Werkgroep Mensenrechten en Gezondheidszorg

Casuïstiek: docentenhandleiding

Duur: ruim een uur

 

Leerdoelen:

·         medische studenten ervaren twee mensenrechtendilemma’s in de gezondheidszorg;

·         medische studenten weten op een systematische wijze om te gaan met de twee mensenrechtendilemma’s in de gezondheidszorg middels een stappenplan.

 

1          Inleiding

 

 

Bij de keuze van de casuïstiek is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van een reële situatie, waarin artsen, verpleegkundigen en paramedici te maken hebben of hebben gehad met schendingen van en dilemma's inzake mensenrechten. Uitgangspunten bij de keuze van de casus zijn de overweging dat er sprake is van 'medicine at risk', een actuele of potentiële bedreiging van de rechten van zwakke of kwetsbare groepen, of van relevante referentie naar mensenrechtenbepalingen. Hoewel een casus kan lijken op individuele, waar gebeurde situaties, berusten dergelijke gelijkenissen op toeval.

 

 

 

2          Mensenrechtenonderwijs: een systematische benadering

 

 

Voor de individuele arts, verpleegkundige of anderszins werkende in de gezondheidszorg vormen problemen met mensenrechten doorgaans geen hoofdzaak van hun werk. Het feit dat deze bijzaak zijn, gecombineerd met een over het algemeen slechte voorbereiding, maakt dat het 'mensenrechtenprobleem' als een individueel probleem wordt ervaren. Artsen die met moeilijke dilemma's inzake mensenrechten worden geconfronteerd, proberen deze dilemma's veelal individueel 'op te lossen', hetgeen vaak neerkomt op 'wegstoppen' met alle daarbij horende frustraties. Immers, wanneer het niet mogelijk is om tot een oplossing te komen, zal men veelal proberen de problematiek te ontkennen of te ontlopen. Slechts wanneer de dilemma's collectief worden ervaren, wordt er op een niet-individueel niveau naar een oplossing gezocht.

 

Hieronder wordt een 'stappenplan' voorgesteld, waarmee je in staat wordt gesteld om op een structurele wijze met de ervaren dilemma's om te gaan, en op een wijze die je verlost van de neiging om de dilemma's op een individueel niveau 'op te lossen'. In essentie zijn mensenrechten dilemma's immers geen individueel probleem, maar maatschappelijke problemen, waarbij de gezondheidswerker wordt gevraagd om op professionele manier zijn bijdrage te leveren.

 

 

 

 

 

3          Discussie

 

 

De centrale positie die de casus inneemt in het leerproces, zorgt voor een zo groot mogelijke identificatie van de cursist met de aangeboden problemen en dilemma’s. Daarbij zijn goede achtergrond informatie nodig, maar meer nog ligt de nadruk op de vorming van een persoonlijk standpunt. De bespreking van de casus zal tot veel discussie leiden, en dat is goed. De vele invalshoeken en aspecten van de casus bevatten veel stof voor discussie en discussie is een uitstekend middel voor de vorming van een persoonlijk standpunt.

 

 

 

4          Stappenplan

 

 

De cursist wordt door de casus in een situatie geplaatst, waarbij hij zich door de erbij gestelde vragen oriënteert over de mensenrechten problematiek van de casus. Daarbij doen zich problemen voor op het gebied van kennis, attitude en ervaring. Bij het mensenrechtenonderwijs kan gebruik worden gemaakt van gebruikelijke onderwijsmethoden, die ook in het ethiek-, filosofie- en juridische onderwijs worden gebruikt. Een onderwijskundige suggestie zou kunnen zijn het 'stappenplan', zoals dat hieronder wordt beschreven, en dat is ontleend aan het onderwijs in de medische ethiek.[1] Het stappenplan bestaat uit een analytische fase en een strategische fase. In de analytische fase (4 stappen) wordt het probleem in kaart gebracht, in de strategische fase wordt naar een zo goed mogelijke oplossing gezocht, met beschrijving van de eigen rol.

 

 

fase 1. Analyse

 

stap 1. Beschrijving van de situatie (casus)

 

stap 2. Inventarisatie van problemen en dilemma's.

 

stap 3. Definiëren van uitgangspunten en doelstellingen

 

stap 4. Inventarisatie van relevante regelgeving

 

fase 2. Strategie

 

stap 5. Inventarisatie van gewenste oplossingen

 

stap 6. Inventarisatie van strategieën om oplossingen te bereiken

 

stap 7. Keuze van de strategie en motivatie

 

 

 

4.1       Voorbeeld van de toepassing van het stappenplan - casus over lijfstraffen -

 

 

Analyse

 

Stap 1. Beschrijving van de situatie.

 

Stap 1 is in wezen hetzelfde als de gegeven casus, eventueel aangevuld met extra informatie

 

            Als tropenarts werkt u in een land waar lijfstraffen worden toegepast. Aan mensen boven de 16 jaar mogen zweepslagen worden gegeven als straf. Tijdens uw werk op de polikliniek komt een politieman bij u met een geboeide jongeman. De politieman vraagt u, op basis van uw medische kennis, om de leeftijd van de man te bepalen; hij wil weten of de arrestant ouder of jonger is dan 16 jaar i.v.m. het wel of niet kunnen toepassen van lijfstraf. De arrestant zelf zegt 15 jaar oud te zijn, maar ziet er ouder uit.

 

Stap 2. Inventarisatie van problemen en dilemma's.

 

Bij stap 2 kunnen alle problemen en dilemma's worden benoemd, varierend van emotionele problemen tot juridische problemen. De eigen meningen en ervaringen van de cursisten worden hierdoor a.h.w. 'gekanaliseerd'.

 

De inventarisatie zou kunnen zijn:

            - lijfstraf is geweld tegen het individu, dus tegen medische ethiek

            - lijfstraf in in het betreffende land cultureel geaccepteerd, dus moet ik me aanpassen

            - leeftijdsbepaling door de arts is onwetenschappelijk

            - er ontstaan problemen als ik niet aan het verzoek voldoe

            - problemen voor de arrestant zijn groter als ik niet meewerk

            - als ik niet meedoe, doet een ander het wel

            - er zijn in de 'andere cultuur' ook veel tegenstanders van lijfstraf, zeker ook onder artsen

            - etc., etc.

           

           

Stap 3. Definiëren van uitgangspunten en doelstellingen

 

Bij stap 3 bespreken de cursisten hun ethische ( en juridische) uitgangspunten, en eventuele doelstellingen, waarmee ze naar de problemen kijken, en maken deze vervolgens expliciet. Deze stap is de essentiële kern van het stappenplan, omdat hier het essentiële perspectief wordt bepaald.

 

Tot de uitgangspunten en doelstellingen kunnen behoren:

            - medische ethiek prevaleert boven staatsbelang

            - 'primum non nocere'

            - onschendbaarheid van het individu

            - respect voor andere gewoontes (of 'cultuur')

            - willen bijdragen aan oplossen van probleem

 

Stap 4. Inventarisatie van relevante regelgeving

 

Tijdens stap 4 wordt gekeken naar de regelgeving die voor de casus relevant is. Daarbij horen de nationale wetgeving, de regelgeving van de beroepsgroep, de internationale regelgeving op het gebied van mensenrechten en jurisprudentie en internationale professionele gedragscodes.

 

Tot de relevante regelgeving kunnen behoren:

            - lijfstraf is geen foltering volgens de definitie van foltering

            - jurisprudentie inzake mensenrechten van de VN bepaalt dat lijfstraffen een wrede en onmenselijke straf is

            - nationale wetgeving bepaalt betrokkenheid van arts bij lijfstraf

            - medische ethiek verbiedt medische betrokkenheid

            - nationale artsenorganisatie ontraadt betrokkenheid van arts (b.v. Pakistan, Soedan)

            - eigen contract heeft geen bepaling

            - eigen overheid verbied betrokkenheid bij lijfstraf

 

 

Strategie

 

Stap 5. Inventarisatie van gewenste oplossingen

 

Bij deze stap worden alle denkbare opties geïnventariseerd, variërend van individuele (ik wil er niet aan mee doen) tot 'onhaalbare' ver weg gelegen opties (lijfstraf moet worden afgeschaft).

 

Tot de strategische opties kunnen behoren:

            - afschaffing van lijfstraffen

            - opname van lijfstraffen in de definitie van foltering

            - actieve positie van de Nationale Artsenorganisatie

            - wijziging eigen contract

            - individueel weigeren mee te doen; veiligheidsgaranties

- bereidheid mee te werken b.v. op bepaalde voorwaarden

 

Stap 6. Inventarisatie van strategieën om oplossingen te bereiken.

 

De keuze van een individuele strategische optie kan afhangen van de reële mogelijkheden, persoonlijke voorkeuren, beschikbare tijd, contacten etc.

Deze stap is ook daarom van belang, omdat niet alleen de eigen optie wordt beschreven, maar ook de mogelijkheid om 'anderen' (collega's, nationale beroepsorganisatie, internationale beroepsorganisatie, kerk, mensenrechtenorganisatie) in te schakelen. Deze strategie heeft belangrijke voordelen; het helpt om de 'human rights silence' te voorkomen, omdat de ervaren dilemma's van het niveau van persoonlijke ervaring (en frustratie) wordt verplaatst naar een meet collectieve aanpak.

 

De keuzen kunnen zijn:

            - weigeren als individu mee te doen op grond van de volgende overwegingen:

                        * leeftijdsschatting is onwetenschappelijk

                        * lijfstraf gaat in tegen medische ethiek

            - werken aan het wijzigen van het (vervolg)contract dat niet-meewerken aan lijfstraf expliciet maakt

            - mensenrechtenorganisaties (opnieuw en met casuïstiek onderbouwd) wijzen op het probleem van lijfstraffen

            - dilemma aan de orde stellen in de Nationale Artsenorganisatie

           

Stap 7 Keuze van de strategie en motivatie

 

Bij het maken van een keuze voor een (of meerdere!) strategie(en) is het goed te realiseren welke motivatie eraan ten grondslag ligt. Wanneer er b.v. sprake is van een forse politieke repressie, zal dit gegeven de keuzevrijheid beperken. De aanwezigheid van een mensenrechtenorganisatie kan de keuze weer anders beïnvloeden.

Ook de motivatie van de keuze helpt bij het doorbreken of voorkomen van de 'conspiracy of silence'

 

 

 

4.2       Basis stappenplan

 

 

Het volgende basisstappenplan ligt ten grondslag aan bovenbeschreven werkwijze en kan eveneens als leidraad dienen.

 

1                    Omschrijf het probleem

2                    Verzamel feiten/opvattingen

3                    Geef de verschillende opties aan

4                    Zoek argumenten bij de opties

5                    Ga na welke waarden/normen ten grondslag liggen aan elke optie

6                    Ga na welke verborgen waarden/normen ten grondslag liggen aan elke optie

7                    Doordenk de consequenties van de opties

8                    Neem een beslissing op individueel en organisatie niveau en onderzoek de inbeddingmogelijkheden in mensenrechtenorganisaties, overheden etc.

9                    Voer de beslissing uit (wie)

10                 Evalueer en stel evt. de beslissing bij. Evalueren op niveau van individu, binnen de organisatie en buiten de organisatie, inventariseer de mogelijkheden. Het bijstellen van de beslissing kan aan de hand van de toetsingsmogelijkheden (mensenrechtenverdragen).


5          CASUïSTIEK

 

 

Casus 1                       Vertrouwensarts bij hongerstaking

 

U wordt gevraagd om de vertrouwensarts te zijn van een Iranese vluchteling die 4 dagen geleden in hongerstaking is gegaan. De vluchteling bevindt zich in een asielzoekerscentrum, waar u wel eens vaker medische hulp verleent als huisarts. Er zijn voor u al twee andere artsen gevraagd, maar die hebben naar verluidt geweigerd om hem hulp te bieden. U besluit om op het verzoek in te gaan. Wanneer u de man bezoekt, ziet de man er redelijk goed uit, hij klaagt over moeheid en hij motiveert zijn hongerstaking met zijn protest tegen de slechte (hygiënische en sociale) omstandigheden in het asielzoekerscentrum (AZC). Bovendien wil hij met zijn actie voorkomen dat hij wordt teruggestuurd. Hij heeft vorige week gehoord dat hem geen asiel verleend wordt.

 

 

Casus 1 - Vragen

 

1. Wat zijn de taken van een vertrouwensarts?

 

2. Had u kunnen weigeren?

 

3. Welke voorlichting geeft u aan de hongerstaker?

 

4. Welke zaken moeten er verder nog in uw gesprek met de patiënt aan de orde komen?

 

5. Heeft u een rol te spelen in zijn (politieke) doel?

 

De hongerstaker volhardt in zijn actie, en het is inmiddels 18 dagen later. De directie van het AZC dringt er bij u op aan om een einde te maken aan de hongerstaking, omdat de zaak veel onrust veroorzaakt, en de aandacht van de pers is ook niet erg bevorderlijk voor de rust in het AZC.

 

6. Wat is uw reactie?

 

7. Kan en mag u aan de staking een einde maken? Zo ja, hoe?

 

8. Mag men tot gedwongen voeding overgaan wanneer de patiënt in levensgevaar is?

 

9. Welke elementen maken de ‘eigen vrije keuze’ van de patiënt moeilijk te beoordelen, en welke maatregelen kunt u hierbij nemen?

 

10. Kan alles mondeling worden afgehandeld, of zijn er schriftelijke afspraken nodig?

 

11. Wat zijn de internationale regels inzake hongerstaking en gedwongen voeding?

 

 


Casus 1 - Antwoorden en overwegingen

 

Leerdoel: kennis nemen van het begrip vertrouwensarts en diens rol en functie bij een hongerstaking.

 

1.       Een vertrouwensarts is een arts die op verzoek van of namens een patiënt (hier: hongerstaker) voldoende onafhankelijk is van enige actuele of potentiële autoriteit in het conflict dat het motief is voor of de achtergrond van de hongerstaking, en daardoor het vertrouwen van de hongerstaker geniet. Hij is in staat zich een objectief oordeel over de gezondheidstoestand van de hongerstaker te vormen en over de lichamelijke en psychische gevolgen van de hongerstaker. Hij moet ook bereid zijn om naar buiten te treden op verzoek van de hongerstaker indien dat zijn gezondheidstoestand bevordert en/of indien dat een uitweg uit het conflict bevordert. Het kan erg lastig zijn om als vertrouwensarts ook de behandelend arts van de hongerstaker te zijn, hoewel de combinatie onder bepaalde voorwaarden goed mogelijk is (vertrouwen hongerstaker, voldoende onafhankelijkheid).

 

2.       U heeft het recht te weigeren; het betreft hier geen acute behandelingssituatie. Weiger echter niet zonder meer; u bent mede verantwoordelijk voor het vinden van een collega die wel bereid is als vertrouwensarts te fungeren.

 

3.       U vertelt hem vooral eerst dat u een neutrale positie inneemt; in veel landen is het begrip vertrouwensarts onbekend. U licht hem verder voor over de consequenties van de hongerstaking (de klachten en verschijnselen die hem te wachten staan), het tijdsverloop, en u probeert een inschatting te maken van het inzicht van de hongerstaker in de relatie tussen de gevolgen van de actie voor hemzelf en het beoogde doel. Voor uzelf moet u zich ervan vergewissen dat u op een verantwoorde wijze met de hongerstaker kunt communiceren.

 

4.       Het is verstandig in een vroeg stadium afspraken te maken over wat er moet gebeuren als het in medisch opzicht slechter met hem gaat of als hij bijvoorbeeld in coma zou raken. Deze afspraken dienen voortdurend in het dossier te worden bijgehouden, en eventueel in een schriftelijke verklaring1 .

 

5.       Nee. Maar u kunt wel trachten openingen te vinden in het geval dat onderhandelingen tussen hongerstaker en autoriteiten zijn vastgelopen.

 

6.       Dat u niet in de positie bent een einde te maken aan de hongerstaking als de hongerstaker dat zelf niet wil.

 

7.       U kunt alleen een einde maken aan de hongerstaking als de hongerstaker daar zelf toestemming voor geeft of als hij in levensgevaar verkeert en niet tevoren heeft laten weten dat er niet geïntervenieerd mag worden.

 

8.       Dwangvoeding is in Nederland verboden, omdat het ingaat tegen het recht op zelfbeschikking, en wordt beschouwd als een vorm van wrede en onmenselijke behandeling.

 

9.       Het kan zijn dat de hongerstaker niet in staat is om zijn wil te bepalen door zijn toestand of door een geestesziekte. Het is wel noodzakelijk dat ook door een onafhankelijk arts (liefst psychiater) te laten vaststellen.

 

10.   De afspraken moeten in het dossier worden vastgelegd en regelmatig worden geëvalueerd, en eventueel in een schriftelijk verklaring (wilsbeschikking)

 

11.   In 1975 werd door de WMA (World Medical Association) de verklaring van Tokyo

      aangenomen, waarin dwangvoeding werd verboden.2 Deze verklaring wordt door de

      KNMG onderschreven.

In 1991/92 heeft de WMA in Malta/Marbella een Declaration on Hunger Strikers geadopteerd, waarin in grote lijnen dit beleid wordt voortgezet. (zie ook de JWS Handleiding begeleiding Hongerstaking “Honger naar recht, honger als wapen”.)


Casus 2                       Advisering ontwikkelingssamenwerking

 

Als vertegenwoordiger van een ‘consultancy’ bureau dat adviseert aan de Nederlandse overheid en NGO’s inzake primary health care projecten doet u onderzoek in Soedan naar de wenselijkheid en mogelijkheid om bestaande primary health care projecten voort te zetten en nieuwe projecten te beginnen.

Ruim een jaar voordat u uw reis begon, vond er een staatsgreep plaats door het leger van Soedan. Sindsdien is er een proces van islamisering van het land begonnen en vindt er gewelddadige onderdrukking van dissidenten (vooral in het Zuiden) plaats.

Een paar maanden daarvoor zijn alle beroepsorganisaties verboden, waaronder die van artsen. Het hele bestuur van de artsenorganisatie zit in de gevangenis; de voorzitter werd enkele maanden geleden ter dood veroordeeld vanwege ‘hoogverraad’ (hij had geprotesteerd tegen het verbod op de artsenorganisatie). Slechts door massale internationale druk werd dit vonnis omgezet in levenslang. Een ander bestuurslid werd doodgemarteld in een geheime gevangenis van het leger.

Een aantal bestuursleden is gevlucht en maakt in Londen deel uit van de (medische commissie van) de Sudan Human Rights Organisation.

Uit rapporten van onder meer Amnesty International is bekend dat marteling, politieke moorden en politieke gevangenschap sterk zijn toegenomen onder het nieuwe bewind.

 

 

Casus 2 - Vragen

 

1. Welke verdragen zijn aan de orde bij een beschrijving van de verslechterde mensenrechtensituatie?

 

2. Op welke wijze zou u de verslechterde mensenrechtensituatie beschrijven in uw rapportage?

 

3. Zou uw conclusie over de mensenrechtensituatie van invloed zijn op uw advies?

 Zo ja, op welke wijze?
Casus 2 - Antwoorden en overwegingen

 

Leerdoel: oriëntatie over en inzicht in de relatie tussen ontwikkelingssamenwerking en mensenrechten.

 

1.              De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het Internationale Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten, het Internationale Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten, de VN Conventie tegen Foltering, de VN Principes inzake medische Ethiek.

        Bij een binnenlands gewapend conflict zijn ook de Geneefse Conventies van toepassing.

 

2.              De algemeen verslechterde situatie dient aan de orde te komen, de mate waarin deze de door Nederland ondertekende mensenrechteninstrumenten schenden of bedreigen, en wat daarvan de invloed is op voor u relevante projecten (materiaal, personeel, organisatorisch).

 

Hier zijn geen algemene richtlijnen te geven, maar een toetsing aan mensenrechtenverdragen dient onderdeel te zijn van het advies. Het is mogelijk dat uw projecten niet aangetast worden/zijn door de verslechterde mensenrechtensituatie, maar ook dan dient dit geëxpliciteerd te worden. Men kan daarbij de benchmarking criteria gebruiken die in het General Comment worden genoemd. Deze “meetpunten” worden door het op het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten toezichthoudende Comité gebruikt om de situatie in een bepaald land te beoordelen. Door regelmatige rapportages (inclusief ‘alternatieve rapportages’ door NGO’s) stelt het Comité vast of er sprake is van vooruitgang op bepaalde terreinen. Hoewel het advies doorgaan of niet uiteraard ook van andere factoren afhangt, kan een dergelijke methode worden gebruikt om aan deze sociaal-economische rechten tegemoet te komen. Zo zullen b.v. de positie, rol en mogelijkheden van uw plaatselijke/nationale partnerorganisatie dienen in de overweging betrokken te worden.

 



[1] zie‘Wat zou u doen?, Medische-ethische casuistiek met commentaren’ onder redactie van dr. HM Dupuis e.a., BohnStafleuVanLoghum 1994

1 . Zie ook de brochure ‘Honger naar recht, honger als wapen’, handleiding voor de medische en verpleegkundige begeleiding van hongerstakingen, Johannes Wier Stichting, 2000.

 

2 art. 6: ‘Where a prisoner refuses nourishment and is considered by a doctor as capable of forming an unimpaired and rational judgement concerning the consequences of such a voluntary refusal of nourishment, he or she shall not be fed artificially. The decision as to the capacity of the prisoner to form such a judgement should be confirmed by at least one other independent doctor. The consequences of the refusal of nourishment shall be explained by the doctor to the prisoner.’