VERARMD URANIUM (DU), DE FEITEN OVER GEZONDHEIDSSCHADE
De risico’s van het gebruik van verarmd uranium (DU) in
antitankmunitie schuilen in de verspreiding van stofwolken met zeer fijne
deeltjes uraniumoxiden die ontstaan na inslag van deze munitie op een hard doel.
Deze deeltjes kunnen in het lichaam terechtkomen via de longen, het
maag-darmkanaal of via open wonden. Ten ontrechte
worden deze stofdeeltjes vaak vergeleken met het uraniumstof dat bij
uraniummijnbouw ontstaat of met uraniummineralen die van nature overal om ons
heen voorkomen. Dat komt neer op appels met peren vergelijken. Er bestaan geen
analoge verbindingen van DU-oxiden in de natuur. De DU-oxiden die ontstaan zijn
overwegend slecht oplosbaar. Dat betekent dat de stofdeeltjes die in de longen
terechtkomen veel langer in het lichaam blijven dan met de oplosbare vormen van
uraniumoxiden het geval is. Een groot deel van de fractie die via de slokdarm
binnenkomt verlaat het lichaam na enkele dagen via de ontlasting, de rest wordt
door het bloed geabsobeerd en
verlaat het lichaam na een week via de urine. Het deel dat in het lichaam
achterblijft hoopt zich op in de botten en andere organen, vooral de nieren.
De
Amerikaanse waakhond van de kernindustrie NRC denkt dat inademing van 10 mg DU
gezondheidsproblemen kan veroorzaken en automatisch moet leiden tot testen. Het
Verenigd Koninkrijk zegt dat 8 mg schadelijk is voor werkernemers in de
kernindustrie, en dat meer dan 2 mg onaanvaardbaar is voor het algemene publiek.
De WHO acht een dagelijkse inname van 0,6 microgram per kg lichaamsgewicht
aanvaardbaar voor ingeslikt uranium (een persoon van 68 kg heeft dus een
dagelijkse limiet van 40 microgram). Ter vergelijking: een 120mm DU
antitankgranaat creëert na inslag op een hard doel gemiddeld 950 gram DU-oxide
stofdeeltjes, en bij een 30mm granaat van een A-10 is dat 960 gram.
De
giftigheid van DU wordt vooral in verband gebracht met aantasting van de nieren.
Maar dat is gebaseerd op onderzoek naar de effecten van oplosbare vormen van
uraniumoxiden, terwijl de onoplosbare vormen, zoals de stofdeeltjes die hier
besproken worden, vooral een gevaar opleveren voor de longen. De giftigheid van
DU-oxiden kan ook andere organen dan de nieren aantasten, en de combinatie van
de giftige en radiologische effecten zijn nog nauwelijks onderzocht. Empirische
onderzoekers, zoals Dr. Alexandra Miller, vermoedt dat deze twee effecten elkaar
versterken.
Onderzoek
bij proefdieren en veteranen heeft uitgewezen dat DU carcinogeen is, schade aan
het DNA veroorzaakt en leidt tot de vorming van tumoren. Het blijft achter in de
lymfeknopen en de testes, en het is aangetoond dat het de placenta kan passeren
en daardoor de foetus kan bereiken en eventueel kan leiden tot
geboortafwijkingen. Vrij recent is ook vastgesteld dat het de bloed-hersen barrière
kan passeren en zich afzet in de hersenen. Deze route is nog niet verdisconteerd
in het huidige biokinetische model van de Internationale Commissie voor
Stralingsbescherming (ICRP). Wetenschappers van het Lovelace Respiratory
Research Institute vermoeden dat bij Golfoorlogveteranen door een combinatie van
factoren de neus/hersen barrière is aangetast waardoor hun centrale
zenuwstelsel is aangetast, waardoor bijvoorbeeld gedragsverandering kan
optreden.
Depleted uranium is in the daily news because of its alleged effect on human health, in particular leukaemia among soldiers. This disease is probably not the result of contamination with DU or its oxide. This opinion is based on six considerations:
1. "Incubation period" not long enough. In Hiroshima and Nagasaki (H&N) leukaemia became clearly apparent after 2-5 years in survivors of the atomic bombs who had received a high total body dose. The reports about soldiers mention periods of time less than one year between exposure and this disease.
2. Dosage not high enough. In H&N the dose-equivalent above which which an increase of the incidence of leukaemia became apparent was about 1 sievert (1Sv) = 100 rem. DU is not able to give an acute high whole body dose. There is no minimum limit of radiation dosage below which the exposure is absolutely safe, but after having received a small dosage extra cancers including leukaemia occur in small numbers in addition to cancer due to "natural causes" after 10-20 years.
3. Contradictory data: the people working in the old uranium factories in the fifties probably have accumulated a lot more uranium oxide dust in their lungs than those in the battle fields in Kosovo and Iraq. If indeed the opinion of others about a high risk of DU would be true these people would have died of cancer including leukaemia at young age. This has not been found.
4. Misinterpretation of a sad coincidence is possible. Clusters of leukaemia must be investigated. Clusters are regions in which a sudden and astoundingly high number of e.g. leukaemia occurs. However, two facts should be born in mind:
a. No difference exists between leukaemia induced by radioactive contamination and by "nature". Epidemiology may suggest, not prove a causal relationship.
b. Chance is unevenly distributed
5. Alternative hypotheses are not evaluated.
6. Dose response relationship is not tested (in the group of people with a high exposure the frequency of disease must be higher than in a otherwise comparable group with a low exposure). Some soldiers with leukaemia have not been in contaminated regions.
The U-236 issue.
In the samples of ammunition an uranium isotope has been found that is absent in nature. DU is a by-product of enrichment of natural uranium. It contains the natural isotopes with an atomic weight of 238 (99.68% by weight) and 235 (0.72%) and small amount of U-234.
U-236 is an unnatural isotope. It is a by-product of a nuclear reactor. Uranium extracted from spent fuel of a nuclear power plant comprises about 98.7 % U-238; 0.85% U-235 and 0.45% U-236 (the percentage of the fissionable U-235 is higher than in nature but the fuel had been feds to the reactor in its enriched form!). This uranium mixture can be separated from plutonium and fission products a reprocessing plant. The purified uranium mixture can be enriched again, so-called "repro-feed". The by-product of this secondary enrichment is DU containing the U-236.
Suggestion for a fact finding mission:. Interesting material for neutron activation analysis or mass spectrometry would be the ashes of (the lungs of) deceased dogs which lived in the afflicted areas.
(Note: understandable and reliable information about plutonium is available: www.antenna.nl/nvmp/pluto.htm )