Het project Global Health Educatie
Welke
resultaten zijn bereikt en waar staan we?
Henk Groenewegen
Het
doel van het Global Health Educatie project (GHE) is geneeskundestudenten
bewust maken van de rol die ze als arts kunnen spelen in het verbeteren van
wereldwijde gezondheid (global health), zowel in hun dagelijks functioneren als
arts als in hun rol als pleitbezorger.
Het
huidige medische curriculum geeft onvoldoende aandacht aan het internationale
karakter van gezondheidszorg. Kennis over en inzicht in de gevolgen van
armoede, sociaal-economische ontwikkelingen, conflicten en
mensenrechtenschendingen en de invloed van deze factoren op de gezondheid zijn
essentieel voor dokters die nu worden opgeleid. Competenties op deze gebieden
moeten in het curriculum worden ontwikkeld. De projectgroep GHE streeft ernaar
minimaal 4 uur onderwijs over global health te integreren in het
basiscurriculum van zowel de propedeuse als de masterfase van de medische
opleiding.
De
oorsponkelijke doelstelling van het GHE project, zoals geformuleerd aan het
begin van het project (2001/ 2002), was dat een kernmodule ‘global health’ in
2005/2006 op alle acht medische faculteiten in Nederland zou worden gegeven.
Een nevendoelstelling was de vergroting van het aanbod en een
kwaliteitsverbetering van het keuzeonderwijs op het gebied van global health
gedurende het hele opleidingstraject, waaronder de klinische fase. Het GHE
project is oorspronkelijk geïnitieerd vanuit de Stichting SCORP (Standing
Committee for Refugees and Peace) van de IFMSA (International Federation of
Medical Student Associations), een stichting van studenten die in voorgaande
jaren trainingsprogramma’s hadden georganiseerd in het kader van internationale
Peace through Health workshops voor geneeskunde studenten. Deze studenten waren
tevens actief in de NVMP en Johannes Wierstichting. Het GHE project is opgezet
als samenwerkingsproject van de Stichting SCORP, de NVMP (Gezondheidszorg en
Vredesvraagstukken; Nederlandse Vereniging voor Medische Polemologie), de
Johannes Wierstichting en de Stichting Wemos (Gezondheid Wereldwijd; Health
for All). Inhoudelijk uitgangspunt was onderwijsmateriaal, dat reeds deels was
ontwikkeld door de participerende organisaties (Wemos, NVMP en JWS). De
inhoudelijke sturing van het GHE project is gedelegeerd aan de stuurgroep GHE
waarin vertegenwoordigers van alle participerende organisaties zitting hebben.
De personele samenstelling van deze stuurgroep is in de loop van de afgelopen
jaren veranderd, maar de verschillende organisaties zijn steeds
vertegenwoordigd geweest.
Middelen
en werkwijze
Ten
behoeve van het project Global Health Educatie zijn verschillende subsidies
verworven. De belangrijkste financier is geweest de NCDO (Nationale Commissie
Duurzame Ontwikkelingssamenwerking) die zich in 2001 met een specifiek
programma richtte op het onderwijs en educatie. Op basis van een begroting van
ruim € 40.000 werd door de NCDO een bedrag van ruim € 22.500 toegezegd waarbij
de verplichting bestond aanvullende fondsen te verwerven bij eigen of andere
organisaties om de begroting rond te krijgen. Aanvullende subsidies werden
verkregen van de Stichting Haella, de Stichting Studiefonds Medische
Polemologie en de NVMP tot een bedrag van € 10.000. De NVMP heeft de juridische
en financiele verantwoordelijkheid voor het GHE project op zich genomen, Wemos heeft
sterk faciliterend gewerkt door de aangestelde projectmedewerker ‘onderdak’ te
verlenen en actief met raad en daad bij te staan.
In
november 2002 werd een parttime projectmedewerker (pas afgestudeerd arts; een
dag per week) aangesteld die onder supervisie van de stuurgroep tot taak had de
contacten te leggen met de verschillende faculteiten en het reeds aanwezige
onderwijs op het gebied van GHE te inventariseren. Het werkplan behelsde het
identificeren van ‘sleutelfiguren’ binnen alle acht medische faculteiten op het
gebied van de onderwijsorganisatie en op het gebied van de inhoudelijk
terreinen van de thema’s van global health. Intensieve samenwerking met lokale,
enthousiaste studenten werd gezien als een belangrijke factor voor succes.
Tevens is een communicatieplan gemaakt waarin de verschillende
communicatiemiddelen (Powerpoint Presentatie GHE, folder GHE, website GHE,
organisatie workshops op congressen, etc) werden geïdentificeerd.
Hoewel
aanvankelijk de contacten met verschillende faculteiten, in de vorm van
inventarisatiebijeenkomsten goed verliepen, bleek het moeilijk een vervolg te
geven aan deze initiële contacten. Op basis van de inventarisatiebijeenkomsten
(Universiteit van Maastricht, Universiteit van Amsterdam, Vrije Universiteit,
Universiteit van Groningen) bleek enerzijds dat er reeds thema’s van global
health onderwijs in de huidige curricula aanwezig zijn, in sommige gevallen
volledig door studenten zelf georganiseerd. Anderzijds was er de erkenning dat
belangrijke global health thema’s nog ontbreken in het curriculum.
Eenzelfde
beeld werd verkregen op de twee door het GHE project georganiseerde workshops
(2002 en 2004) tijdens het landelijke congres van de Nederlandse Vereniging
voor Medisch Onderwijs (NVMO) in Egmond aan Zee. Een belangrijke reden waarom
deze thema’s (nog) niet in het curriculum zijn opgenomen, is dat het Raamplan
Geneeskunde (2001), dat sterk richtinggevend is voor de invulling van het
curriculum, geen of weinig specifieke aandacht geeft aan de thema’s die de kern
vormen van global health. Uit de facultaire inventarisaties en de NVMO
workshops bleek echter dat er in het algemeen instemming is vanuit de
faculteiten met de doelstellingen van het GHE project.
De
(tijds)druk op de huidige curricula is echter groot en binnen het GHE project
is in de loop van 2003 geconstateerd dat het aanbieden van pasklare
onderwijsmodules faciliterend zou kunnen werken op de implementatie van global
health in het curriculum. Mede daarom is in de loop van het GHE project een
belangrijk accent komen te liggen op de ontwikkeling van deze onderwijsmodules,
waarvan er inmiddels een vijftal gereed zijn.
Een
tegenslag voor de vorderingen van het GHE project was dat de projectmedewerker
(Barbara Schimmer) begin 2004 besloot haar werkzaamheden in het kader van het
project op te geven. Deze leemte is vanaf april 2004 opgevuld door de inzet van
een tweetal medewerkers (Nienke Nuyens en Mary Jansen) van de Stichting Wemos
die een essentiële rol hebben gespeeld bij het afronden en presenteren van de
vijf genoemde onderwijsmodules. De coördinerende en communicatierol werd op
tijdelijke basis overgenomen door Herman Spanjaard (bedrijfsarts, tevens
voorzitter NVMP, en actief in het internationale netwerk van de IPPNW) die in
samenspel met de leden van de stuurgroep de NVMO workshop in 2004 organiseerde
en tot op heden de schakel vormt tussen de stuurgroep en de contactpersonen in
de verschillende faculteiten.
Behaalde
resultaten
Kontakten
met faculteiten en onderwijsinstituten
Op
basis van de inventarisatie bijeenkomsten die door de projectmedewerker in
samenwerking met lokale medewerkers en studenten werden georganiseerd zijn er
contacten met de faculteiten Geneeskunde van de Universiteit van Amsterdam,
Universiteit van Groningen, Universiteit van Maastricht en de Vrije
Universiteit Amsterdam. Het betreft contacten op verschillende niveaus:
onderwijsdirecteuren, coördinatoren van het curriculum, individuele docenten
en studenten. Deze contacten zijn zeer waardevol voor een verdere
verwezenlijking van de doelstellingen van het GHE project. Contacten met de
overige faculteiten zijn tot standgekomen op basis van de NVMO workshops (zie
onder).
Resultaat
van de inventarisatie bijeenkomsten en de NVMO workshops is dat op alle
faculteiten Geneeskunde in Nederland er bekendheid is met (de doelstellingen
van) het GHE project en dat er op alle faculteiten contacten zijn voor het
vervolg. Er is een begin van een netwerk opgebouwd.
Onderwijsmateriaal
Vanuit
de verschillende participerende organsisaties is, via de vertegenwoordigers van
deze organisaties in de stuurgroep, de inhoud geleverd voor een vijftal
onderwijsmodules.
De
eerste (pilot)versie van deze modules (1. Gezondheidszorg en mensenrechten; 2.
Massavernietigingswapens en gezondheidszorg;
3.
Conflicthantering en mediation;
4.
Gezondheid en het bedrijfsleven;
5.
Gezondheid en armoede) is uitgebracht op een CD-Rom en verspreid via de
NVMO-workshop 2004 en is te raadplegen via de website van de NVMP. Alle
onderwijsmodules bevatten een deel met instructie voor de docent en een deel
specifiek voor de student. In enkele modules is een rollenspel beschreven en
alle modules zijn voorzien van een toegespitst ‘zoekprofiel’ dat de gelegenheid
biedt om via PubMed relevante en recente literatuur op het gebied van het
betreffende thema op te zoeken. Op basis van de response van de gebruikers
zullen de onderwijsmodules in de toekomst worden aangepast.
Presentaties
op onderwijs- en andere
congressen
In
november 2002 en november 2004 werd vanuit het GHE project door de
projectmedewerker(s) een workshop georganiseerd tijdens het jaarlijkse congres
van de Nederlandse Vereniging voor Medisch Onderwijs. In de eerste workshop
werden de doelstellingen van het GHE project gepresenteerd en contacten gelegd
met enkele faculteiten. Tijdens deze workshop waren zo’n 20 personen aanwezig
van een vijftal faculteiten, waaronder ook studenten.
De NVMO
workshop in 2004 stond in het teken van de presentatie van de onderwijsmodules
en werd bezocht door een 40-tal personen, waaronder stafleden en studenten,
afkomstig van alle acht medische faculteiten in Nederland. Het resultaat van
beide workshops is een brede(re) bekendheid met het begrip global health, de
doelstellingen van het GHE project, en contactpersonen in alle medische faculteiten.
Op basis van de reacties van de deelnemers en de daaruit opgebouwde contacten
kan dit gezien worden als het begin van een netwerk van docenten die reeds
bezig zijn met global health issues of er zeer gericht in geinteresseerd zijn.
Uitwisseling van ervaringen, lesmateriaal, etc kan een belangrijke rol gaan
spelen in de verdere ontwikkeling van het GHE onderwijs. Het GHE project is
meerdere malen gepresenteerd op internationale congressen, ondermeer op drie
wereldcongressen van de IPNW (Parijs 2000; Washington 2002; Beijing 2004), in
twee van de drie gevallen geïnitieerd vanuit Nederland. Dit heeft geleid tot
een internationale erkenning van onze ‘pioniersrol’ op het gebied van de
ontwikkeling en bevordering van GHE (zie onder bij internationale ontwikkelingen).
Samenwerking
Het GHE
project heeft geleid tot een intensieve samenwerking op het gebied van
onderwijs(ontwikkeling) tussen de partnerorganisaties in het project: de NVMP
(Gezondheidszorg en Vredesvraagstukken), de Johannes Wierstichting (Arts en
Mensenrechten), de Stichting Wemos (Gezondheid Wereldwijd; Health for All), en
de IFMSA. Deze samenwerking zal in de komende jaren worden voortgezet.
Internationale
ontwikkelingen
Het GHE
project sluit goed aan bij andere global health-initiatieven opgestart door
zusterorganisaties en medische faculteiten in landen als Groot-Brittannië,
Zweden, Finland, Duitsland, Canada en de Verenigde Staten. Recentelijk werd
hierover mede-gepubliceerd door een van de stuurgroepleden, Elske Hoornenborg,
in het gezaghebbende medische tijdschrift de Lancet (Bateman et al., 2001). Op
basis van de contacten van de stuurgroepleden (en de organisaties die deze
personen vertegenwoordigen in de stuurgroep), de projectmedewerkers en de
studenten zijn in de afgelopen jaren verschillende internationale contacten
ontstaan op het gebied van global health onderwijs.
Een
belangrijke en verheugende ontwikkeling is dat in mei 2005 een bij het Leonardo
da Vinci programma van de Europese Commissie ingediende subsidieaanvraag is gehonoreerd.
Twee van de GHE partners, te weten de NVMP en JWS, zijn actief betrokken bij
deze subsidieaanvraag en zullen een deel van het gehonoreerde project gaan
uitvoeren. Het betreft een twee-jarig project getiteld ‘Medical Peacework’ dat
zal lopen van oktober 2005 – oktober 2007. De belangrijkste doelstelling van
dit project is het ontwikkelen van (electronisch beschikbaar: distant learning)
onderwijsmateriaal op het gebied van global health thema’s (armoede en
ontwikkeling, geweld en conflicthantering, arts en mensenrechten, etc). Het
project wordt gecoördineerd vanuit de Universiteit van Tromsö in Noorwegen en
omvat verder partners uit Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland,
Slovenië en Nederland. De honorering van deze aanvraag betekent een belangrijke
nieuwe impuls voor het GHE project. Inherent aan het accepteren van de
toekenning van het Leonardo da Vinci project Medical Peacework is echter wel
dat ruim 1/3 van het budget uit andere dan Europese gelden moet worden geworven
(zogenoemde matching).
Conclusies
Hoewel
niet alle oorspronkelijk gestelde doelstellingen zijn verwezenlijkt, kan toch
gesteld worden dat het project, dat met uiterst beperkte middelen moest worden
uitgevoerd, heeft geleid tot een aantal belangrijke resultaten. In de eerste
plaats is een netwerk opgebouwd van belangstellende docenten en studenten op
het gebied van global health educatie. Via dit netwerk is een beter beeld
ontstaan wat het huidige aanbod aan onderwijs in global health aan de medische
faculteiten omvat en waar de behoeften liggen. Deels is aan deze behoeften
reeds tegemoet gekomen door middel van de productie van vrij beschikbaar
lesmateriaal. De bruikbaarheid van dit lesmateriaal verdient zeker een
zorgvuldige evaluatie, terwijl op grond van deze evaluatie nieuwe onderwerpen
als lesmateriaal zou moeten worden vervaardigd. Een tweede belangrijk resultaat
is dat de Nederlandse GHE activiteiten ook internationaal erkend zijn en dat we
een actieve en uitvoerende partner zijn in het Europese Leonardo da Vinci project
‘Medical Peacework’. Dat betekent een belangrijke stimulans voor het
Nederlandse netwerk en de onderwijsactiviteiten op de verschillende faculteiten
aanzien vrijelijk gebruik gemaakt kan worden van het ontwikkelde
(elektronische) lesmateriaal dat in het Medical Peacework project wordt
ontwikkeld.
De
hoofddoelstelling van het GHE project blijft het bevorderen van global health
onderwijs in het basis- of keuzecurriculum Geneeskunde aan de medische
faculteiten in Nederland. De oorspronkelijke primaire doelstelling van het doen
opnemen van 4 uur global health onderwerpen in het basiscurriculum, met name
door lobby-activiteiten is deels verlaten. De huidige doelstellingen zijn meer
gericht op een bredere en meer pragmatische invulling (iedere faculteit heeft
zijn eigen beleid en daarop kan worden aangesloten), netwerkvorming en het
(doen) vervaardigen van onderwijsmateriaal. Een van de
langetermijn
doelstellingen is het doen opnemen van global health onderwerpen in het
Raamplan Geneeskunde; dit document wordt geregeld aangepast aan nieuwe
ontwikkelingen en inzichten. In het kader van het Medical Peacework project
wordt tevens beoogd cursusmateriaal te maken voor specifieke (postacademische)
doelgroepen (artsen die naar ontwikkelings- of conflictgebieden worden
uitgezonden, gevangenisartsen, etc). Een belangrijke taak van ons als
Nederlandse partner is de kwaliteitsbewaking. In dat kader zullen we ons sterk
moeten maken voor de certificering van bepaalde onderwijsmodules in het kader
van de vervolgopleidingen en de nascholing van artsen en specialisten.
De
hierboven geschetste doelstellingen zijn alleen te bereiken indien een
professionele medewerker gedurende de komende 2 - 3 jaar minstens 20 uur per
week hieraan kan besteden. Indien deze halftijdse aanstelling te verwezenlijken
zou zijn kan optimaal gebruik gemaakt worden van het synergisme in de
doelstellingen van het (Nederlandse) GHE project en het Europese Medical
Peacework project.
De
(inhoudelijke) begeleiding van deze medewerker zal kunnen geschieden vanuit de
verschillende betrokken partnerorganisaties. Hoewel een basis budget is
verkregen door middel van de toekenning van het Leonardo da Vinci project,
zullen extra middelen moeten worden verworven. Deze middelen zullen dus bij
voorkeur omvangrijker moeten zijn dan alleen het benodigde matchingsbudget ten
behoeve van het Medical Peacework project.