Dit college spitst zich toe op de kans van een nucleaire explosie en de gevolgen daarvan. De keus hiervoor (en niet voor casuïstiek van de gevolgen van het gebruik van chemische of biologische wapens) is gelegen in de geheel andere dimensie van een nucleaire explosie. Informatie over chemische en biologische wapens is te vinden in o.a. Vic Sidel’s ‘Terrorism and Public Health’ (V.W. Sidel and B.S. Levy, 1997).
Nucleaire wapens vormen nog steeds een grote bedreiging voor ons hedendaagse leven. Kennis van de effecten van nucleaire wapens is een belangrijk onderdeel van kennis van volksgezondheid. Een nucleaire explosie zou een enorme ramp betekenen waarbij de gezondheidszorg zelf grotendeels is betrokken en/of machteloos moet toekijken. Een explosie van een megaton boven het centrum van Amsterdam zou leiden tot honderd duizenden slachtoffers. Alle aanwezige kernwapens tesamen hebben de capaciteit om de hele aarde onbewoonbaar te maken.
1 Geschiedenis
Nucleaire wapens werden voor het eerst gebruikt tijdens de Tweede Wereldoorlog, tegen Japan. De steden Hiroshima en Nagasaki werden in 1945 door de Verenigde Staten gebombardeerd. Na de oorlog hebben verschillende landen zich kernwapens aangeschaft. In de jaren ’90 heeft het Internationaal Gerechtshof in Den Haag een ‘niet-bindend’ advies gegeven dat het bezit, het fabriceren en het verhandelen van nucleaire wapens, een misdaad tegen de mensheid is. Doordat het een ‘niet-bindend’ advies is, hebben landen die in het bezit zijn van nucleaire wapens hier geen actie op ondernomen.
Het wereldwijde bezit van nucleair wapenarsenaal piekte in de tachtiger jaren en is sindsdien afgenomen tot 30.000 kernkoppen. Het bezit van kernwapens werd tijdens de Koude Oorlog gebruikt als argument voor het voorkomen van oorlog (‘Pax Atomica’). Het idee was dat als de beide wereldmachten Rusland en de Verenigde Staten beschikten over atoomwapens, er geen oorlog zou komen omdat het beginnen van een kernoorlog tevens zelfvernietiging zou betekenen. Sinds het einde van de Koude Oorlog in 1989 is de dreiging van nucleaire oorlog tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten afgenomen, maar nog steeds is de dreiging van nucleaire oorlog aanwezig. Een recent voorbeeld zijn de spanningen tussen India en Pakistan, doordat deze landen de afgelopen jaren nucleaire wapens vervaardigd en getest hebben. Naast de dreiging van een nucleaire oorlog tussen staten bestaat de kans op een nucleaire explosie als gevolg van menselijk of technisch falen (m.n. door verouderde systemen in Rusland). Het vermeende bezit van massavernietigingswapens leidde in 2003 tot de oorlogsverklaring van de Verenigde Staten aan Irak.
Het bemachtigen van een bestaand nucleair wapen is onwaarschijnlijk, dus een eenvoudig nucleair wapen is wel te vervaardigen uit plutonium of verrijkt uranium. Diefstal van plutonium is sedert 1993 16 maal gemeld door de IAEA. Een zogenaamde "non-state" actor zou zich hiervan kunnen bedienen. De bom zou met een vrachtwagen vervoerd kunnen worden en de kracht van de explosie kan enige honderden megatonnen bedragen (Hiroshima: 15 kiloton
TNT). Andere mogelijkheden voor terroristische aanvallen zouden kunnen zijn een aanval op een nucleaire installatie (bv dmv een vliegtuig) waarbij veel radioactief materiaal verspreid zou worden of het vervaardigen van een zogenaamde "dirty" bomb. Hierbij wordt als explosieve
lading een conventionele bom gebruikt die radioactief materiaal kan verspreiden. De gevolgen hiervan zijn weliswaar kleiner doch de lange termijn gevolgen zijn toch sterk, buiten het angstaanjagende aspect ervan.
2 Wapenfeiten
§ De Verenigde Staten beschikken over 7.000 nucleaire wapens. Rusland heeft er bijna 6.000.
§ Frankrijk heeft een voorraad van 450 nucleaire wapens, Groot-Brittannië beschikt er over 185. China wordt ingeschat op een bezit van ongeveer 400 kernkoppen.
§ India en Pakistan testten nucleaire wapens in 1998 en verklaarden zich toen nucleaire wapenstaten. Beide landen hebben sindsdien systemen ontwikkeld en getest om raketten mee af te vuren.
§ Israël wordt geacht over 200 nucleaire wapens te beschikken.
§ Meer dan 40 andere landen hebben de capaciteit om nucleaire wapens te ontwikkelen, omdat ze beschikken over kernreactoren of nucleaire onderzoeksreactoren.
§ Sinds de Koude Oorlog staan er nog steeds 5.000 nucleaire wapens zo afgesteld dat ze binnen een paar minuten gelanceerd kunnen worden.
§ Een moderne waterstofbom van 150 kiloton kan tussen de 736.000 en 8.660.000 doden veroorzaken, afhankelijk van de bevolkingsdichtheid van het gebied waarboven het explodeert.
§ Het bezit van nucleaire wapens door het ene land staat wordt soms als excuus gebruikt voor andere landen om andere gevaarlijke wapens te ontwikkelen, zoals biologische of chemische wapens.
§ De productie van plutonium en verrijkt uranium, nodig voor het maken van nucleaire wapens, wordt niet goed gecontroleerd.
§ De productie en het testen van nucleaire wapens veroorzaakt doden, kanker, andere ziekten en een steeds groter wordende berg giftig en radioactief afval. De effecten van radioactieve straling op de gezondheid de lange termijn zijn nog niet geheel bekend.
§ Tussen 1945 en 1980 zijn in totaal 423 nucleaire tests uitgevoerd, waarbij 545 megaton energie vrijkwam. De hoeveelheid radioactiviteit die hierdoor vrijkwam leidde naar schatting tot 430.000 dodelijke gevallen van kanker.
3 Effecten
Een nucleaire ontploffing kent verschillende aspecten.
1) Drukgolf
Nucleaire explosies veroorzaken allereerst een enorme druk. Door de drukgolf alleen al sterft een groot deel van de mensen in het getroffen gebied. Daarnaast vallen veel doden door rondvliegend puin.
2) Hitte
Een nucleaire explosie leidt tot een vuurbol van een miljoen graden Celsius, die ultra-violet en infrarood licht uitstraalt. Kijken naar de vuurbol kan permanente blindheid veroorzaken. In Hiroshima smolt er steen tijdens de hittegolf en mensen ‘losten op in het niets’. Zelfs op grote afstand lopen mensen brandwonden op.
3) Straling
directe effectenEr komen drie soorten radioactieve straling vrij: neutronen-, röntgen- en gammastraling. Een overdosis straling veroorzaakt ‘acute radiation sickness’. De hoeveelheid straling wordt gemeten in ‘Gray’.
§ Bij een lage straling van 0,5 Gray worden mensen misselijk
§ Na blootstelling aan een straling van 1,9 Gray krijgt 10% van de mensen diarree
§ Als de hoeveelheid straling 10 Gray overstijgt, worden de ingewanden onherstelbaar beschadigd. De patiënt overlijdt aan een cholera-achtige ziekte, nog voor de beenmergziekte zichtbaar wordt.
Na een paar dagen worden mensen minder misselijk en zijn er minder gevallen van diarree. Haarverlies is een normaal verschijnsel. De helft van de patiënten met haarverlies hebben tevens een beenmerg depressie.Menselijke weefsels reageren verschillend op radioactieve straling; beenmerg is het meest gevoelig. De productie van witte bloedcellen en bloedplaatjes stopt na blootstelling boven een straling van 2,5 Gray. Als de productie niet na een paar dagen door het lichaam wordt hervat, krijgt de patiënt sepsis (bacteriën in de bloedsomloop) door een tekort aan witte bloedcelen, en/of bloedt dood door een tekort aan bloedplaatjes. Ingewikkelde ingrepen zoals het toedienen van beenmergversterkers en beenmergtransplantaties kunnen slechts een beperkt aantal mensen behoeden voor de dood. Bij een nucleaire explosie sterven de meeste mensen pas na twee weken.
4) electromagnetische puls (EMP)
Na een nucleaire explosie treedt er een elektromagnetisch fenomeen op, vergelijkbaar met blikseminslag bij onweer, wat de electromagnetische puls (EMP) wordt genoemd. De EMP heeft geen direct effect op de gezondheid van mensen, maar zorgt voor onherstelbare beschadiging van alle electrische chips en transistoren. Moderne apparatuur zoals telefoons, radio’s, televisies, auto’s en PC’s gaat verloren. Dit heeft natuurlijk grote gevolgen voor de mogelijkheden voor communicatie maar ook voor de elektronische apparatuur in de gezondheidszorg.
5) gezondheidseffecten op de lange termijn
Microcephalia is een groot probleem: in Hiroshima en Nagasaki kregen 33 van de 169 moeders die hadden blootgestaan aan straling kinderen met een abnormaal kleine hoofdomtrek (twee standaarddeviaties onder het gemiddelde). Normaal gezien zijn dit er maar vier. Deze afwijking leidt in veel gevallen tot mentale achterstand en ernstige hersenbeschadiging (cerebral palsy).
Straling van een atoomexplosie kan leiden tot chromosoomafwijkingen. Voor zover bekend heeft dit bij de eerste en tweede generatie overlevenden niet geleid tot zichtbare afwijkingen. Dit betekent echter niet dat ze er niet zijn. Het verhoogde aantal leukemie- en kankerpatiënten geeft aan dat er mutaties zijn opgetreden, soms zelfs in de genen die celdeling regelen. Erfelijke afwijkingen zijn moeilijk te meten omdat de straling effect heeft gehad op zeer veel verschillende plekken in het DNA van alle cellen.
De overlevenden van de atoombommen in Japan worden ‘hibakusha’ genoemd. Veel van deze overlevenden, die geen fysieke klachten en brandwonden hadden, kregen een psychisch trauma en hadden sociale problemen, zoals bij het vinden van een baan en een levenspartner.
Vijf tot tien jaar na de explosie hadden de ‘hibakusha’s’ een vijftien maal verhoogde kans op leukemie: er waren 60 gevallen op een populatie van 100.000. De angst om leukemie te krijgen was groot onder de ‘hibakusha’s’ en vergrootte hun psychische en sociale problemen.
6) Fall-out
Er is een groot verschil tussen fall-out na een grondexplosie en fall-out na een nucleaire explosie in de lucht (zoals in Hiroshima en Nagasaki).
Er ontstaat een grote golf van neutronen in alle richtingen. Een deel van deze neutronen wordt opgenomen door atoomkernen in de lucht, in waterdamp en in de grond. De meeste van deze kernen worden radio-actief (radioactieve isotopen) en stralen beta- en gammastraling uit. De halveringstijd van deze isotopen is echter kort, zodat het gebied na een paar dagen al relatief veilig is. Ook ontstane branden brengen radioactieve isotopen in de lucht. Deze radioactieve isotopen vallen samen met roet naar beneden als ‘zwarte regen’.
Daarnaast produceert een atoombom atoomdeeltjes (fission products). Deze vervliegen in de hitte van de vuurbol en worden opgenomen in de lucht. Ze komen naar beneden als fall-out. Na een luchtexplosie duurt deze neerslag vele jaren en beslaat een heel groot gebied.
In het geval van een grondexplosie is het gebied van fall-out veel kleiner, maar is de straling veel groter en dus veel schadelijker. De fall-out kan aan de huid blijven zitten, vooral aan vochtige gedeelten van het lichaam, het haar en aan de voeten. Door de beta-straling krijgen mensen dan blaren en verdwijnt het pigment in de huid. Tevens komt bij een grondexplosie radioactief jodium in de fall-out terecht, wat door mensen kan worden ingeademd en dat zich concentreert in de schildkier. Dit kan leiden tot schildklierknobbeltjes en uiteindelijk tot schildklierkanker. De opname van radioactief jodium kan worden voorkomen door zo snel mogelijk na de explosie het slachtoffer ‘koud’ jodium te laten slikken.
Als er veel nucleaire wapens tegelijkertijd zouden worden gebruikt, zijn de lange termijn effecten voor onze planeet niet te overzien. Er kan een zogenoemde nucleaire winter ontstaan als er genoeg stof in de atmosfeer terechtkomt en daar een aantal jaar blijft hangen. Door een nucleaire winter daalt de temperatuur van de aarde aanzienlijk.
4 Medische hulp na een nucleaire
explosie
Er zullen hoogstwaarschijnlijk veel slachtoffers zijn. Eerste hulpmedewerkers mogen het fall-outgebied niet betreden. De slachtoffers zullen waarschijnlijk vluchten, en als ze een ‘vluchtelingenkamp’ bereiken, is daar misschien medische hulp mogelijk (bedenk dat alle elektronische apparaten mogelijk niet meer werken!). Als ze daar komen, hebben ze misschien al blootgestaan aan een dodelijke hoeveelheid straling. Het is beter als mensen in het getroffen gebied zo lang mogelijk in een schuilkelder/schuilplaats te blijven. Na een week is de hoeveelheid straling al met een factor 500 afgenomen.
Bij een slachtoffer die er gezond uitziet en geen verschijnselen heeft zoals blindheid (van de vuurbol), brandwonden van de vuurbol of de branden, de beta-straling of fall-out, is de eerste hulp het geruststellen. Misschien is het nodig deze persoon een totale lichaamsscrub te geven om de huid schoon te maken. Als een patiënt misselijk is van de straling, is orale rehydratatie mogelijk. Deze patiënt zou ook antibioticum moeten krijgen om sepsis te voorkomen. Bij zware gevallen zijn beenmerg-versterkende middelen misschien nodig om thrombopenie (te weinig bloedplaatjes), leucopenie (te weinig witte bloedcellen), bloedingen en sepsis (bacteriën in de bloedsomloop) te voorkomen.
Slachtoffers van een nucleaire explosie kun je indelen in vier typen:
1-de ‘onmiddellijke groep’: diegenen die na onmiddellijke, relatief eenvoudige hulp een grotere kans hebben om te overleven of lichaamsdelen te behouden;
2-de ‘verlate groep’: diegenen die tijdrovende zorg nodig hebben, maar van wie de overlevingskans niet veel minder wordt als die zorg op een later moment wordt gegeven;
3-de ‘minimale groep’: diegenen die waarschijnlijk beter worden zonder behandeling;
4-de ‘veeleisende groep’: diegenen die alleen na onmiddellijke, zeer complexe hulp een grotere kans hebben om te overleven. De hulp die nodig is voor hen zou tijd of middelen afnemen van de ‘onmiddellijke groep’, terwijl mensen in die groep betere overlevingskansen hebben.
5 Proliferatie en ontwapening
Verticale proliferatie betekent het produceren van meer en nieuwe nucleaire wapens door een land. Een voorbeeld is de ontwikkeling en productie van de ‘Nuclear Bunker Buster’ die de Amerikaanse president Bush in 2003 aankondigde. Dit wapen zou kunnen worden gebruikt om onderaardse vijandelijke bunkers onschadelijk te maken. Horizontale proliferatie daarentegen houdt in dat steeds meer landen over nucleaire wapens beschikken. In diplomatieke kringen (regeringen, parlementen) wordt wereldwijd steeds aangegeven dat het bezit van nucleaire wapens voorkòmt dat een land wordt ingenomen. Dat is de reden waarom Iran en Noord-Korea nucleaire wapens ontwikkelen en waarom andere landen er geen afstand van willen doen. Beide vormen van verspreiding verlagen de drempel tot het gebruik van nucleaire wapens.
Het is belangrijk dat er een continu debat gaande blijft over ontwapening op internationaal niveau. Medisch wetenschappelijke gegevens over de gevolgen van nucleaire wapens en de uiterst geringe mogelijkheden tot medische hulpverlening zijn belangrijke argumenten voor complete ontwapening. Slechts door massale druk vanuit de maatschappij zullen staten weer met elkaar rond de onderhandelingstafel gaan zitten t.a.v. nucleaire ontwapening. Een voorbeeld van effectieve mobilisatie van ‘de massa’ waren de demonstraties tegen het plaatsen van kernwapenraketten op Nederlandse bodem, aanvang tachtiger jaren (ongeveer 500.000 mensen). Er zijn toen geen Nederlandse kernwapens geplaatst.
6 Rol van geneeskunde in conflicten en oorlogen
In het algemeen speelt de geneeskunde uiteraard altijd een rol tijdens oorlogen en conflicten; in heel directe zin bieden artsen en andere gezondheidswerkers hulp en zorg aan zieken, gewonden en stervenden. Maar de rol van de geneeskunde beperkt zich niet tot deze ‘curatieve’ of ‘palliatieve’ taken. Met de ontwikkeling (en het gelukkig tot nu toe beperkte gebruik van) massavernietigingswapens, zoals nucleaire wapens, hebben artsen zich in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw gerealiseerd dat de curatieve geneeskunde machteloos staat tegenover de effecten van de massale en willekeurige krachten van dergelijke wapens. Daarmee heeft zich het besef ontwikkeld dat de geneeskunde ook een preventieve taak heeft: het voorkomen dat deze wapens ooit (nog) worden gebruikt.
Deze preventieve taak zou zich ten eerste kunnen richten op het voorkomen van het gebruik van (bepaalde typen) wapens, zoals atomaire (nucleaire) wapens, biologische of chemische wapens (de zogenaamde ABC-wapens), tijdens reeds onstane of dreigende conflicten. Een voorbeeld hiervan is de IPPNW. In 1985 won de IPPNW, de International Physicians for the Prevention of Nuclear War, de Nobelprijs voor de vrede vanwege haar voorlichting over de effecten van nucleaire oorlog. Ze heeft een belangrijke rol gespeeld bij de politieke en publieke bewustwording dat er bij een nucleair conflict geen medische hulp kan worden geboden en dat een nucleaire oorlog niet kan worden gewonnen. Artsen en gezondheidswerkers, al dan niet georganiseerd in groter verband, waren eveneens belangrijk bij de totstandkoming van verschillende verdragen met betrekking tot de beperking en uitbanning van chemische en biologische wapens en ook de verdragen met betrekking tot het uitbannen van landmijnen.
De rol van artsen met betrekking tot preventie zou zich bovendien kunnen of moeten uitstrekken naar een eerder stadium: het voorkomen van conflicten en oorlogen. Met andere woorden, er is een rol weggelegd voor artsen bij conflictpreventie en conflicthantering. Het is dan ook belangrijk de oorzaken van conflicten te onderzoeken om deze preventieve taken uit te kunnen voeren. Een van de oorzaken van conflicten is het gebrek aan respect voor anderen; een uiting hiervan zijn schendingen van de mensenrechten. Artsen kunnen, vanwege hun specifieke deskundigheid en hun maatschappelijke ‘status’, een cruciale rol spelen bij het herkennen en wellicht ook het voorkomen van dergelijke schendingen die veelal gepaard gaan met geestelijke en lichamelijke schade voor de betrokkenen.