Ministerie van Buitenlandse Zaken

 

 

 Reactie van Minister Verhagen op bloedvergieten in de Gazastrook

22 januari 2009

 

Geachte heer, mevrouw,

 

Minister Verhagen heeft uw e-mail, waarin u uw zorgen uit over de huidige situatie in de Gazastrook, in goede orde ontvangen.

 

De minister deelt uw zorgen over de situatie in het Midden-Oosten. Er is sprake van een ernstige crisis, verschrikkelijk humanitair leed en een forse terugslag voor het vredesproces. Het geweld in en rondom de Gazastrook de afgelopen weken heeft onschuldigen aan beide kanten getroffen.

 

Internationale bemiddeling heeft ertoe geleid dat beide partijen inzien dat geweld en escalatie geen uitzicht bieden op een duurzame regeling. Nederland heeft de diplomatieke inspanningen actief ondersteund en is verheugd dat deze hebben geleid tot een staakt-het-vuren, juist ook met het oog op het voorkomen van meer burgerslachtoffers en humanitair leed. Dit is waar de partijen, en vooral de burgers in Israël en Gaza, nu het meest aan hebben.

 

Nederland is sterk voorstander van een duurzaam bestand. Alvorens een staakt-het-vuren duurzaam kan zijn is het noodzakelijk dat de raketaanvallen vanuit Gaza op Israël definitief stoppen. Daartoe is het noodzakelijk te komen tot beëindiging van wapensmokkel door tunnels of anderszins. Toegang voor humanitaire hulp tot het gebied is essentieel. Internationaal grenstoezicht kan hierbij een belangrijke rol spelen.

 

Nederland heeft hiertoe, in samenwerking met Denemarken, een voorstel gedaan aan het EU-voorzitterschap. Kern van dit voorstel is dat de EU zich bereid zou moeten verklaren effectief grenstoezicht tot stand te brengen, bij voorkeur met deelname van Arabische landen, te beginnen op de Gazaans-Egyptische grens. Dit toezicht zal de invoer van humanitaire hulp en de hervatting van de normale import en export mogelijk moeten maken, en tegelijkertijd moeten voorkomen dat Hamas zich via die grens herbewapent. Nederland is bereid te bezien op welke wijze het kan bijdragen aan internationaal grenstoezicht.

 

De humanitaire situatie in Gaza is zeer zorgelijk. Daarom heeft de Nederlandse regering € 3 mln. beschikbaar gesteld voor humanitaire hulp aan Gaza, naast de € 8 mln. die in 2008 besteed werd aan humanitaire hulp in de Palestijnse gebieden. Tevens draagt Nederland jaarlijks € 15 mln. bij aan UNRWA, de VN-organisatie die zich inzet voor humanitaire hulp aan Palestijnse vluchtelingen in het Midden Oosten. In totaal bedroeg de Nederlandse bijdrage aan de Palestijnse gebieden in 2008 € 72 mln.

 

Voorts verwacht Nederland van Israël dat het de zo dringend nodige humanitaire hulp toelaat. De regering spreekt Israël daar ook op aan. In dit verband vindt Nederland het belangrijk dat vertegenwoordigers van VN-organisaties en het Internationale Rode Kruis direct toegang krijgen tot het gebied. Ook acht Nederland het van belang dat objectieve verslaggeving van de gebeurtenissen en situatie in de Gazastrook plaats kan vinden, reden waarom Nederland toegang van internationale mediavertegenwoordigers tot het gebied heeft bepleit bij Israël.

 

De regering is geschokt over militaire acties waarbij verschillende VN-doelen zijn geraakt en betuigt haar oprechte deelneming aan de slachtoffers. Nederland heeft zijn zorgen aan Israël kenbaar gemaakt en onmiddellijk aangedrongen op spoedige opheldering. Nederland verwacht dat Israël, zoals het heeft verklaard, al het mogelijke doet om te voorkomen dat burgers slachtoffer worden van militaire acties, conform het humanitaire oorlogsrecht. Dit geldt evenzeer ten aanzien van Hamas.

 

Met het oog op de proportionaliteit van het Israëlische offensief dient een afweging te worden gemaakt tussen enerzijds het verwachte, tastbare en rechtstreekse militaire voordeel en anderzijds het te verwachten bijkomend verlies van mensenlevens, verwonding onder burgers, schade aan burgerobjecten of een combinatie daarvan. Een beoordeling van de complexe situatie van de afgelopen weken vergt gedetailleerde kennis van alle relevante factoren. De hiertoe benodigde informatie staat niet tot onze beschikking. Bij twijfel over de juiste toepassing van geweld kan Nederland geen oordeel vellen. De Nederlandse regering vindt daarom dat er onderzoek moet worden ingesteld naar beweerde schendingen van oorlogsrecht en mensenrechten, in de eerste plaats door de betrokken partijen zelf. Indien er twijfel bestaat over schending van het humanitaire oorlogsrecht steunt Nederland het instellen van nader onderzoek. Zo steunt Nederland bijvoorbeeld het VN-onderzoek naar de Israëlische aanval op een UNWRA-school in het vluchtelingenkamp Jabaliya. Nederland zal bovendien in VN-verband onafhankelijk onderzoek bepleiten naar alle gevallen waarin internationale hulporganisaties twijfelen of het gebruikte geweld past binnen de verplichtingen en randvoorwaarden die het internationale recht aan gebruik van geweld stelt.

 

Het vredesproces mag niet verzwakt uit deze strijd komen. Israëli's en Palestijnen zijn nog nooit zo rechtstreeks en intensief met elkaar in onderhandeling geweest als het afgelopen jaar in het Annapolis-proces. Die winst mag niet verloren gaan. Deze Israëlisch-Palestijnse inspanningen verdienen onze voortdurende steun. Het doel blijft een levensvatbare Palestijnse staat en veilige en erkende grenzen voor Israël.

 

Indien u meer informatie wenst over de Nederlandse positie ten aanzien van de situatie in Gaza, verwijs ik u graag naar de recent verschenen Kamerbrieven en drie sets beantwoorde Kamervragen[1] over dit onderwerp op de website van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

 

Ik vertrouw erop u hiermee naar tevredenheid te hebben geïnformeerd.

 

De Minister,

Voor deze,

 

Drs. G. Heijkoop

Plv. directeur Directie Noord Afrika en Midden-Oosten

Ministerie van Buitenlandse Zaken