Het CTBT-verdrag tegen kernproeven
Op 24 september 1996 werd door de Amerikaanse president Bill
Clinton als eerste een handtekening gezet onder de
Comprehensive Test Ban Treaty (CTBT), het verdrag dat
wereldwijd een einde zou maken aan kernproeven.
Ten tijde van de onderhandelingen over dit CTBT-verdrag liet
India al duidelijke protesten horen. Het zou het verdrag niet
ondertekenen omdat daarin niet gesproken werd over een
koppeling naar onderhandelingen die zouden moeten leiden tot
een daadwerkelijke afschaffing van kernwapens. Immers hier was
het uiteindelijk om te doen bij een CTBT; als de
kernmogendheden niet meer konden testen zou dit een rem op de
ontwikkeling van kernwapens vormen, en derhalve een
belangrijke stap op de weg naar afschaffing van deze
wapens.
Nu, een jaar later, blijkt de sceptische houding van India ten
aanzien van het CTBT-verdrag bepaald niet onterecht. Het
verbod op kernproeven blijkt niet zo `alomvattend' te zijn als
de bedoeling was. Het verdrag blijkt namelijk mazen te hebben
die de mogelijkheid bieden tot zogenaamde `subkritische
kernproeven'.
Reeds voor de ondertekening van de CTBT was er sprake van het
gevaar van `computersimulaties' waarmee de ontwikkeling van
kernwapens gewoon door kon gaan. Dat de Verenigde Staten en
naar verluidt ook Rusland zo snel en onverstoorbaar deze
nieuwe weg van kernwapenontwikkeling zijn ingeslagen is echter
buiten alle verwachting.
De subkritische kernproef
Reeds op 27 oktober 1995 kondigden de Verenigde Staten aan dat
men een programma met betrekking tot subkritische kernproeven
in voorbereiding had. Uiteindelijk leverde dat onder het mom
van `noodzakelijk voorraadbeheer' een 13-jarig programma op
met een begroting van $ 60 miljard. In het kader van dit
programma voerde de VS inmiddels twee subkritische kernproeven
uit. De eerste op 2 juli 1997 met codenaam Rebound, een
tweede op 18 september 1997 met codenaam Holog.
Dergelijke benamingen alleen al doen de tijden van boven- en
ondergrondse kernproeven herleven.
Een ieder zal zich ondertussen afvragen wat je je bij een
subkritische kernproef eigenlijk moet voorstellen. Uit de
beschrijvingen komt een verontrustender beeld naar voren dan
je van een `computersimulatie' zou verwachten.
Zo werd de test Rebound uitgevoerd op een diepte van
ruim 300 meter in de woestijn van Nevada. Maar liefst 1,5 kilo
plutonium werd met behulp van chemische explosieven tot
ontploffing gebracht, echter op een zodanige manier dat een
kettingreactie achterwege bleef. Het ontbreken van die
kettingreactie rechtvaardigt het woord `subkritisch'.
Voor 1998 staan wederom vier van deze proeven op het
programma, er zijn al codenamen bedacht: Boomerang en
Bagpipe. What's in a name; Bommerang lijkt mij
toepasselijker.
Nadeel van dergelijke proeven is hun slechte traceerbaarheid.
Seismische trillingen gaven vroeger aan wanneer een land een
ondergrondse kernproef had genomen. Bij subkritische
kernproeven ben je afhankelijk van de mededeelzaamheid van het
uitvoerende land. De Verenigde Staten mogen dan openheid
betrachten, in het geval van Rusland ligt dat anders.
Rusland
Zo moeten we uit berichten in de Japanse Asahi
Newspaper vernemen dat er ook in Rusland wat gaande is.
Deze krant meldt bij monde van een hoge Russische officier dat
Rusland in 1996 reeds twee subkritische kernproeven heeft
uitgevoerd en wederom twee in 1997. Vanwege financiële
beperkingen zal dit jaarlijkse aantal voorlopig gehandhaafd
blijven. Pikant detail is dat Rusland al met deze proeven
begon voordat het CTBT-verdrag was ondertekend. Er werd
notabene gewezen op het belang van deze proeven omdat de CTBT
de ouderwetse kernproeven zou verbieden!
Omdat de subkritische proeven niet in strijd zijn met de tekst
van het CTBT-verdrag acht Rusland het niet nodig er officieel
melding van te maken.
Aldus de Asahi Newspaper van 13 november 1997.
Briefschrijfactie
Dat dergelijke subkritische kernproeven wellicht niet in
strijd zijn met de tekst, maar wel met de geest van het
CTBT-verdrag behoeft geen commentaar. In ieder geval staan zij
de wereldwijde ratificatie van het CTBT-verdrag danig in de
weg. India en andere landen hebben nu argumenten te over om
niet te tekenen.
Dit wordt nog versterkt door berichten van concrete
Amerikaanse projecten voor de ontwikkeling van nieuwe
kernwapens. De subkritische proeven werpen dus hun wrange
vruchten af.
De NVMP heeft, gezien het bovenstaande, voldoende reden om
haar protestacties tegen kernproeven nieuw leven in te blazen.
Deelnemers aan de briefschrijfactie tegen kernproeven zullen
binnenkort weer een schrijven ontvangen. Andere
geïnteresseerden worden verzocht zich op te geven bij het
NVMP-bureau.
Hans van Iterson