College Mensenrechten en Gezondheidszorg

Collegetekst docent

 

Duur: 45 minuten samen met powerpoint presentatie

 

 

1          Inleiding

 

 

Artsen, verpleegkundigen en andere gezondheidswerkers spelen op verschillende manieren een rol bij de bescherming van mensenrechten, maar ook bij schendingen ervan. In sommige functies lopen artsen (b.v. in gevangenissen) een meer dan 'gemiddeld' risico om betrokken te raken bij mensenrechtenschendingen, ‘medicine at risk' genoemd. Er zijn twee soorten risico’s:

 

Dia 1: Risico’s gezondheidswerkers bij mensenrechtenschendingen

 

·         De arts en/of verpleegkundige functioneert in situaties (klinisch, forensisch, administratief, organisatorisch) met een verhoogd risico op mensenrechtenschendingen. Door een  deskundige houding en opstelling is de arts in staat om dit risico te beperken.

·         De arts of verpleegkundige zet zich in voor het behoud of de bevordering van mensenrechten, en loopt daardoor persoonlijk of professioneel risico of gevaar.

 

In de volgende paragrafen bespreken we een aantal terreinen waarop gezondheidswerkers een specifieke verantwoordelijkheid hebben t.a.v. mensenrechten, alsook een aantal specifieke ‘mensenrechtenrisico’s’.

 

 

 

2          Gewapend conflict

 

 

Artsen en andere gezondheidswerkers die hun werk in oorlogssituaties doen of betrokken zijn bij humanitaire hulpprojecten, 'peacekeeping' en waarnemersactiviteiten, worden zeer frequent geconfronteerd met grove mensenrechtenschendingen en schendingen van het internationaal humanitair recht. Er zijn vele artikelen uit mensenrechtenbepalingen, het internationaal humanitair recht (de Geneefse Conventies) en internationale beroepscodes die medische hulp garanderen, en ondanks een gewapend conflict de onbelemmerde voortgang van de hulpverlening aan gewonden, zieken en krijgsgevangenen beschermen. Deze bepalingen vormen samen de basis van wat wel 'medische neutraliteit' genoemd wordt.

 

 

Medische neutraliteit

 

Dia 2: Medische neutraliteit

 

Bij medische neutraliteit staan het recht op (toegang tot) gezondheidszorg en het respect voor de neutrale positie van gezondheidspersoneel en gezondheidsfaciliteiten centraal. De International Commission on Medical Neutrality, die een cruciale rol heeft gespeeld bij de beëindiging van de vijandelijkheden tijdens de burgeroorlog in El Salvador, heeft een aantal categorieën omschreven van schendingen van medische neutraliteit. De hier genoemde categorieën worden als referenties gebruikt bij het onderzoek naar mensenrechtenschendingen, vooral tijdens gewapende conflicten.

 

 

Schendingen van de medische neutraliteit

 

Dia 3 en 4: Schendingen van medische neutraliteit

 

1.       Moorden: het doden van een zieke of gewonde, of van medisch personeel, direct of indirect veroorzaakt door een van de partijen in het conflict

2.       Verdwijningen: het verdwijnen van een zieke of gewonde, of van medisch personeel, direct of indirect       veroorzaakt door een van de partijen in het conflict

3.       Foltering, onmenselijke of vernederende behandeling: het niet op menselijke, ethisch verantwoorde wijze behandelen van een zieke of gewonde

4.       Aanhouden of gevangenneming van gewonden en zieken: aanhouding en/of gevangenneming van een zieke of gewonde met als gevolg het onderbreken van noodzakelijke medische zorg, alsook het gebruik van de medische toestand van de patiënt als excuus voor diens gevangenhouding.

5.       Straffen van medisch personeel: straffen van medisch personeel vanwege het professioneel verantwoord handelen, of vanwege het weigeren om medisch onethische handelingen uit te voeren

6.       Militaire aanvallen op medisch personeel of medische eenheden

7.       Weigeren van toegang tot zorg: opzettelijke vertraging of obstructie van medische transporten of behandeling van gewonden of zieken, of van de geneeskundige zorg voor de burgerbevolking

8.       Intimideren: openlijk of impliciet bedreigend gedrag bedoeld om medische zorg te schaden, of te beëindigen

9.       Discriminatie: onderscheid in medische zorg aan zieken en gewonden op basis van niet-medische overwegingen

10.   Beëindiging van trainingsprogramma’s: beëindiging van gezondheidszorggerelateerde trainingsprogramma’s voor medisch personeel, lekenpersoneel en gezondheidsvoorlichting voor de patiënten en bevolking

11.   Gebruik van medisch personeel of eenheden voor militaire doeleinden: zoals patrouilleren in en bij medische eenheden en het gebruik van medische eenheden als commandoposten, observatieposten, troepen- en/of wapentransporten of voor militaire doeleinden

12.   Ondeugdelijke gebruik van het Rode Kruis-embleem: het gebruik van het rode kruis of halve maan op een witte achtergrond, of een ander duidelijk herkenbaar medisch embleem waarmee medisch personeel of eenheden worden aangeduid, voor militaire of andere niet-medische doeleinden

13.   Schendingen door medisch personeel zelf: deelname door medisch personeel aan enige schending van medische neutraliteit zoals hierboven opgesomd; onethisch gebruik van medische expertise voor het dienen van de doeleinden van een van de partijen. Deze categorie omvat ook het onethisch experimenteren door medisch personeel en deelname aan foltering of het toedekken van de gevolgen daarvan.

  

Berichtgeving over de vele gewapende conflicten toont echter aan dat er zeer veel schendingen van medische neutraliteit zijn. Artsen en andere gezondheidswerkers die hun werk moeten doen onder deze oorlogsomstandigheden, zijn vaak niet goed op de hoogte van de mensenrechtenbepalingen en Geneefse Conventies, of weten niet op welke wijze zij met deze bepalingen moeten en kunnen omgaan.

 

 


Rapportage

 

Dia 5: Rapportage

 

Rapportage van (grove) schendingen van mensenrechten en humanitair recht in situaties van gewapend conflict en oorlog is uiteraard van groot belang. Humanitaire organisaties worstelen met het dilemma tussen rapportage en zorgverlening, en mensenrechtenorganisaties trachten hun rapportages zo volledig mogelijk te laten verlopen. Voor de individuele gezondheidswerker is het vaak uiterst moeilijk en frustrerend om schendingen mee te maken en er vervolgens ‘niets mee te kunnen’. Samenwerking tussen mensenrechtenorganisaties en gezondheidswerkers heeft in verschillende conflicten inmiddels aangetoond dat dit tot goede en effectieve rapportages kan leiden.

 

 

Risico’s

 

Dia 6: Risico’s

 

De risico’s voor de arts om een rol te spelen bij het schenden van mensenrechten en van het internationaal humanitaire recht zijn groot. Wanneer een arts of verpleegkundige mensenrechtenschendingen rapporteert, kan dit een conflict opleveren met de organisatie waar hij voor werkt, en kan de continuïteit van de hulpverlening aan de getroffen bevolking in gevaar brengen. Anderzijds kan een langdurig zwijgen, met als motief de continuïteit van zorg niet in gevaar te brengen, juist een risico inhouden dat mensenrechtenschendingen niet gerapporteerd worden en blijven voortbestaan.

De risico’s kunnen worden beperkt door:

·         een goede voorbereiding met training in mensenrechtenproblemen;

·         adequate afspraken en samenwerking tussen humanitaire, vredeshandhavende (militaire) en mensenrechtenorganisaties;

·         het verschaffen van laagdrempelige aanspreekpunten voor rapportage van mensenrechtenschendingen, die niet leiden tot negatieve gevolgen voor de ‘melder’.

 

 

 

3          Foltering

 

 

Wereldwijd bestaat overeenstemming dat foltering, wrede, onmenselijke en vernederende behandeling en straf ontoelaatbaar zijn en voorkomen moeten worden. Dit is in vele VN en regionale verdragen vastgelegd. In vele delen van de wereld is sprake van een verontrustende toename in foltering, ondanks het feit dat veruit de meeste landen het VN Verdrag tegen folteren hebben ondertekend.

 

Dia 7: Foltering en rol van gezondheidswerkers

 

Artsen, verpleegkundigen en anderen in de gezondheidszorg kunnen door hun positie en deskundigheid een unieke rol vervullen in het vaststellen van de gevolgen van foltering. Helaas blijken artsen ook nog steeds betrokken te zijn bij foltering. Deze betrokkenheid kan direct zijn, zoals de fysieke aanwezigheid en het geven van adviezen aan de folteraar. Medici geven adviezen over martelmethoden, over het incasseringsvermogen van slachtoffers en over efficiënte manieren van foltering waarbij geen sporen terug te vinden zijn. Andere vormen van betrokkenheid van medici zijn het oplappen van slachtoffers van foltering, het niet rapporteren van waar men als arts getuige van is (geweest) en het ondoordacht of opzettelijk onvolledig of fout uitvoeren van forensisch onderzoek (b.v. een onjuiste verklaring van doodsoorzaak). Behalve het toepassen van medische kennis is er ook sprake van misbruik van psychiatrie en psychofarmacologie (het toedienen van psychotrope stoffen zonder medische indicatie, b.v. tijdens verhoren, of om iemand tot zwijgen te brengen).

 

 

Herkennen van de gevolgen van foltering

 

Dia 8: Foltering: gevolgen

 

Foltering kan lichamelijke sporen en littekens achterlaten, maar doet dit niet altijd; wel is er in de meeste gevallen geestelijke schade. Soms kan een arts, tandarts, fysiotherapeut, verpleegkundige of psycholoog op een voor zijn beroep specifieke wijze kleine signalen opvangen over vroeger ondergaan geweld. Het is van belang te weten op welke tekenen men moet letten, welke valkuilen en dilemma's er zijn, en op welke wijze men adequaat kan documenteren.

 

Er kan een groot verschil zijn tussen de klachten en de zichtbaarheid van achtergebleven schade, bijvoorbeeld:

·         Folterslachtoffers worden soms gedwongen om langdurig in extreme en pijnlijke posities te staan, liggen, zitten of hangen. Wanneer er geen dislocaties, fracturen, peesletsels, contracturen of rupturen zijn ontstaan, kunnen zij toch langdurig pijn en bewegingsbeperkingen hebben.

·         Brandwonden (door brandende voorwerpen of sigaretten) kunnen specifieke littekens achterlaten, maar afwezigheid daarvan sluit deze manier van foltering niet uit.

·         Slaan met een buisvormig voorwerp, of met een 'sjambok' (zweep met metalen punt) kan typische z.g. 'tramtrack' laesies achterlaten, die soms alléén in het acute stadium zichtbaar zijn.

·         Het slaan met de vlakke hand op een of beide oren ('telefono') kan gehoorsschade veroorzaken en (soms blijvende) trommelvliesperforaties.

·         Het langdurig slaan met een voorwerp op de voetzolen ('falaqa'), dat o.a. in veel landen rond de Middellandse zee wordt of werd toegepast, laat op langere termijn vaak geen zichtbare schade na (soms atrofie van de plantaire subcutis), maar wel een uitermate pijnlijke loopstoornis.

 

Psychische langetermijneffecten kunnen zich uiten in syndromen, waarbij depressies en de zgn. Posttraumatische Stress Stoornis (PTSS) de bekendste zijn. De laatste jaren is naar deze late gevolgen, die ook op de kinderen van invloed kunnen zijn ('transgenerational traumatization') veel onderzoek gedaan. Men moet behoedzaam handelen bij het afnemen van de anamnese, en het individuele evenwicht tussen verdringen en herbeleven respecteren. Onervarenheid hiermee kan leiden tot ongewenste 'secundaire traumatisering' door toedoen van de arts. In deze context is het goed eraan te herinneren dat het folterslachtoffer zichzelf meestal niet beschouwt als patiënt, maar als een overlevende van georganiseerd geweld.

 

 

Rapportage

 

Dia 9: Foltering: rapportage

 

De arts heeft een belangrijke taak om de gevolgen van foltering te signaleren, en te rapporteren. Het is van groot belang om deze rapportage zorgvuldige en volledig te doen, liefst volgens protocol. Men moet met het slachtoffer een vertrouwensrelatie kunnen opbouwen, en vakkundig kunnen omgaan met de grenzen van herbeleven van de betrokkene. Er bestaan vele protocollen voor de rapportage van de gevolgen van foltering, zoals b.v dat van Physicians for Human Rights in de VS. In Nederland worden door de Medische Onderzoeks Groep (MOG) van Amnesty International, een netwerk van getrainde artsenvrijwilligers, rapporten opgesteld volgens een protocol.

In 1999 werd door de VN een Manual on Effective Investigation and Documentation of Torture and Other Cruel, Inhuman, or Degrading Treatment or Punishment gepubliceerd. Dit document dat bekend staat als het Istanbul Protocol bevat een breed gedragen standaard voor het documenteren en rapporteren van de gevolgen van foltering.

 

 

Risico’s

 

Dia 10: Foltering: risico’s van rapportage

 

Een arts kan in ernstige problemen komen wanneer hij zich verzet tegen foltering of erover rapporteert. Er zijn ook talloze gevallen bekend van regelrechte moord, of dood onder verdachte omstandigheden op artsen die in verzet kwamen tegen foltering. Ook het breken van een professionele carrière of aantasting van het privé-leven komt voor. Anderzijds kan een arts door een ‘meegaande’ houding t.o.v. militaire en politiefunctionarissen het risico lopen betrokken te raken bij foltering.

De context waarin de relatie tussen de medicus en foltering is geplaatst, kan heel verschillend zijn, en is mede bepalend voor de mogelijkheden van de individuele arts om zich effectief in te zetten tegen marteling.

 

 

 

4          Medische zorg asielzoekers

 

 

Dia 11: Asielzoekers: gezondheidszorg

 

Asielzoeker en gezondheidszorg

Het beleid van de Nederlandse overheid is erop gericht om de gezondheidszorg voor asielzoekers zoveel mogelijk  te laten verzorgen door de reguliere zorg. De in de centra aanwezige medische opvang (MO) zijn in dienst van MOA’s (medische opvang asielzoekers), die deel uitmaken van een aantal GG&GD’en. Deze teams van artsen en verpleegkundigen hebben een hoofdzakelijk preventieve en signalerende taak (vaccinaties, import- en infectiezieken, zorgachterstand; signalering van de gevolgen van geweld op de gezondheid). Zij zijn ook verantwoordelijk voor de instroming in de reguliere eerstelijnszorg en verzorgen een deel van de geestelijke gezondheidszorg. Voor de curatieve eerstelijnszorg zijn door de collectieve ziektekostenverzekeraar voor asielzoekers contracten afgesloten met individuele of groepen huisartsen.

 

Dia 12: Asielzoekers: klachten

 

Onbekendheid maakt dat b.v. veel huisartsen barrières ervaren in de zorg voor asielzoekers. Klachten zijn of lijken cultuurbepaald, en de gevolgen van ondergaan geweld zijn soms moeilijk te plaatsen, laat staan te behandelen. Toch blijkt dat het grootste deel van de zorg bestaat uit ‘gewoon’ huisartsgeneeskundig handelen. De huisartsgeneeskundige hulp komt het beste tot zijn recht wanneer aan een aantal basisvoorwaarden voldaan wordt: het nemen van tijd, zorg voor een goede communicatie (tolk) en een open, geïnteresseerde houding zijn daarbij het belangrijkste. Daarnaast dient men aandacht te hebben voor een aantal factoren die klachten, klachtpresentatie en ziektebeleving kunnen beïnvloeden, zoals:

·         de gevolgen van in het verleden ondergaan geweld;

·         problemen van acculturatie;

·         importziekten;

·         ‘zorgachterstand’;

·         gevolgen van culturele gewoonten, zoals vrouwenbesnijdenis;

·         aandoeningen die te maken hebben met de onzekere toekomst en het meestal zeer langdurige onvrijwillige verblijf in een asielzoekerscentrum.

Onder asielzoekers zijn veel jonge en vaak hoog opgeleide mensen (waaronder enkele honderden artsen, meestal specialisten) die zowel sociaal-economisch als professioneel in een enorm vacuüm terechtkomen.

 

Geweldsachtergrond

Bij vluchtelingen moet men erop bedacht zijn dat zij getraumatiseerd kunnen zijn door geweldservaringen in het verleden voor, tijdens en na de vlucht. Geweldservaringen kunnen soms ‘adequaat’ worden verwerkt en hoeven dan geen negatief effect te hebben op het welbevinden. Heel vaak is dat echter niet het geval, en blijven de gevolgen van het geweld in sterke of minder sterke mate invloed uitoefenen op de gezondheidsbeleving en het psychisch en sociaal functioneren van de vluchteling.

Reeds jarenlang wordt ‘gehamerd’ op de - vermeende causale - relatie tussen ondergaan geweld en somatische en psychische klachten. Het is terecht om daar aandacht voor te hebben; anderzijds is het sterk overdreven, en kan het schadelijk en misleidend zijn om alle vluchtelingen met psychische klachten een Posttraumatische Stress Stoornis (PTSS) door foltering toe te schrijven.

 

Psychische gevolgen

 

Dia 13: Asielzoekers: trauma

 

De verwerking van geweldservaringen kent fasen van herbeleven en vermijden van de herinneringen; beiden kunnen met heftige psychische en lichamelijke symptomen gepaard gaan, en soms leiden tot psychiatrische ziektebeelden.

De mate van traumatisering hangt af van de aard van de gebeurtenis (foltering, verkrachting, moord op familieleden), de draagkracht (coping) en beleving van de betrokkene, de (politieke) context waarin het geweld plaatsvond, en de aanwezigheid van een sociaal netwerk (partner, familie, vrienden). Zo kan enerzijds de vlucht de stress van directe geweldsdreiging wegnemen, anderzijds kan de stress toenemen door het verdwijnen van het netwerk en de zorg om achtergebleven familieleden. Door het verdwijnen van de (politieke) context kan de beleving van het geweld veranderen (geen begrip bij de nieuwe ‘omgeving’).

Voorts kan na de vlucht opnieuw traumatisering ontstaan, die kan voortduren tot in Nederland. Dit laatste door bijvoorbeeld het als vernederend ervaren verhoor, het lange en ‘nietsdoend’ afwachten, en behandeling door instellingen (de zgn. secundaire traumatisering).

Getraumatiseerde vluchtelingen kunnen een breed spectrum aan symptomatologie vertonen. Er kan sprake zijn van aspecifieke lichamelijke of psychische klachten of van verschijnselen van arousal (verhoogde waakzaamheid en prikkelbaarheid) die zich uit in b.v. hartkloppingen, benauwdheid, hyperventileren, misselijkheid, opgeblazen gevoel, frequente mictie, duizeligheid, hoofdpijn en spierpijn.

Er kan sprake zijn van psychiatrische ziektebeelden, zoals angststoornissen, depressie, paranoïde en dissociatieve beelden, psychosen en aanpassingsstoornissen.  De PTSS komt minder frequent voor dan vaak wordt of werd aangenomen, maar het is wel een specifiek ziektebeeld bij getraumatiseerden, dat in studies en rapporten zeer veel wordt genoemd.

 

 

 

5          Arrestanten en gedetineerden

 

 

Dia 14: Arrestanten en gedetineerden

 

In zeer veel landen is er sprake van extreem slechte gevangenisomstandigheden, met slechte of afwezige medische zorg. De staat heeft ten opzichte van personen die zij als straf hun vrijheid ontnomen heeft, een speciale verantwoordelijkheid. Er bestaan belangrijke afspraken die, althans op papier, bescherming bieden aan gevangenen, en hen basale rechten garanderen. Dit zijn de 'Standard Minimum Rules for Prisoners', de VN code voor gevangenisomstandigheden. Vrijwel alle landen onderschrijven de code, terwijl de omstandigheden in zeer veel landen er niet aan voldoen. Daarnaast gelden uiteraard ook andere verdragen en code's zoals de 'Code of Conduct for Law Enforcement Officers' van de VN, en in Europa b.v. de 'European Prison Rules'.

Er bestaan inzake gevangenissen een aantal meer of minder vergaande toetsingsmiddelen. De lidstaten van de Raad van Europa hebben zich verplicht om aan het 'European Committee for the Prevention of Torture' (CPT) alle detentiefaciliteiten voor onderzoek open te stellen. Elders bestaan dergelijke vergaande inspectiemandaten niet, maar vervullen b.v. NGO's een belangrijke rol in het 'monitoren' van gevangeniscondities.

 

Gevangenis en gezondheidszorg

 

Dia 15: Gevangenis en gezondheidszorg

 

De gevangenisarts en verpleegkundige vervullen een belangrijke rol bij de bevordering van kwaliteit van zorg en behoud van mensenrechten, maar ook bij de rapportage van misstanden. Zij zijn degenen bij uitstek die de gevolgen van geweld, slechte hygiëne en andere problemen zien. De gevangenispopulatie is doorgaans een andere dan de doorsneebevolking erbuiten, en dat kan voor de arts en verpleegkundige specifieke problemen opleveren. In Nederland zijn allochtonen zwaar oververtegenwoordigd, en er is sprake van veel al of niet versluierde psychiatrische problematiek. 

Terwijl er enerzijds wel aan medisch personeel in gevangenissen specifieke eisen worden gesteld, bestaat er geen opleiding of specialisatie in. Voor de onafhankelijkheid van de arts en verpleegkundige is de wijze van contracteren van groot belang. De onafhankelijkheid van de arts is beter gewaarborgd als deze een dienstbetrekking heeft die los staat van de gevangenis. Terwijl er in Nederland wel een redelijke onafhankelijkheid bestaat van de gevangenisarts, bestaat in het buitenland veelal een discussie of de arts in dienst moet zijn van de ‘Prison Service’ of van het ‘Ministry of Health’. Het belang van een gewaarborgde onafhankelijkheid van de gevangenisarts is des te groter, omdat alleen dan de arts het vertrouwen van de gevangene kan krijgen.

6          Begeleiding van hongerstaking

 

Dia 16: Hongerstaking

 

Hongerstaking is het 'machtsmiddel van de machteloze'. Het overgrote deel van de hongerstakingen eindigt reeds na een paar dagen, en leveren dan ook geen medisch probleem op. Het komt echter voor dat de hongerstaker wel degelijk overgaat tot een langdurige actie. Wanneer daarbij ook een dorststaking wordt begonnen, zijn de problemen veel groter. Risicogroepen (b.v. zwangeren, kinderen) lopen extra gevaar. Na 2-3 weken kan de toestand sterk verslechterd zijn, en kan soms een opname nodig zijn. Men dient bedacht te zijn op soms verwarrende psychische verschijnselen, zoals depressie, euforie en vertraagd reactievermogen. Na 6-7 weken treden meestal dramatische en fatale verslechteringen op, die zeer snel tot de dood kunnen leiden.

In geval van een dorststaking spelen deze processen zich zeer snel binnen een aantal dagen af.

Terwijl in vele delen van de wereld dwangvoeding wordt toegepast bij een hongerstaking, is dit middel in de meeste andere westerse landen verlaten. De bepalingen van de WMA (die in 1975 de daarvoor historische 'Declaration of Tokyo’) opstelde, later in essentie herhaald in de Verklaring van Malta (1992) en Marbella (1993)), verbieden dwangvoeding (per sonde). Er kan een ernstig probleem ontstaan: wat moet er gebeuren wanneer de hongerstaker in coma raakt? Indien de hongerstaker expliciet (bij voorkeur schriftelijk) te kennen heeft gegeven geen medische behandeling te willen, dan hebben behandelend artsen zich daaraan te houden.

 

7          Juridisch kader

 

Dia 17: Juridisch kader

 

De belangrijkste internationale instrumenten, die het (internationaal) juridische kader zijn voor de mensenrechten in de gezondheidszorg kunnen bindend of niet-bindend zijn. Verdragen en conventies zijn bindend voor staten die zulke verdragen en conventies hebben geratificeerd. Juridisch niet-bindend zijn beginselen, verklaringen, aanbevelingen en resoluties.

De instrumenten zijn ontwikkeld en geformuleerd in internationale organisaties (b.v. de Verenigde Naties) en hebben veelal hun weg gevonden naar nationale wetgevingen. De wijze waarop deze verdragen hun weerslag vinden in nationale wetten is verschillend van land tot land, en hangt vooral af van het rechtssysteem van het betreffende land. De juridische afdwingbaarheid is dan ook van land tot land verschillend, en is mede afhankelijk van jurisprudentie. Rechten moeten primair binnen de nationale rechtsorde worden afgedwongen. In enkele gevallen zijn er toetsende instanties die uitspraken doen die bindend zijn voor nationale overheden, zoals het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

Er bestaan verschillende toetsingsmechanismen, waarbij het Europese Comité ter Voorkoming van Foltering een bijzonder sterk mandaat heeft: het kan gevangenissen en andere plaatsen waar mensen onvrijwillig zijn opgesloten op ieder moment dat het hem goeddunkt (desgewenst onaangekondigd) bezoeken en toetsen aan de Europese regelgeving ter voorkoming van foltering en wrede en onmenselijke behandeling en straf en hieromtrent aanbevelingen doen.

 

Het juridisch kader van de mensenrechten in de gezondheidszorg omvat grofweg drie groepen bepalingen.

1. Mensenrechten (International Human Rights Law) opgesteld in de Verenigde Naties en regionale organisaties zoals de Raad van Europa en de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid. 

2. Humanitair Recht (International Humanitarian Law) onder auspiciën van het Internationale Rode Kruis

3. Professionele beroepscodes en - verklaringen onder auspiciën van internationale beroepsorganisaties zoals de Wereld Artsen Organisatie (World Medical Association WMA)  en de Internationale Raad voor Verpleegkunde (International Council of Nurses).