De volgende discussievragen kunnen plenair besproken worden tijdens een werkgroep, of het uitgangspunt vormen voor een presentatie of voor een essay of paper. Als voorbereiding kan de literatuur gelezen worden die onder ‘literatuurverwijzing’ is opgenomen. De collegestof kan ook als literatuur ter voorbereiding dienen.
Discussievragen
1) Wat zijn de medische effecten van een nucleaire explosie in het centrum van de stad waar je woont/werkt. Houdt rekening met de effecten dichtbij en veraf, en vroege en late gevolgen.
2) Bediscussieer de rol van artsen voor, tijdens en na een nucleaire explosie.
3) Je werkt in de Eerste Hulp van een ziekenhuis aan de rand van een stad. Er vindt een grote nucleaire explosie plaats in het centrum van de stad. Wat zou je doen? Bedenk welke van je diensten/apparaten nog werken. Wat doet het personeel? Hoe kun je je voorbereiden op de slachtoffers? Wat heb je nodig van buitenaf? Met wie moet je contact leggen?
Groepsopdracht
Je werkt in een ziekenhuis. Er wordt een comité samengesteld om het rampenplan van het ziekenhuis door te lichten, rekening houdend met een terroristische nucleaire aanval met een zelfvervaardigde bom van verrijkt uranium. Geef ieder groepslid een bepaalde rol (voorzitter, notulist etc.) en een beroep. Overleg over welke middelen in termen van tijd en geld je inzet in de voorbereiding voor een dergelijke terroristische nucleaire aanval.
Groepsopdracht
Slachtoffers van een nucleaire explosie kun je indelen in vier typen:
- de ‘onmiddellijke groep’: diegenen die na onmiddellijke, relatief eenvoudige hulp een grotere kans hebben om te overleven of lichaamsdelen te behouden;
- de ‘verlate groep’: diegenen die tijdrovende zorg nodig hebben, maar van wie de overlevingskans niet veel minder wordt als die zorg op een later moment wordt gegeven;
- de ‘minimale groep’: diegenen die waarschijnlijk beter worden zonder behandeling;
- de ‘veeleisende groep’: diegenen die alleen na onmiddellijke, zeer complexe hulp een grotere kans hebben om te overleven. De hulp die nodig is voor hen zou tijd of middelen afnemen van de ‘onmiddellijke groep’, terwijl die betere overlevingskansen hebben.
In welke volgorde zou je de bovenstaande groepen behandelen en waarom?