Onderzoek van massagraven in Ethiopië en Kroatië
door K. Hebeda
De Johannes Wier Stichting (JWS) presenteerde 25 februari 1997
de eerste aktiviteiten van de nieuw opgerichte Werkgroep
Forensische Geneeskunde. Drie leden die tijdelijk deel uit
hadden gemaakt van teams die onderzoek deden naar massagraven
in Ethiopië en Kroatië verzorgden een avond in het
Gerechtelijk Laboratorium te Rijswijk.
Met het toenemend verplaatsen van conflicten van vooral
interstatelijk naar intern zijn er een aantal nieuwe
werkterreinen voor non-gouvernementele organisaties ontstaan.
Voor artsenorganisaties liggen de nieuwe uitdagingen niet meer
alleen op het vlak van medische zorg aan slachtoffers van
oorlog en geweld, het signaleren van martelingen en het
vastleggen van medische gegevens hieromtrent. Zij kunnen
bijvoorbeeld ook aan nabestaanden zekerheid bieden over het
lot van hun familieleden door middel van identificatie van
slachtoffers en achteraf helpen bij het verzamelen van
bewijsmateriaal over schendingen van de mensenrechten.
Gemotiveerd door Robert Kürschner, een Amerikaanse
gastspreker van Physicians for Human Rights die verslag deed
van zijn ervaringen met forensisch onderzoek van massagraven,
vertrokken 2 leden van de JWS november 1996 voor 2 weken naar
Zagreb. Zij werkten hier in een internationaal
multidisciplinair team dat onderzoek deed naar de lichamen uit
het massagraf dat resulteerde na de ontruiming van het
ziekenhuis in Vukovar door de Servische veroveraars.
Forensisch odontoloog Elco Free, tandarts in ruste, en
forensisch antropoloog Rafael Panhuysen hielpen met hun
expertise bij het reconstrueren en in kaart brengen van de
inmiddels opgegraven botten en gebitten van zo'n 200
mannelijke patiënten. Aan de hand van voornamelijk
schotletsels van het skelet en kogelgaten in de kleding werd
de toedracht van hun dood gereconstrueerd. Gevonden werden
vooral van dichtbij door zware wapens veroorzaakte schotwonden
in het achterhoofd. Verbandresten en oudere verwondingen
hielpen bij de identificatie. Begin 1997 waren 60 van de
ongeveer 200 mannen geïdentificeerd.
Een tweede JWS-missie bracht de forensisch anthropoloog
Wilbert Bouts naar Ethiopë, waar bewijsmateriaal voor een
groot proces over schendingen van de mensenrechten door het
marxistische regime van Mengistu Haile Maria (1974-1991)
verzameld werd. In het dagelijks leven bezig met onderzoek van
skeletten uit de middeleeuwen maakte Bouts de stap naar
jongere skeletten die vaak net zo anoniem bleken te zijn. Vaak
ontbraken de meest basale gegevens die nodig zijn voor
identificatie, zoals medische gegevens, leeftijd en lengte.
Zeer uitgebreide en belastende interviews met familie en
vrienden moesten daarom aanvullende informatie verschaffen.
Uiteindelijk konden uit een ongeveer 16 jaar oud massagraf
alle 15 personen geïdentificeerd worden, in 3 gevallen
dankzij DNA-onderzoek.
Bij beide missies bleken uiteindelijk tijd en geld de
beperkende factoren te zijn. Voortdurend moesten compromissen
tussen doel en middelen gevonden worden.
Voor de Johannes Wier Stichting zijn met deze twee missies
eerste stappen op het terrein van de forensische geneeskunde
gezet. Mogelijk zijn er ook onder de NVMP-leden mensen met
interesse voor of expertise op dit terrein.
Het secretariaat van de Johannes Wier Stichting is telefonisch
te bereiken onder nummer 033-4614812, W. Bouts
coördineert de werkgroep.