en de Johannes Wier Stichting, gezondheidszorg en mensenrechten, maken zich ernstig zorgen over de mogelijk aanstaande inzet van Nederlandse commando's in Afghanistan. Het is de eerste keer dat Nederlandse militairen ingezet worden bij directe oorlogshandelingen. Tot nu toe namen zij alleen deel aan internationale vredesoperaties.

De commando's worden ingezet bij 'Operation Enduring Freedom'. Die missie is een direct gevolg van de aanslagen in de VS op 11 september 2001. De NAVO heeft die aanvallen betiteld als een aanval op alle lidstaten en de Nederlandse bijdrage in Afghanistan is hier een consequentie van, zo luidt de verklaring.

 

Gaarne willen wij u de volgende vragen voorleggen:

1) Eén van de hoofdtaken van de Nederlandse militairen wordt  het opsporen van 'terroristen' en deze doorleveren ('rendention') aan Amerikanen. Indien gevangenen naar Guantanamo Bay worden gestuurd, op welke wijze kan de Nederlandse regering garanderen dat de Geneefse Conventies zullen worden nageleefd?

2) Welk verband is er tussen terroristische bedreigingen voor en binnen Nederland en het uitzenden van troepen naar Afghanistan? Werken terroristen 'daar' en 'hier' samen in een aantoonbaar netwerk?

 

Onze verenigingen, die geen politieke kleur hebben, ondersteunen de inhoudelijke argumenten die in de Tweede kamer naar voren zijn gebracht en die aansluiten op de doelen van onze verenigingen waarbij vanuit medisch perspectief in ieder geval het internationale humanitaire recht geen geweld wordt aangedaan en waarbij de positie van krijgsgevangenen onder de Geneefse conventies gerespecteerd dient te worden.

 

Hoogachtend,

 

H.O. Spanjaard,

Voorzitter NVMP

 

D. Tavenier,

Voorzitter Johannes Wier Stichting

 

C.c. Kamercommissies Defensie en Buitenlandse Zaken

  ==============================================

 

Aan:    Minister-president J.P. Balkenende

 

 

Utrecht, 3-12-2004

 

Betreft:          Zorgwekkend niveau Irakese gezondheidszorg

 

 

Excellentie,

 

Graag brengen we onder uw aandacht de volgende kwestie, die ons grote zorgen baart. Volgens een drietal recente rapporten bevindt de gezondheid van de Irakese bevolking zich in een dalende lijn.

Een groot aantal Irakese burgers zijn gedood door oorlogshandelingen; de medische infrastructuur is deels verwoest en nog niet herbouwd; en het kindersterfte cijfer blijft onrustbarend hoog.

Het rapport on the Lancet 'Mortality before and after the 2003 invasion in Iraq' constateert met behulp van een cluster-onderzoek een zorgwekkend hoog aantal burgerslachtoffers ten gevolge van het geweld in Irak.

Het rapport 'Enduring effects of war' van onze Engelse zusterorganisatie Medact, schets een beeld van verstrekkende chaos en instorting van de gezondheidszorg als zodanig.

 

Als medische organisatie die zich inzet voor vrede en gezondheidszorg willen wij er bij u op aandringen stappen te ondernemen om de Irakese burgerbevolking te helpen.

Het ligt wellicht voor de hand om dat zo mogelijk te doen in uw huidige functie als voorzitter van de EU.

Gezien de noodsituatie verzoeken wij u dringend maatregelen te treffen die tot een zinvolle hulpverlening aan de Irakese bevolking kunnen leiden.

 

Hoogachtend,

 

 

 

 

H.O. Spanjaard

voorzitter NVMP

  =========================================================

Aan:    Minister-president J.P. Balkenende

           Postbus 20001

           2500 EA Den Haag

 

         Minister van Defensie  Dhr. H.G.J. Kamp

 

 

Betreft: Schending mensenrechten Irakese gevangenen

Utrecht, 28 mei 2004

Excellentie,

Bij deze willen onze verenigingen, de  NVMP, vereniging voor gezondheidszorg en vredesvraagstukken , en de Johannes Wier Stichting, mensenrechten en gezondheidszorg, hun grote verontrusting uitspreken over de mishandeling van gevangenen in Irak.

De door middel van talrijke foto's aan het licht gekomen grootschalige mishandeling en vernedering van Irakezen in de Abu Ghraib gevangenis heeft internationaal grote afschuw gewekt.

Verontrustend zijn verklaringen van  betrokken soldaten als  Lyndie England dat deze misstanden geen incidenten betroffen maar er sprake was van 'beleidsmatig' handelen in opdracht van superieuren.

In de New Yorker van 24 mei jl. wordt evenzo gesteld dat de mishandelingen niet te wijten waren aan misstappen van enkele soldaten maar aan een vorig jaar door   minister van defensie  Donald Rumsfeld goedgekeurd beleid dat fysieke dwangmiddelen en seksuele vernederingen toelaat om informatie van Al  Kaida leden en,  blijkens dit geval, Irakese gevangenen los te krijgen.

Wij beschouwen het respecteren van mensenrechten en de integriteit van individuen als essentiële voorwaarden voor fysieke en geestelijke gezondheid.  Het gedrag van de betrokken militairen is een schending van het internationale recht (Conventies van  Geneve) en van internationaal erkende basale mensenrechten zoals het recht op lichamelijk integriteit.

Dit gedrag moet aangemerkt worden als een oorlogsmisdaad. Naar onze mening dient de Nederlandse regering krachtig stelling te nemen tegen deze acties alsmede af te zien van handelingen die tot steun aan deze acties zouden kunnen leiden.

Graag zouden wij enige helderheid van u willen ontvangen inzake het Nederlandse standpunt en beleid in deze kwestie:

- Wat is uw verklaring voor deze misstanden en op welke wijze en wanneer zult u de handelwijze van   

de Amerikaanse en Engelse militairen publiekelijk en scherp veroordelen?

- Op welke wijze en door wie worden de Nederlandse militairen begeleid en getoetst op de handhaving van het oorlogsrecht en het humanitaire recht met betrekking tot de behandeling van gevangenen?

- Hoe wordt gerapporteerd en aan wie wanneer schendingen van deze rechten, ten aanzien van door hen aan Amerikanen of Britten overgedragen gevangenen, worden gesignaleerd?

Wij zien uw reactie op ons schrijven belangstellend tegemoet.

 

Hoogachtend,

 

H.O. Spanjaard, voorzitter NVMP

D. Tavenier, voorzitter Johannes Wier Stichting

 

  ================================================================

 

 

Aan:    de Minister van Defensie de heer H.G.J. Kamp

           Ministerie van Defensie

           Postbus 20701, 2500 ES DEN HAAG

 

c.c. Minister van Buitenlandse Zaken dhr. B. Bot

 

                                                                           Utrecht, 22-04-2004

 

Excellentie,

 

In een eerder schrijven d.d. 18 maart 2004 sprak onze vereniging de NVMP, vereniging voor gezondheidszorg en vredesvraagstukken, en Nederlandse afdeling van de International Physicians for the Prevention of Nuclear War (IPPNW, winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede in 1985) haar zorg uit over de gezondheidssituatie in Irak. Helaas ontvingen wij nog geen antwoord op de daarin gestelde vragen. Een kopie van die brief sluit ik bij.

Inmiddels zijn er zorgwekkende ontwikkelingen gaande in Irak. De gewelddadigheden rond met name Fallujah hebben honderden burgerslachtoffers geëist.

Inzake de algemene gezondheidssituatie sluiten wij een rapport bij van Dr. Geert Van Moorter, de Vlaamse arts die tijdens de oorlog in Bagdad verbleef en berichtte over het lijden van het Irakese volk. Van Moorter is in maart 2004 teruggekeerd naar Bagdad en Basra en schetst een uiterst zorgwekkende situatie.

Ook met betrekking tot de aanwezigheid van verarmd uranium is er sprake van een toenemend probleem. Met betrekking tot de Nederlandse troepen in Al Muthanna stelt de gezaghebbende organisatie RISQ (http://www.risq.org) dat ook onze militairen vrijwel zeker in contact zijn gekomen met verarmd uranium.

Met betrekking tot bovenstaande zaken willen wij u, aanvullend op ons schrijven van 18-03-04, nadere informatie vragen:

- Zijn er positieve effecten van de humanitaire en wederopbouwactiviteiten door de Nederlandse militairen in de provincie Al Muthanna op het gezondheidsniveau van de bevolking in Al Muthanna? Of onderschrijft u in grote lijnen de zorgwekkende situatie zoals die door dr. Van Moorter is beschreven?

-  In een brief aan de Stichting Laka (G/2003004583 ) heeft uw ministerie laten weten 'De kans dat militair personeel in Irak wordt blootgesteld aan een dosis verarmd uranium, die zou kunnen leiden tot gezondheidsschade, wordt als minimaal beoordeeld'. Blijft u in het licht van de huidige omstandigheden bij deze mening?

- Worden Nederlandse militairen gecontroleerd op een verhoogd niveau van verarmd uranium in hun lichaam? Zo ja wat zijn daarvan de resultaten?

 

 

Wij zouden uw reactie op deze vragen zeer op prijs stellen.

 

Met vriendelijke groet,

 

  

H.O. Spanjaard, Voorzitter NVMP

 

c.c. Minister van Buitenlandse zaken dhr. B. Bot

   ================================================================

 

Aan:    de Minister van Defensie de heer H.G.J. Kamp

           Ministerie van Defensie

           Postbus 20701, 2500 ES DEN HAAG

 

                                                                           Utrecht, 18-03-2004

Excellentie,

 

Vorig jaar voorafgaande en tijdens de 'preventieve oorlog' tegen Irak heeft onze vereniging de NVMP, vereniging voor gezondheidszorg en vredesvraagstukken, en Nederlandse afdeling van de International Physicians for the Prevention of Nuclear War (IPPNW, winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede in 1985) haar grote zorg uitgesproken over de rampzalige humanitaire gevolgen van een dergelijk ingrijpen.

Nu een jaar later bereiken ons wederom zorgwekkende berichten over de gezondheidssituatie in Irak.

Omdat de Nederlandse militairen in de provincie Al Muthanna zich juist bezighouden met humanitaire en wederopbouwactiviteiten willen wij u daaromtrent nadere informatie vragen.

- Hoe is het gesteld met het gezondheidsniveau van de bevolking in Al Muthanna en wat is de huidige toestand van basisvoorzieningen als drinkwater, rioleringen en medische zorg (ziekenhuizen)?

- Inmiddels is de voedselvoorziening door middel van het 'Oil for food' programma overgedragen aan de Coalition Provisional Authority (CPA).  Heeft dat consequenties gehad op voeding en gezondheidsniveau?

- Hoe wordt bevorderd dat bij het herstel van de gezondheidszorg alle Irakese burgers toegang krijgen tot een basisniveau van medische zorg?

- Er blijkt munitie met verarmd uranium in Al Muthanna te zijn gebruikt. Is bekend in welke gebieden het verarmd uranium ligt en wordt de locale bevolking aldaar gecontroleerd op schadelijke gevolgen?

 

Wij zouden uw reactie op deze vragen zeer op prijs stellen.

 

Met vriendelijke groet,

 

H.O. Spanjaard, Voorzitter NVMP

 

c.c. Kamercommissies Buitenlandse zaken en Defensie

 

==============================================================

 

Aan:    de heer J.P. Balkenende, CDA

           de heer W. Bos, PvdA

 

Onderwerp:    Vraagtekens bij een Oorlog tegen Irak

 

Utrecht, 27-01-2003

Geachte heer Bos,

 

De NVMP, vereniging voor gezondheidszorg en vredesvraagstukken, feliciteert u van harte met de verkiezingsresultaten van uw partij op 22 januari.

De komende formatieperiode zal veel van uw aandacht vragen. Helaas zijn er zaken die van zoveel belang zijn dat zij niet kunnen wachten totdat een nieuw kabinet is gevormd.

De dreigende oorlog tegen Irak is hiervan een voorbeeld.

Onze vereniging maakt zich ernstig zorgen over de, medische, gevolgen van zo'n oorlog .

Het gaat immers niet alleen om het 'opruimen' van massavernietigingswapens (waarvoor op dit moment nog geen overtuigend bewijs is gevonden) of het omverwerpen van het regime van Saddam Hoessein maar ook om een humanitaire ramp voor de Irakese bevolking.

 

De volgende zaken spelen:

A) de Irakese bevolking lijdt al meer dan tien jaar onder sancties die de VN tegen het regime heeft ingesteld. Al meer dan 1 miljoen Irakese burgers , vooral kinderen, werden hiervan het slachtoffer. Het land is afgegleden naar de status van een ontwikkelingsland. Dit volk is voor haar overleven  aangewezen op door de VN gecontroleerde humanitaire hulp. Deze hulp zal door een oorlog ernstig in gevaar worden gebracht (Bron: UNDP 'The Humanitarian Programme in Iraq', 19 sept. 2002).

B) Een uitgelekt VN-rapport ('Likely Humanitarian Scenarios') gedateerd 10 december 2002, spreekt van  vele duizenden burgerslachtoffers, een crisis op het gebied van de voedselvoorziening en het uitbreken van epidemieën met pandemische omvang. Het hoofd van de VN vluchtelingenorganisatie Ruud Lubbers sprak op grond van dit rapport ook zijn zorg uit over de gevolgen van een oorlog.

C) Een studie naar de aanwezigheid van verarmd uranium in Afghanistan ('Uranium Contamination in Afghanistan' van het Uranium Medical Research Centre) heeft verontrustende resultaten opgeleverd. Verarmd uranium wordt gebruikt in granaten en veroorzaakt als uraniumstof ernstige gezondheidsschade, ook vele jaren nadat de vrede is getekend. Het is hoogst waarschijnlijk dat tegen Irak ook wapens met verarmd uranium worden ingezet.

D) De VS heeft het gebruik van kernwapens als aanvalswapen tegen Irak niet uitgesloten. Het afgelopen jaar heeft de Amerikaanse regering bevestigd dat ze deze mogelijkheid openhoudt.

 

Wij vragen ons af hoe zwaar u deze desastreuze gevolgen meeweegt in het Nederlandse standpunt inzake een oorlog tegen Irak?

 

In afwachting van uw reactie verblijf ik,

 

Hoogachtend,          

 

 

H.O. Spanjaard, arts.

Voorzitter NVMP

 


 

Aan:    de minister van Buitenlandse Zaken

           Mr. J.G. de Hoop Scheffer

 

 

 

Utrecht, 12-09-2002

 

 

Excellentie,

 

Met ontsteltenis hebben wij kennis genomen van de Nederlandse steun aan de, militaire, plannen van de Verenigde Staten inzake Irak.

De VS moeten als 'ultimum remedium' een oorlog tegen Irak kunnen beginnen, indien Irak blijft weigeren de VN-wapeninspecteurs onvoorwaardelijk toe te laten. Toestemming van de VN-veiligheidsraad voor militair ingrijpen is wenselijk, maar niet noodzakelijk.

Hiermee kiest ons land de zijde van de Amerikanen en Britten en keert ze zich tegen andere Europese partners als Frankrijk en Duitsland.

 

De NVMP, vereniging voor gezondheidszorg en vredesvraagstukken, en Nederlandse afdeling van de International Physicians for the Prevention of Nuclear War (IPPNW),  is van mening dat militaire interventie niet de juiste manier is om het probleem van massavernietigingswapens in Irak op te lossen.

Gezien de spanningen in het Midden-Oosten kan een aanval tot een volledige destabilisatie in de regio leiden alsook de polarisatie tussen het Westen en de Islamitische wereld verder aanwakkeren.

Gezwegen wordt over de gevolgen van een nieuwe aanval voor het Irakese volk dat al meer dan tien jaar lijdt onder sancties en oorlog.

In de eerste Golfoorlog werden tussen de 2.500-3.500 burgers gedood als gevolg van de bombardement tezamen met tussen de  50.000-100.000 Irakese soldaten.

Nog eens 111.000 burgers stierven in de nasleep door gezondheidseffecten veroorzaakt door de destructie van infrastructuur en elektriciteitscentrales hetgeen leidde tot het in elkaar storten van waterzuiveringssystemen en rioleringen. Hierdoor  braken epidemieën uit als cholera, tyfus , malaria, polio, en hepatitis.  Onder de slachtoffers bevonden zich 70.000 kinderen jonger dan 15 jaar.

UNICEF heeft gerapporteerd dat de  gecombineerde effecten van Golfoorlog en tien jaar van economische sancties geresulteerd hebben in de dood van 500.000  kinderen ten gevolge van ondervoeding, diarree en andere te voorkomen ziekten. Aan Amerikaanse en geallieerde zijde sneuvelden 350 militairen en werden naar schatting 25.000 veteranen getroffen door het 'Golfoorlog syndroom'.

Wij vragen  Amerika en de landen, zoals Nederland, die hen steunen rekening te houden met het onmetelijke menselijke leed dat zij zullen veroorzaken door een nieuwe oorlog.

 

Bovenstaande argumenten in ogenschouw nemend zijn wij van mening dat voor een niet-militaire oplossing van het probleem van massavernietigings-wapens in Irak dient te worden gekozen.

 

 

Hoogachtend,