NVMP-JAARVERSLAG
2006
NVMP Gezondheidszorg en
Vredesvraagstukken
Adres Bosschastraat 17
3514
HN Utrecht
Telefoon (030)
272 29 40
E-mail office@nvmp.org
Internet www.nvmp.org
Betalingen Postbank
43.95.340
INHOUDSOPGAVE bladzijde
---------------------------------------------------------------------------------------------------------
INLEIDING
DE VERENIGING
1. Het NVMP-ledenbestand
2. NVMP-Bestuur
3. NVMP-Bureau
4. Belangrijke
gebeurtenissen voor de NVMP in 2006
4.1 NVMP-projecten
2006
4.2 Campagne
'Burgemeester voor vrede'
4.3 Publicatie
Nucleaire ontwapening, nog steeds bittere
noodzaak
4.4 Bijsluiter
Medisch Contact
4.5 Global Health Education
4.6 Conflicthantering
4.7 NVMP/AVV-symposia in 2006
4.8 Nieuwsbriefredactie
4.9 Activiteiten
in de regio
5. Contacten met andere organisaties
5.1 Museum
voor Vrede en Geweldloosheid
5.2 Johannes Wier Stichting (JWS)
5.3 Project
on European Nuclear Non-Proliferation (PENN)
BIJLAGEN
I Samenstelling bestuur, redactie
Nieuwsbrief, bureau, commissies
II Financiën
Inleiding
Het jaar 2006 was zowel nationaal als internationaal gezien een zeer actief jaar met als hoogtepunt natuurlijk het IPPNW-wereldcongres in Helsinki. Over veel zaken heeft u reeds in de Nieuwsbrief kunnen lezen. De website www.ippnw.org en natuurlijk onze eigen website geven veel informatie.
De belangrijkste vraag die allen in de (inter)nationale organisatie bezig houdt is hoe we politici kunnen bewegen nucleaire wapens af te schaffen. De afgelopen jaren heeft IPPNW zich internationaal in de diplomatieke arena begeven middels de Dialogue with Desicionmakers. In de meeste hoofdsteden van nucleaire wapenstaten zijn delegaties regelmatig te vinden. De ontwapeningsonderhandelingen tussen nucleaire mogendheden zijn volkomen vastgelopen en het focus ligt steeds vaker bij non-proliferatie, met name gericht op de staten die recent wapens produceerden en testen en op landen die dit mogelijk in de nabije toekomst zouden kunnen gaan doen. Terwijl dit jaarverslag gedrukt wordt hebben toonaangevende Amerikanen (oa Kissinger en Nunn) aangegeven dat de enige manier om tot een veiliger wereld te komen is: de ontwapeningsbesprekingen serieus nemen. Amerika zal hierin het voortouw moeten nemen.
In Helsinki heeft de IPPNW Board hard nagedacht en intensief gediscussieerd op welke wijze de medische onderbouwing sterker gemaakt kan worden zodat onze specifieke invalshoek duidelijker over het voetlicht kan komen. De reden voor deze koerswijziging was omdat velen het gevoel hadden zich in een arena te begeven die eigenlijk niet de onze is om vervolgens het onderspit te delven in diplomatieke, militaire en technische discussies.
Daarbij worden alle activiteiten in dat, medische, licht gesteld. Twee hoofdlijnen worden gevolgd. Enerzijds steeds weer duidelijk maken wat de medische gevolgen zijn van een mogelijke nucleaire ontploffing (hetzij een wapen, hetzij een vuile bom): wat is het effect van straling op de mens? De dood van de Russische spion Alexander Litvinenko in Londen heeft voor een groter publiek dit nog weer eens duidelijk gemaakt op kleine schaal.
En anderzijds duidelijk maken wat met het vrijgemaakte budget gedaan zou kunnen worden in Public Health. Noem concrete voorbeelden, geïllustreerd met beeldmateriaal dat voor iedere doelgroep apart wordt ontwikkeld: voor kinderen, adolescenten, studenten, intellectuelen en mere mortal citizens. Een beurs van een Australisch fonds heeft budgettaire ruimte gecreëerd om dit materiaal uit te werken en sinds het wereldcongres ontstaan overal ter wereld nieuwe initiatieven.
Ondertussen verliep de Burgemeesters voor vrede-campagne goed en kwam Mayor Akiba van Hiroshima daarvoor zelf naar Nederland!
Hoe klein onze vereniging ook is, met een kleine groep actieve leden weten wij toch steeds weer een Nederlands geluid te laten horen in de IPPNW. De Leonardo da Vinci-beurs (zie elders) ten behoeve van het ontwikkelen van elektronisch leermateriaal op het gebied van ontwapening en mensenrechten werd op zinvolle wijze gebruikt door een medewerker via het VU medisch centrum aan te stellen (Leo van Bergen), die als gerenommeerd schrijver op dit gebied daarmee de mogelijkheid kreeg de NVMP ook aan dit internationale project te laten deelnemen.
Uw voorzitter (tevens International Counsellor) werd in Helsinki herkozen als deputy speaker of the international council en levert in die hoedanigheid geregeld bijdragen aan discussies omtrent de strategie van IPPNW. Een gemis is nog altijd een actieve studentengroep, waarvoor ons bestuur zich steeds heeft ingezet maar onvoldoende gehoor kreeg in de studentenwereld. Dat is jammer want met name in Europa zijn de afgelopen jaren actieve studentengroepen ontstaan die ook op het wereldcongres goed van zich lieten horen! Het bestuur vindt ondanks een actie in Medisch Contact slechts zeer beperkt weerklank in de medische wereld. Het blijft ons een zorg, zowel op bestuurlijk niveau als ook qua praktische uitwerking, dat veel werk door weinig drukbezette mensen gedaan moet worden. Overigens is dit internationaal een herkenbaar beeld. Vreemd genoeg ondanks de steeds groter wordende dreiging lijken mensen zich onvoldoende de grote gevaren te realiseren van gestaakte nucleaire ontwapening en voortschrijdende uitbreiding van het aantal landen dat kernwapens bezit. De internationale klok die ten tijde van de Koude Oorlog op ‘5 voor 12’ stond en aan het einde ervan, in 1991, werd teruggedraaid naar ‘17 voor 12’ staat inmiddels weer op ‘5 voor 12’.
Laten we hopen dat scenario’s die in films reeds verwerkt werden, nooit werkelijkheid zullen worden. Ondanks de licht pessimistische toon zijn wij toch altijd blij dat wij nog zeer trouwe donateurs hebben die in ieder geval het werk, dat wij doen, blijven ondersteunen. Moge het ons gegund zijn een actiever ledenbestand op te bouwen om deze wereld veiliger en gezonder te maken!
Herman Spanjaard, voorzitter
D E V
E R E N I G I N G
1. Het NVMP-ledenbestand
In 2006 daalde het aantal leden/begunstigers van
de NVMP naar 1025.
Dankzij de steun van de leden en begunstigers
kunnen bestuur, commissies en bureau hun werk voor de vereniging doen. Dit
jaarverslag vormt daarvan een overzicht.
2. Het NVMP-bestuur
Het
Dagelijks Bestuur vergaderde afgelopen jaar tienmaal. Het Algemeen Bestuur kwam
zeven keer bijeen, zesmaal voor een reguliere AB-vergadering en tijdens de ALV.
Het bestuur verstuurde tweemaal een Bulletin
naar de leden waarin verslag werd gedaan van de actuele gebeurtenissen.
De rol van het Dagelijks Bestuur is vooral die
van coördinator die inventariseert welke zaken er spelen en deze doorschuift
naar de verantwoordelijke commissie, die vervolgens beoordeelt welke
activiteiten ontplooid moeten worden. Daarnaast heeft het DB enkele specifieke
taken zoals het uitbouwen van de samenwerking met de Vlaamse IPPNW-afdeling
Artsen voor Vrede (AVV), het organiseren van een symposium op de Algemene
Ledenvergadering, het afhandelen van lopende zaken en het bewaken van
vastgelegde protocollen.
3. Het NVMP-bureau
Het
NVMP-bureau, het administratieve hart van de vereniging, bewaakt en ondersteunt
de activiteiten van commissies, beheert het ledenbestand, verzorgt en bewaakt
in- en uitgaande informatie, ondersteunt het Dagelijks Bestuur bij de
uitvoering van besluiten, geeft voorlichting aan informatievragers en houdt de
documentatie en een homepage op
internet bij.
De indeling van het bureau maakt het mogelijk dat
tevens alle bestuursvergaderingen en bijeenkomsten van commissies hier plaats
kunnen vinden. Een onderdeel van het bureau vormt het documentatiecentrum
waarin een overzicht van medisch-polemologisch relevante literatuur,
tijdschriften en artikelen is te vinden.
Hans van Iterson is als vaste bureaumedewerker,
in samenwerking met de secretaris, verantwoordelijk voor het functioneren van
het bureau.
4.
Belangrijke activiteiten en gebeurtenissen binnen de vereniging
4.1 NVMP-projecten 2006
De NVMP ging het jaar van start met goede voornemens.
De doelstelling van de NVMP is veelomvattend: een bijdrage
leveren aan de preventie van oorlog en de totstandkoming van vrede in de
wereld. Veel initiatieven blijven in goede wil en gebrek aan menskracht steken.
De betrokkenheid van de leden bij de vereniging blijkt altijd groot, maar de
deelname aan acties is beperkt. Besloten werd om een aantal projecten te kiezen waar wij onze aandacht en energie
op zouden richten. Dit werden de
volgende projecten.
Burgemeesters voor Vrede
Voortzetting van het al enige jaren lopend project met als einddoel het aanwakkeren van onderhandelingen die leiden tot het afschaffen van kernwapens. Het is een internationaal project onder leiding van burgemeester Akiba van Hiroshima.
De concrete doelstellingen voor 2006 zijn:
medeorganisatie van de komst van Akiba naar
Nederland
100 burgemeesters in Nederland die zich
uitspreken tegen kernwapens
de beschikbare tentoonstelling over de
gevaren van kernwapens tien keer aan een breed publiek presenteren.
Global Health-onderwijs aan studenten
Al jaren is de NVMP betrokken bij de organisatie en invulling van onderwijs aan medisch studenten waarin zij voorbereid worden op problemen veroorzaakt door oorlog, schending van mensenrechten en vluchtelingenstromen, zaken die in een kleiner wordende wereld steeds dichterbij komen.
Concreet:
bijdragen aan het Europese e-learning project ‘Medical Peace Work’
tbv. geneeskunde-studenten en artsen. Tezamen met andere IPPNW-afdelingen en
universiteiten in Noorwegen, Groot-Brittannië en Slovenië wordt een breed
onderwijsaanbod op het gebied van oorlog, mensenrechten en gezondheid
samengesteld. De NVMP is verantwoordelijk voor enkele modules, die betrekking
hebben op oorlog en gezondheid;
uitbreiden en vernieuwen van lesmodules in
het Nederlandse Global Health-
Educatie-onderwijs;
organiseren van keuzecursussen
'gezondheidszorg en vredesvraagstukken' aan medische faculteiten in Nederland.
Gezondheidsgevolgen van oorlog
Oorlogen hebben, in het algemeen, negatieve gevolgen voor de gezondheid van de bevolking. Het gaat daarbij niet alleen om fysieke maar ook om psychische gevolgen. Deze effecten kunnen direct aan oorlogsgeweld gerelateerd zijn, maar ook samenhangen met ontregeling van de gezondheidszorg of – op langere termijn – de maatschappelijke en ecologische ontwrichting. Het is niet eenvoudig om deze verscheidenheid aan gevolgen, op een objectieve wijze, aan te tonen.Concreet:
in 2006 is het de bedoeling een case-study
uit te voeren over Irak;
de werkzaamheden bestaan uit
literatuuronderzoek en het schrijven van rapporten en/of artikelen voor
Medische Contact / Nieuwsbrief.
Conflicthantering
Dit project richt zich op het samenstellen van lesmateriaal dat gebruikt kan worden in het Global Health-onderwijs.
Verder concreet:
inventarisatie welke activiteiten binnen
Europa plaatsvinden op het gebied van conflicthantering en -preventie en dit
overzicht naar buiten brengen;
ontwikkeling van rollenspellen om in dit
kader de mogelijkheden van mediation te onderzoeken.
Verarmd uranium
Verarmd uranium wordt gebruikt om de dichtheid en het doordringend vermogen van granaten of ander materiaal te vergroten. Er is discussie over de toxische en oncogene aspecten van verarmd uranium. Zeker over de langetermijngevolgen is weinig bekend, onzeker is welke schade er kan ontstaan. Als NVMP kunnen wij steun geven aan medische kennis en onderzoek daarover. Het doel is: een verbod op verarmd uranium in wapens, met in het verlengde hiervan een verbod op andere nieuwe wapens waarvan de gezondheidsgevolgen op lange termijn onbekend zijn.
Concreet:
vanuit medisch perspectief ondersteuning
verlenen aan campagne voor een actieve politieke rol van Nederland bij het
bereiken van een verbod van wapens met verarmd uranium;
zorgdragen voor toegankelijke kennis op het
gebied van gezondheidsgevolgen van verarmd uranium;
publiceren in medische tijdschriften (NTvG,
Medisch Contact) over gezondheidsaspecten van verarmd uranium
Small arms
Dit is een vooral internationaal gericht project gerelateerd aan het IPPNW-project ‘Aiming for Prevention’. In diverse (o.a. Afrikaanse) landen is het aantal slachtoffers ten gevolge van vuurwapens een enorm gezondheidsprobleem. Via IPPNW-afdelingen / contactpersonen aldaar kan gewerkt worden aan een gezamenlijk project. De formule hierbij is: zij kunnen het project opzetten en uitvoeren, maar hebben geen financiële middelen, wij in Nederland kunnen de mogelijkheden bij Buitenlandse Zaken onderzoeken en benutten voor financiering van het project.
Concreet betekent dit:
inlezen in het dossier, speuren naar de
mogelijkheden, kiezen voor samenwerking met de IPPNW-afdeling in een
(Afrikaans) land;
lobbywerk, gesprekken voeren teneinde
financiering te realiseren.
Van deze projecten zijn met name de eerste twee (‘Burgemeesters voor Vrede’ en Global Health) succesvol geweest. Het betreft hier langerlopende projecten waarvoor al een flinke basis bestond. In dit jaarverslag kunt u meer lezen over de bereikte resultaten. De andere projecten hebben veel minder invulling gekregen. De belangrijkste oorzaak daarvoor blijft het gebrek aan menskracht, een mailing onder onze leden in het voorjaar leverde wel enige respons op maar uiteindelijk bleven veel projecten in de beginfase steken. Als we het aantal actieve (bestuurs)leden niet kunnen verhogen zullen we onze energie steken in een beperkt aantal onderwerpen.
4.2 Noodcampagne voor de afschaffing van kernwapens:
Burgemeesters voor Vrede
Deze campagne is een internationaal project
onder leiding van burgemeester Akiba van Hiroshima, met als einddoel het
aanwakkeren van onderhandelingen die leiden tot het afschaffen van kernwapens.
Hoofdactiviteit dit jaar was de organisatie van het tweedaagse bezoek van burgemeester Akiba aan Den Haag op 4 en 5 juli.
Bezoek
van BURGEMEESTER AKIBA aan DEN HAAG
Tien jaar geleden (8 juli 1996) nam het Internationaal Gerechtshof in Den Haag het historische besluit om kernwapens illegaal te verklaren. Het Hof concludeerde dat alle landen de verplichting hebben om in goed vertrouwen te onderhandelen voor een kernwapenvrije wereld. Dit is de afgelopen tien jaar echter allerminst gebeurd, de verspreiding van kernwapens neemt zelfs toe. Om hier de aandacht op te vestigen bezocht burgemeester Akiba van Hiroshima met een internationale delegatie van Mayors for Peace op 4 en 5 juli ons land.
Naast burgemeester Tadatoshi Akiba bestond de delegatie uit de burgemeesters Patrik van Krunkelsven uit België, Gerhard Lemm uit Duitsland, Philippe Mahoux uit Frankrijk, John Kityo uit Oeganda, Thomas O'Grady uit Ohio, VS, en Brian Fitch uit Engeland.
De delegatie werd gedurende deze dagen begeleid door de NVMP-voorzitter Herman Spanjaard en Karel Koster van PENN.
Het Vredespaleis 10 jaar later
Op 5 juli werd 's ochtends het Vredespaleis bezocht alwaar het Internationaal Gerechtshof (ICJ) zetelt en waar 10 jaar geleden de advisory opinion inzake kernwapens werd gegeven. Het ICJ concludeerde destijds that all nations are under an obligation “to pursue negotiations in good faith and conclude measures leading to nuclear disarmament in all its aspects”.
De titel van Akiba's lezing luidde The Good Faith Challenge. Immers als er de afgelopen tien jaar goed vertrouwen was getoond door de kernwapenstaten dan zouden we nu in een kernwapenvrije wereld leven. In plaats daarvan zien we pogingen om nieuwe kernwapens te ontwikkelen en een steeds verdere verspreiding van kernwapens over de wereld.
Alle kernwapens de wereld uit per 2020
's Middags werd de delegatie ontvangen door burgemeester Deetman. De ontvangst was allerhartelijkst. In de Raadszaal vond vervolgens een ‘publieke bijeenkomst’ plaats. Ongeveer 100 belangstellenden waren bij het evenement aanwezig. Burgemeester Akiba verklaarde: "Volgens elke maatstaf is het gebruik van kernwapens in de nabijheid van steden een oorlogsmisdaad. Steden zijn per definitie verblijfplaatsen van burgers, waaronder veel kinderen en ouderen. Steden zijn geen doelen". Burgemeester Akiba kondigde de volgende fase van de Mayors for Peace-campagne aan. Het gaat hierbij om de 2020 Vision Campaign, the Good Faith Challenge. Zonder onderling goed vertrouwen komt je nergens. Je kunt alleen zinvol onderhandelen in de geest van compromis en respect. Overeengekomen maatregelen moeten vervolgens snel en adequaat worden uitgevoerd. Het moet dus anders dan bij het Kernstopverdrag dat door vele landen is ondertekend maar dat nog steeds niet van kracht is. Goed vertrouwen is alleen haalbaar als kernwapenstaten niet meer leunen op kernwapens voor hun veiligheid.
De teksten van zowel het ochtend- als middaggedeelte worden uitgewerkt en zullen in 2007 gepubliceerd worden.
Tentoonstelling
De tentoonstelling ‘Hiroshima en Nagasaski, waarschuwing voor de toekomst’ die de NVMP speciaal liet maken voor de campagne ‘Burgemeesters voor vrede’ is dit jaar te zien geweest in het Zuyderzee college in Lemmer, de bibliotheek in Oostzaan, het gemeentehuis in Leidschendam, de Kloosterkerk in Den Haag en in de bibliotheek van Rotterdam tijdens de Vredesweek. Deze tentoonstelling (te zien op onze website www.nvmp.org) toont de verschrikkingen van de bommen op Hiroshima en Nagasaki maar ook de huidige kernwapensituatie en de protesten daartegen.
Contactpersoon: Hans van
Iterson
4.3
Nucleaire ontwapening – nog steeds bittere noodzaak
Karel Koster, anti-kernwapenlobbyist en de afgelopen jaren nauw betrokken bij het werk van de NVMP, schreef een nieuw boek over de kernwapendreiging anno 2006.
De angst voor een nucleaire holocaust zoals die 25 jaar geleden bestond is verdwenen, maar is de rol van de kernwapens verminderd? Geenszins, er staan nog steeds duizenden kernwapens gereed om binnen luttele minuten een kernoorlog te beginnen. Intussen is er sprake van een gestage toename van het aantal kernwapenstaten: Israël, India, Pakistan, Noord-Korea en hoe ver is Iran? De verspreiding van kernwapens is dan ook een groot gevaar. In Nederland werd de discussie over nucleaire ontwapening en proliferatie de afgelopen jaren in steeds kleinere kring gevoerd. Als het onderwerp al de media bereikt, dan gaat het steevast om andermans kernwapens, om proliferatie. Over de eigen kernbewapening, de aanwezige kernbommen op Volkel en Nederlandse piloten die worden opgeleid om met Nederlandse vliegtuigen deze kernwapens in te zetten, wordt niet gerept, ook niet in de verkiezingsprogramma’s van de meeste politieke partijen.
Naast de feitelijke beschrijving van de nucleaire ontwikkelingen van de afgelopen vijf jaar geven ook mgr. A.H. van Luyn s.d.b.president van Pax Christi Nederland, de diplomaten Jaap Ramaker en Chris Sanders, de politicus Bert Koenders, de wetenschapper Bart van der Sijde, de arts Herman Spanjaard (voorzitter NVMP), de jurist Meindert Stelling en de actievoerders Joris Thijssen (Greenpeace-Nederland), Tera Fopma (Vrouwen voor Vrede) en Barbara Smedema (Acties tegen Kernwapens) hun visie op dat beleid. Zo komen er een reeks meningen aan bod, evenals een uitgebreide documentatie die aan de beschrijving van de ontwikkelingen ten grondslag ligt. Aan de standpunten van de politieke partijen over kernwapens en hun positie in de Tweede Kamer werd, met het oog op de Tweede Kamerverkiezingen, speciale aandacht besteed.
NVMP is de uitgever van het boek en leverde zowel een inhoudelijke als een financiële bijdrage. Het is de moeite waard om het boek aan te schaffen en te verspreiden.
Prijs: € 17,50 (inclusief porto). Na overmaking van het bedrag op giro 4395340 tnv NVMP ovv. 'Boek nucleaire ontwapening' wordt het u thuisgestuurd.
4.4 Bijsluiter Medisch
Contact
Kernwapens verleden tijd?
In november vestigde de NVMP de aandacht op de voortdurende kernwapenproblematiek door een bijsluiter in Medisch Contact.
In
november 1981, dus 25 jaar geleden, gingen mensen massaal de straat op om te
protesteren tegen de komst van Amerikaanse kernwapens naar Nederland en Europa.
Tijdens de Koude Oorlog zag men kernwapens vooral als een middel om mee te dreigen. Het feit dat Oost en West kernwapens hadden ‘verzekerde de vrede’, zo werd beweerd.
De angst voor een nucleaire holocaust zoals die 25 jaar geleden bestond is verdwenen, maar de dreiging van de kernwapens is geenszins verminderd. Nog steeds staan duizenden kernwapens gereed om binnen luttele minuten een kernoorlog te beginnen.
Er is sprake van een gestage toename van het aantal kernwapenstaten: naast de VS, Rusland, China, Frankrijk en Groot-Brittannië, kwamen daar Israël, India en Pakistan bij. Ook Iran staat onder verdenking en op 9 oktober j.l. nam Noord-Korea haar eerste kernproef.
Kernwapens waren 25 jaar geleden aanleiding tot dreiging, nu zijn zij aanleiding tot oorlog.
Er bestaat een internationaal verdrag tegen de verspreiding van kernwapens, het Non-Proliferatieverdrag. Daarin staat dat niet alleen de verspreiding moet worden tegengegaan maar ook dat kernwapenstaten zich verplichten tot het afschaffen van de eigen kernwapens. Zij zijn deze belofte niet nagekomen onder het mom dat zij kernwapens nodig hebben voor hun veiligheid. Dit argument wordt nu eveneens door, frequent bedreigde, landen als Noord-Korea en Iran aangehaald. Het onderlinge wantrouwen leidt tot een wedloop in vernietigingskracht.
Het is een misvatting
te denken dat kernwapens veiligheid of voorspoed brengen.
Kernwapens bieden geen veiligheid maar leiden tot oorlog en zijn een misdaad tegen de mensheid. (Uitspraak van het Internationaal Gerechtshof in 1996).
Het gevolg van de kernproef in Noord-Korea is dat de bevolking zal lijden onder de sancties van de boze en angstige internationale gemeenschap. De armoede, honger en sterfte zullen hierdoor toenemen. De ontwikkeling van kernenergie door Iran – dat de ontwikkeling van kernwapens mogelijk maakt – dreigt aanleiding te worden voor een nieuwe 'preventieve' oorlog.
De hoogste prioriteit voor de internationale gemeenschap is om landen weg te halen bij de nucleaire afgrond. Niet alleen door te dreigen maar vooral door zelf stappen in de richting van nucleaire ontwapening te zetten. Een preventieve oorlog is daarbij uit den boze. Slechts een diplomatieke oplossing kan vrede en langdurige veiligheid in Noord-Azië garanderen.
4.5 Global Health Education
Het doel van het Global Health Educatie project (GHE) is geneeskundestudenten bewust te maken van de rol die ze als arts kunnen spelen in het verbeteren van wereldwijde gezondheid (global health), zowel in hun dagelijks functioneren als arts en als in hun rol als pleitbezorger. Het huidige medische curriculum geeft nog onvoldoende aandacht aan het internationale karakter van de gezondheidszorg. Kennis over en inzicht in de gevolgen van armoede, sociaal-economische ontwikkelingen, conflicten en mensenrechtenschendingen voor de gezondheid zijn essentieel voor dokters die nu worden opgeleid. Competenties op deze gebieden moeten in het curriculum worden ontwikkeld. De projectgroep GHE streeft ernaar onderwijs over global health te laten opnemen in zowel de bachelor- als de masterfase van de medische opleiding.
De oorspronkelijke doelstelling van het GHE-project, zoals geformuleerd aan het begin van het project (2001/2002), was dat een kernmodule ‘global health’ in 2005/2006 op alle acht medische faculteiten in Nederland zou worden gegeven. Een nevendoelstelling was de vergroting van het aanbod en een kwaliteitsverbetering van het keuzeonderwijs op het gebied van global health gedurende het hele opleidingstraject.
Het GHE-project is opgezet als samenwerkingsproject van SCORP–Nederland (Standing Committee Refugees and Peace van de International Federation of Medical Student Associations, IFMSA), de NVMP, de Johannes Wierstichting en de Stichting Wemos (Gezondheid Wereldwijd; Health for All). Inhoudelijk uitgangspunt was onderwijsmateriaal dat reeds deels was ontwikkeld door de participerende organisaties (Wemos, NVMP en JWS).
Behaalde resultaten
In de loop van de jaren zijn goede kontakten ontstaan met studenten en lokale medewerkers van faculteiten, met name gebaseerd op presentaties van het project op workshops van studenten en het jaarlijkse NVMO-congres (Nederlandse Vereniging voor Medisch Onderwijs). Bovendien is onderwijsmateriaal ontwikkeld, gecoördineerd door de stuurgroep GHE. Vanuit de verschillende participerende organisaties is de inhoud geleverd voor een vijftal onderwijsmodules: 1. Gezondheidszorg en mensenrechten; 2. Massavernietigingswapens en gezondheidszorg; 3. Conflicthantering en mediation; 4. Gezondheid en het bedrijfsleven; 5. Gezondheid en armoede. Dit materiaal is uitgebracht op een cd-rom en is te raadplegen via de website van de NVMP: www.antenna.nl/nvmp/GHE.htm
Hoewel formeel het door de NCDO gesubsidieerd project is beëindigd, zijn de doelstellingen nog niet volledig bereikt. Er zijn binnen verschillende faculteiten door studenten geïnitieerde keuzecursussen global health georganiseerd. De stuurgroep GHE functioneert dan ook nog steeds en wordt met name ook vanuit de IFMSA gestimuleerd om verder te gaan. In 2006 heeft regelmatig overleg plaatsgevonden en zijn plannen voorbereid die in 2007 een verdere uitwerking moeten krijgen. Binnenkort zal bij de NCDO steun worden gevraagd voor het organiseren van een summercourse GHE waar zowel studenten als docenten worden uitgenodigd. Voorts worden presentaties voorbereid voor het jaarlijkse NVMO-congres in november 2007.
De werkgroep SCOME (Standing Committee on Medical Education) van de IFMSA zal het materiaal dat is en wordt ontwikkeld in het kader van het Medical Peacework-projekt gaan testen/gebruiken in keuzecursussen. (Zie hieronder).
Internationale
ontwikkelingen
Het GHE project sluit goed aan bij andere global health-initiatieven die opgezet zijn door zusterorganisaties en medische faculteiten in landen als Groot-Brittannië, Zweden, Finland, Duitsland, Canada en de Verenigde Staten. Op basis van de kontakten van de stuurgroepleden (en de organisaties die deze personen vertegenwoordigen in de stuurgroep), de projectmedewerkers en de studenten zijn in de afgelopen jaren veel verschillende internationale kontakten ontstaan op het gebied van global health-onderwijs. Dit heeft geleid tot toenemende samenwerking over de landsgrenzen; zowel in de uitwisseling van Engelstalig onderwijsmateriaal als in het kritisch beoordelen en vergelijken van elkaars tactiek en plannen.
Zoals in het vorige jaarverslag was aangegeven, wordt sinds eind 2005 binnen het Leonardo da Vinci programma van de Europese Commissie het project Medical Peacework uitgevoerd. Twee van de GHE partners, te weten de NVMP en JWS, zijn actief betrokken bij dit project. Het Medical Peacework-project loopt tot oktober 2007. De belangrijkste doelstelling van dit project is het ontwikkelen van (elektronisch beschikbaar: distant e-learning-) onderwijsmateriaal op het gebied van global health-thema’s (armoede en ontwikkeling, geweld en conflicthantering, arts en mensenrechten, etc). Het project wordt gecoördineerd vanuit de universiteit van Tromsö in Noorwegen en omvat verder partners uit Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Slovenië en Nederland.
Namens de Nederlandse partners (NVMP, JWS en IFHHRO (International Federation of Health and Human Rights Organizations), vertegenwoordigd in de stuurgroep Medical Peacework, is dr. Leo van Bergen (aangesteld bij de afdeling Metamedica van het Vrije Universiteit medisch centrum, VUmc, Amsterdam), aangetrokken om een drietal modules te schrijven. Leo heeft als taken:
* Het ontwikkelen van on-line lesmateriaal en corresponderende hoofdstukken voor een handboek Medical Peacework voor de module War, Weapons and Militarization in samenwerking met andere partners in het LdV-project en het coördineren van de bijdragen van andere partners van het LdV-project aan deze module.
* Bijdragen aan het ontwikkelen van on-line lesmateriaal en corresponderende hoofdstukken voor een handboek Medical Peacework voor de modules ‘Poverty and development needs’, ‘Medicine and Human Rights’ en ‘Interpersonal and self-directed violence’. Het zijn andere partners die het LdV-project trekken.
* Bijdragen aan de inhoud van workshops en conferenties, alsmede aan het testen en valoriseren van het geproduceerde onderwijsmateriaal.
Van 11-14 oktober 2006 organiseerde de NVMP in conferentieoord Oud Poelgeest een 3-daagse LdV-workshop, alwaar de resultaten en verdere ontwikkeling van de door de partners gemaakte modules werden besproken. Inmiddels zijn de drie modules geschreven en op dit moment wordt dit materiaal voorzien van inspirerende casussen (o.a. videomateriaal) en geschikt gemaakt voor publicatie op de website en opname in het handboek.
De NVMP heeft de financieel-administratieve coördinatie van dit tweejarig project.
Contactpersonen:
Leo van Bergen
Henk Groenewegen
4.6 Conflicthantering
De commissie is in 2006 slechts twee keer bijeengekomen. Dit heeft te maken met twijfels aan de behoefte aan deze commissie binnen de NVMP. De commissie realiseert zich dat conflictbeheersing hoog op de prioriteitenlijst van de NVMP staat. Maar het is niet zo duidelijk welke rol artsen daar specifiek in moeten spelen, behalve een rol als mediator. Om deze reden heeft mediation steeds centraal gestaan bij de activiteiten van de commissie. Naar de mening van de commissie is het meeste resultaat te bereiken door medische studenten kennis te laten maken met mediation. De hiervoor ontwikkelde lesmodule is ingebracht in het pakket van Global Health Education (GHE). Hiermee lijkt het belangrijkste project van de commissie afgerond. Hooguit moet de module worden bijgewerkt, wat ook door enkele individuen kan worden gedaan.
Jaarlijks wordt meegewerkt in de uitvoering van de lesmodule bij het keuzevak ‘Gezondheidszorg en Vredesvraagstukken’ in Amsterdam. Hierbij blijkt echter dat de tijd, die voor het simulatiespel wordt uitgetrokken, te kort is. Pogingen de tijd uit te breiden hebben (nog) geen resultaat gehad. De vergaderingen hadden dan ook als belangrijk thema: is het mogelijk mediation in een zodanig compacte vorm te gieten, dat er in een dergelijke tijd nog iets van overblijft? Op de lange termijn ziet de commissie geen taak in het blijven begeleiden van de lesmodule, zeker als ook andere medische faculteiten deze gaan gebruiken. Als het lespakket van de GHE een vastere voet binnen het medisch onderwijs gaat krijgen, moeten de faculteiten zelf kunnen voorzien in mensen, die dit (professioneel) begeleiden.
Voor het aanmaken van alternatieve conflictsituaties is vooral gekeken naar een situatie in het conflict Israël-Palestijnen. Dit blijkt echter geen geschikt alternatief omdat een aantal deelnemers zich zo betrokken kan voelen bij dit conflict, dat zij zich niet in staat voelen als onpartijdige buitenstaander op te treden. Wel zijn juist in dit conflict steeds meer voorbeelden van artsen, die over de grenzen van hun groepsidentiteit heen werken. Deze voorbeelden blijven wij volgen omdat zich daar mogelijk andere vormen van conflicthantering gaan ontwikkelen.
Trainingsactiviteiten hebben binnen de commissie met enige regelmaat plaatsgevonden, maar de beoogde verbreiding binnen de NVMP van de kennis en ervaring, die hierbij wordt opgedaan, is tot nu toe uitgebleven. Hetzelfde geldt voor de referaten, die bij de vergaderingen worden gehouden.
Bij de ledenvergadering van de NVMP in mei heeft de commissie zich gepresenteerd aan de aanwezigen. De indruk is dat deze presentatie positief is ontvangen.
Begin 2007 gaat de commissie na hoe groot de basis is voor het bestaan van de commissie als orgaan binnen de NVMP. Mocht die basis te smal blijken, dan is te verwachten dat enkele activiteiten, zoals bijhouden van de lesmodule, wordt voortgezet door individuele leden.
Contactpersonen:
Mimi Tyssen en Rob Smit Duijzentkunst
4.7 NVMP/AVV-symposia in 2006
In 2006 organiseerde NVMP in samenwerking met Artsen voor Vrede een tweetal symposia. Hieronder een inhoudelijk verslag van beide bijeenkomsten.
Bijwerkingen van oorlog
ALV-symposium op 20 mei in het
WKZ te Utrecht
Met het uitzenden
van militairen naar de gevaarlijke Afghaanse provincie Uruzgan heeft Nederland
een nieuwe stap gezet op het pad van ‘Vredesmissies’ . Deze militairen komen
gelukkig meestal weer heelhuids thuis, maar voor een deel van hen beginnen dan
pas de problemen. Posttraumatische stressstoornis (PTSS) en andere
gezondheidsklachten nemen in omvang toe naarmate de uitzendingen een minder
vreedzaam karakter krijgen. Een
aantal van de huidige missies maakt deel uit van de War on terror. In een
huis-aan-huisfolder wordt verteld wat u kunt doen tegen terrorisme. Maar wat
doet de terrorismedreiging eigenlijk met de gewone burger?
Drs. Jos Weerts, Veteraneninstituut: ‘Op de weg terug.
Onderzoek naar veteranen met psychische trauma’s’
Jos Weerts, oud-voorzitter van de
NVMP, werkt tegenwoordig als hoofd van het kennis- en onderzoekscentrum (KOC)
van het Veteraneninstituut.
De bekende groep van de ‘oude’ veteranen (politionele
acties, Korea) neemt in aantal af. Daarnaast groeit het aantal ‘nieuwe’
veteranen die terugkeren van VN-operaties. Een veteraan is dan ook niet per
definitie oud. Het gaat om een voormalig militair die niet meer in dienst is en
minstens eenmaal is uitgezonden op een internationale missie. De jongste
veteraan is 20 jaar.
Het KOC is het Kennis- en Onderzoekscentrum voor
zorgverlening aan militaire oorlogsgetroffenen en in het bijzonder de
slachtoffers van vredesoperaties. In die hoedanigheid verzamelt het KOC kennis
uit internationale onderzoeken en doet zelf ook eigen onderzoek onder
veteranen. De afgelopen jaren is er een sterk toenemende vraag onder veteranen
naar hulp. Het gaat om zo’n 60-70 verzoeken per maand.
Het onderzoek van Kulka e.a. in 1990 bij de
Vietnam-generatie vormt een mijlpaal. In het algemeen geldt, dat blootstelling
aan trauma’s kan leiden tot een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Al naargelang
de blootstelling intenser en langer was kunnen daarbij vaker meervoudige
stoornissen optreden, co-morbiditeit met stemmingstoornissen, angststoornissen
en alcoholverslaving. Dit laatste wordt door de veteranen eerder als
zelfmedicatie gezien: “Als ik niet drink slaap ik niet”. Een onderzoek uit 1995
bij veteranen aangesloten bij de BNMO toonde een alarmerend percentage van 23%
posttraumatische stress aan. Voor veteranen in het algemeen was dit 7%. Het
gaat hier om de oudere generatie (WO II, Indonesië, Korea). Uit een onderzoek
onder bijna 4000 veteranen van vredesoperaties (uitgezonden vanaf 1979) blijkt
dat in het algemeen
70% met een ‘goed gevoel’ op de missie terugkijken, 20%
aanpassingsproblemen ervaren en bij 4 à 5% sprake is van een PTSS.
Gekeken naar de behoeften van de veteranen na terugkeer
wenst 75% actieve nazorg, 27% had behoefte aan hulp (maar 50% hiervan zocht
geen hulp) en 97 % wenst een centraal adres waar ze met vragen om hulp terecht
kunnen.
Gelukkig is niet alles negatief aan een uitzending. De
meerderheid van de veteranen vindt dat zij door de uitzending sterker zijn
geworden. Als positieve factoren worden genoemd:
emotionele groei, verrijking van het persoonlijke leven,
sterker, zelfbewuster geworden, identiteit en competenties toegenomen, in staat
moeilijkheden te overwinnen en waardering voor het huidige leven.
Prof. dr. Berthold Gersons, hoogleraar psychiatrie: ‘Het
effect van terreur op mens en samenleving’
Tijdens een bezoek aan Belfast sprak
Gersons met getroffen mensen - katholieken en protestanten - die vreselijke
dingen hadden meegemaakt. Uit hun gesprekken blijkt dat zij over ‘de
ander’ de meest verschrikkelijke
denkbeelden hebben. De beeldvorming leidt tot stereotypering en dehumanisering:
zij zijn slecht en wij zijn goed. Het denken van deze mensen wordt voor het
grootste deel bepaald door de enorme emotie die ze ervaren. Na 11 september
2001 zag je ook iets dergelijks: het is ‘wij’ tegen ‘zij’. Wij brengen vrede en
democratie; zij zijn ‘schurkenstaten’.
Wat gebeurt tijdens een ‘ramp’?
Eerst is er het verlies van
controle vanwege het onverwachte en onbekende. Daarnaast ontstaat het gevoel
van onveiligheid, de gezamenlijke veiligheid is weg. Je ontleent veiligheid aan
elkaar. Doordat het angstsysteem geactiveerd wordt ren je allemaal dezelfde
kant op. In de dierenwereld gebeurd iets soortgelijks wanneer een kudde wordt
aangevallen. Overigens moet men bij kuddes niet uitkijken voor de grote troep
maar wel voor het eenzame, afgescheiden mannetje, dat niet terug kan vallen op
de gezamenlijke veiligheid en daarom gevaarlijk en onvoorspelbaar gedrag kan
vertonen. De ‘traumatische’ ervaringen na een ‘ramp’ blijven je lang bij, het
angstsysteem blijft geactiveerd hoewel dat niet meer nodig is. Bijvoorbeeld na
een inbraak blijft er nog lang angst en alertheid bestaan alhoewel de kans dat
binnen afzienbare tijd de inbreker nog eens terugkeert vrij gering is.
De ramp na de ramp
Wat je ervaart na een ramp is
allereerst ongeloof en verbijstering, een gevoel van onwerkelijkheid. Later is
er sprake van angst, slecht slapen, schrikreacties. Maar ook woede en
irritaties. Wat je ziet na een ramp is dat eerst iedereen elkaar gaat helpen.
Dat schept een band en wordt als positief ervaren (Honeymoon). Maar na verloop van tijd, eenmaal uitgeput van alle
activiteit slaat de desillusie toe. Er is sprake van een verstoring van het
denken. Door de verhoogde angst is er een afname van controle en treedt
verhoogde stereotypering op.
Inleven in terroristen
Zijn terroristen ‘gek’? Nee zeker
niet, een aanslag immers vereist vakwerk en grondige kennis en timing. Het boek
Terror in the Name of God van Jessica
Stern beschrijft zorgvuldig de wereld van de terrorist. Terroristen zien
zichzelf als ‘zeer anders dan de anderen’. Veelal is het een minderheidsgroep
die zich onderdrukt voelt. Er is sprake van groupthink.
“Dit is hoe wij tegen de wereld aankijken.” Er is sprake van losmaking van de
wereld en overgave aan een leider, een goeroeachtig iemand. Nodig om te komen
tot aanslagen is ‘dehumanisering’ van de slachtoffers. Daarmee wordt random killing mogelijk. In Belfast zie
je zo’n soort situatie waarbij katholieken en protestanten elkaar zien als
stereotiepe slechteriken.
Wat te doen?
Daar is geen eenduidig antwoord
op want terrorisme komt uit verschillende dingen voort en kent geen eenduidige
achtergrond. Angstgevoelens hebben een grote invloed op het menselijke
handelen. Je zou eerst uit moeten leggen welke effecten dat heeft op ons
gedrag. Vrees wordt veelal aangeleerd, men is voor onweer banger op het
platteland dan in de stad. Risico’s zul je uiteindelijk moeten leren
aanvaarden. Maar anderzijds heeft Nederland juist een hoog veiligheidsgevoel:
alles moet perfect voor elkaar zijn.
Omgaan
met conflicten, Symposium van Artsen
voor Vrede en NVMP, Antwerpen , 25
november 2006
Leo D’aes was tussen 1998 en 2005 achtereenvolgens
consul-generaal in Jeruzalem en ambassadeur in Bujumbura (Burundi). Hij putte
uit zijn ervaringen om een vergelijking te maken tussen Burundi, waar het
vredesproces tot nu toe redelijk succesvol verlopen is, en het Midden-Oosten
waar de onderhandelingen maar niet uit het slop geraken. Zijn analyse gaf een
mooi beeld van de elementen die nodig zijn om bemiddeling tot een goed einde te
brengen.
De
ondertekening van een akkoord is onvoldoende om een bemiddelingsoperatie
succesvol te noemen. De opvolging en bijsturing van wat afgesproken werd is
minstens zo belangrijk.
Hier
verliep het in Burundi een stuk beter dan in het Midden-Oosten. De finaliteit, waarmee bedoeld wordt de na
te streven toestand na het beëindigen van de oorlogsactiviteiten, was in de
akkoorden van Arusha zeer nauwkeurig omschreven. Het was dus relatief eenvoudig
om de realisatie ervan na te gaan. Burundi ontving voldoende financiële
middelen uit het buitenland om de geplande heropbouw van het land ook effectief
te starten.
De Camp
David-akkoorden belandden in een ‘negatieve dynamiek’ na de moord op Rabin. De
verdere verfijning en realisatie verliep mank. Zo hadden de Palestijnen 7 jaar
na de ondertekening van het verdrag nog maar 20 % in handen van het grondgebied
dat hen beloofd werd. Ook tijdens de duur van het verdrag bleef de aangroei van
joodse settlements op de Westelijke
Jordaanoever en Gaza doorgaan. De EU poogde om deze situatie enigszins te
compenseren door aanzienlijke financiële steun voor de infrastructuur in
Palestijnse gebieden. Een groot probleem was dat de VS het probleem veel te
veel vanuit een strategisch oogpunt bekeken en te weinig aandacht hadden voor de
menselijke aspecten zoals de leefomstandigheden van de bevolking, waardoor in
hun ogen de onderhandelaars steeds minder geloofwaardig werden. De finale
doodsteek van de Oslo-akkoorden kwam er wellicht op 11 september 2001: vanaf
die datum kleurde het begrip terrorisme
en de strijd ertegen de Amerikaans-Israëlische aanpak, wat de strijdende
partijen in hun posities deed verscherpen.
Lessen
Wat kunnen
we uit deze observaties leren met betrekking tot succesvolle bemiddeling in
internationale conflicten? Leo D’aes sloot zijn betoog af met acht
aanbevelingen.
1) Eerste vereiste: aanwezigheid en inzet van politieke moed, zowel bij de partijen als bij de onderhandelaars.
2) Voor de bemiddelaars: vorm een netwerk van allianties van gelijkgezinden.
3) Er moeten voldoende financiële middelen beschikbaar zijn zodat de leefsituatie van de betrokken partijen er door de overeenkomst niet op achteruit gaat (en als het kan zelfs verbetert). Anders blijft de Kalaschnikov de kredietkaart die moet zorgen voor overleven.
4) Een goed vredesakkoord bestaat uit duidelijke en omvattende afspraken die moeten worden nagekomen.
5) In verband met voorgaande: speak out! Als het fundamenteel begint mis te lopen, moet je beginnen met dat ook te zeggen.
6) Aansluitend aan voorgaande: geduld is een mooie deugd. Volharding is vereist, blijven praten, herbeginnen, marathonzittingen… Verzeker noodlijdende partijen van daadwerkelijke bekommernis, solidariteit en bijstand: laat hen niet aan hun lot over, zoniet zijn ze voer voor extremisme. De humanitaire hulp zou ook verder moeten reiken dan overleven en vervolledigd moeten worden met bijstand aan de civiele maatschappij: maak de burger mondig, geef hem/haar de kans om zich vredelievend te uiten, in plaats van als enig alternatief om je aspiraties waar te maken, het geweld te moeten kiezen.
7)
Definieer ‘ons eigen
belang’ op evenwichtige wijze als volgt:
Met betrekking tot Burundi: enerzijds, de kennis en ervaring van ons land ten
dienste stellen van duurzame oplossingen, actief bijdragen aan het wegwerken
van geweld en andere onrechtvaardigheden; anderzijds, met de ruimere
internationale gemeenschap ertoe bijdragen dat betrokken landen voor zichzelf
kunnen instaan, en ons dus gevoelig minder gaan kosten …
Met betrekking tot Palestina: de humanitaire kost van de bezetting van de
gebieden, en vooral de afsluiting en verstikking ervan, is enorm, wordt elk
jaar groter, en dreigt langetermijn te worden om de gevolgen van zes jaar
oorlogstrauma’s te begeleiden: dat is niet in het Palestijns noch in het internationaal
belang. Het is geen geheim dat
hulpverleners in Palestina met het gewetensprobleem zitten dat zij de
bezetting de facto bestendigen… Een organisatie als Artsen voor de Vrede is
goed geplaatst om die langere-termijn-gevolgen publiekelijk aan te kaarten, en
een debat ten gronde af te dwingen over onze houding terzake. Ten gronde, en
niet occasioneel, naar aanleiding van de zoveelste Israëlische beschieting van
Palestijnse burgers.
De tweede
spreker op het symposium was Réginald
Moreels, chirurg, voormalig
minister van Ontwikkelingssamenwerking en voormalig voorzitter Artsen zonder
Grenzen.
Kan een oorlog, kan geweld gerechtvaardigd
zijn?
Voor
Réginald Moreels zijn er slechts twee valabele redenen om tot bepaalde vormen
van geweld over te gaan: een dreigende of ingezette genocide en een massale
ontkenning van de mensenrechten. Zelf heeft hij beide situaties meegemaakt in
Afrika. Hij vond het vreselijk als machteloze getuige de genocide te zien
plaatsgrijpen in Rwanda onder het oog van de afzijdige VN-troepen.
Onbegrijpelijk hoe diplomatieke posities elke tussenkomst verhinderen in een
slachting waarbij honderdduizenden mensen in twee maanden worden afgemaakt.
Bij genocide of bij zware schending van mensenrechten
moet men onmiddellijk kunnen ingrijpen door bepaalde vormen van ontradings- en
afdreigingsgeweld, door eventueel gebruik te maken van wapens die niet
vernietigend, niet dodend zijn. Deze bestaan of zijn in ontwikkeling, maar er
wordt in verhouding te weinig onderzoek naar verricht omdat tijdelijk
uitschakelen van geweldplegers niet interessant is voor partijen die vechten om
de macht. Die schakelen tegenstanders
liefst definitief uit.
Conflictbemiddeling
kun je pas echt goed leren vanaf het moment dat je ze zelf kunt toepassen
binnen je familie- en kennissenkring. Ze gaat uit van de m-M positie. Iedereen
vertrekt van een ‘m’, een
mindere-positie, waarin je verkeert bij het verlaten van de moederschoot. Als
hulpeloos wezen moet je geleidelijk tot ontplooiing komen, je persoonlijkheid
ontwikkelen, een ‘M’, een
Meerdere-positie bereiken. Die groei naar een M-positie is een gezonde reflex.
Het meer mens worden gebeurt in relatie tot de anderen. Samen met anderen, niet
ten koste van anderen.
Helemaal
anders werkt men in het ‘Evenwaardigheidsmodel’. Men start niet met argumenten
maar met het zoeken naar de grond van de zaak wat leidt naar een begin van
inzicht in het probleem. Hoe kwam het bijvoorbeeld dat Hutu’s en Tutsi’s zich
zo vijandig tegen mekaar opstelden?
In het
E-model is het eerste element de communicatie:
het charisma van de onderhandelaar
kan hierbij een grote troef zijn om de gesprekken tot een goed einde te
brengen. Bemiddelen vraagt aanvoelen en
aandacht voor de lichaamstaal maar ook ernstige training. Je moet leren luisteren, begrijpen. Niet
voor niets hebben we twee oren voor één mond gekregen.
Ten tweede
is het belangrijk dat elke partij positieve
bevestiging krijgt. Geen enkele
partij mag als underdog aan de tafel zitten.
Tenslotte is creativiteit het derde noodzakelijke element voor een geslaagde bemiddeling.
4.8
Nieuwsbriefredactie
Het jaar 2006 betekende de 26e jaargang voor de NVMP/AVV-Nieuwsbrief. De redactie bestond uit Margreet Bakker (nvmp) , Akke Botzen-Gramsma (nvmp), Hugo D’aes (avv), Hans van der Dennen (nvmp), Hans van Iterson (nvmp), Eduard Kusters (avv), Christien Mudde (nvmp) en Joop Pragt (nvmp). Trees Harms (nvmp) verliet de redactie. Eduard Kusters bereidde zich voor als hoofdredacteur en zorgde voor een coördinerende functie. De column werd ook dit jaar verzorgd door Bert Dalmolen. Hans van der Dennen nam de eindredactie voor zijn rekening. De samenstelling van de Engelse synopsis berustte zoals vanouds bij mevrouw Petti Moll-Huber en het correctiewerk bij An Mercx. Adri en Babette de Jong van Equipe Communicatie zorgden voor de vormgeving en de druk. Hans van Iterson verzorgde de foto’s en de website.
De Nieuwsbrief verscheen viermaal in 2006. De verspreiding in België gebeurde via de posterijen. Dit jaar waren hierbij geen moeilijkheden maar de vraag blijft of dit de meest efficiënte oplossing is. De redactie kwam viermaal samen, ofwel in het secretariaat van de NVMP ofwel bij Christien Mudde thuis in Rotterdam.
De voornaamste doelstelling van de redactie blijft de onderlinge band tussen de leden te versterken en hen te informeren over de vredesbewegingen en oorlogen in het algemeen en de acties van IPPNW in het bijzonder. Enkele onderwerpen uit de Nieuwsbrief van het afgelopen jaar:
- Medische gevolgen van Tschernobyl
- Desinformatie dwarsboomt verzet (over verarmd uranium)
- Bezoek van burgemeester Akiba aan den Haag
- Verslag van het 17e Wereldcongres van IPPNW in Helsinki
De Nieuwsbrief verschijnt met een tussenperiode van drie maanden. Om meer bij de actualiteit te blijven werd via e-mail een Forum opgericht. Het internet maakt het mogelijk een directe gedachtewisseling in een grote groep mensen te organiseren. Er zijn een vijftigtal ingeschrevenen. Tot december waren er zo’n 600 berichten binnengekomen. Sommige onderwerpen (Palestina, nucleaire energie, oorzaken van oorlog,…) gaven aanleiding tot heftige discussies.
Meer kwaliteit is de constante doelstelling van de redactie. De hoeveelheid kopij groeide en voor de laatste nummers was hiervan eerder teveel dan te weinig. Dit maakt het mogelijk nog meer aandacht te besteden aan kwaliteit. Aandachtspunt hierbij is de herkenbaarheid (waaronder identiteit). Er zijn een reeks vaste rubrieken die in elk nummer terugkomen. Hieronder vallen: Woord van de voorzitter, de reeks over de hedendaagse oorlog, Uit de tijdschriften, de Column. In de laatste twee nummers werd hier nog Erflaters van de vredesbeweging aan toegevoegd.
Spellings- en typefouten zijn ergerlijk. Hier opnieuw onze dank aan An Mercx voor haar belangrijke bijdrage in het correctiewerk.
Het schrijven in heldere zinnen die aangenaam lezen moet naast de inhoud een hoofdbekommernis blijven. Het feit dat wij geen van allen als professionele auteurs zijn opgeleid, maakt de opgave niet gemakkelijk. Eventueel moet de redactie toch in overweging nemen om een professionele hulp aan te trekken waaraan de teksten op voorhand (ruim voor de eindredactie) kunnen worden voorgelegd.
Gebruik van de Nieuwsbrief. De Nieuwsbrief kan een instrument zijn om onze ideeën te verspreiden via het toesturen aan kranten en andere media. Dit is een taak van de besturen van NVMP en AVV. Hoe beter de kwaliteit van de Nieuwsbrief is, des te meer is hierbij de kans op slagen.
Contactpersonen: Hans van der Dennen en Eduard
Kusters
4.9
Activiteiten in de regio
Afdeling Groningen, Friesland, Drenthe
Zo’n vijftien leden uit Groningen, Friesland en Drenthe komen maandelijks bijeen op de eerste woensdagen van de maand.in het 'Praot-hoes' van Licht en Kracht te Assen.
De problematiek in de wereld lijkt nog even aan te houden. Zo hebben wij dus nog reden tot samenkomst en stof ter bespreking.
De volgende onderwerpen / boeken kwamen ter sprake:
- Januari. Rob Smit Duijzentkunst: Healthbridges
- Februari. Bert Dalmolen: Bespreking van een hoofdstuk uit Servan Schreiber: Uw brein als medicijn (2003, Kosmos, Utrecht / Antwerpen) over chaos en coherentie in het hart-hersensysteem.
- De maart-bijeenkomst is door weersomstandigheden niet doorgegaan
- April. Bert Binsbergen: Afscheid en terugblik op 30 jaar NVMP
- Mei. Marten van Wijhe: Pain and Culture. Een uitgebreid historisch overzicht van pijnbeleving en pijnbestrijding door de eeuwen heen.
- Juni. Joop Pragt: Destructieve emoties
- September. Joop Pragt bespreekt het rapport Zur neuen Nucleardoctrin der USA van de Hessische Stiftung Friedens- und Konfliktforschung. Zie Nieuwsbrief 2006, nr 3, tevens verslag van Annie van Kleij.
-
Oktober. Rob Smit Duijzentkunst: inleiding en discussie
over tolerantie.
Het bij verscheidenheid van denken elkaars mening (niet alle daden) respecteren zonder per se alles te zeggen (als dit – nodeloos – kwetsbaar is.
[PM Voltaire: “Ik ben het in alles wat u schrijft met u oneens, maar ik zal blijven strijd